Wat is de 4de pijler?

Ingenieurs Frederik en Tom zetten hun kennis en expertise in om andere kleine projecten te helpen bij het installeren en gebruiken van zonnepanelen in het Zuiden. Katja en Thomas bezochten een vrouwenproject in Zambia, hielden contact met de coördinator en organiseren regelmatig activiteiten om het project te steunen. Evelyne trok voor haar stage naar een gevangenis in El Salvador. Eens terug in België zette ze een vzw op om in El Salvador sociale projecten te kunnen realiseren. Jean-Pierre, een leerkracht op pensioen, startte een school voor blinde kinderen in Congo.

 

In 2007 stelde het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA - KUL) in een onderzoek vast dat ontwikkelingssamenwerking steeds minder een zaak is van enkel de traditionele spelers op dit gebied, zoals de overheid, de internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Steeds meer burgers, bedrijven, organisaties, scholen enz... gaan zelf aan de slag en zetten projecten in het Zuiden op.

In Vlaanderen zijn naar schatting meer dan 1.100 van dit soort initiatieven voor ontwikkelingssamenwerking actief. 30.000 tot 60.000 Vlamingen steken via een eigen project regelmatig de handen uit de mouwen voor het Zuiden. Jaarlijks zouden deze initiatieven in Vlaanderen 47 à 68 miljoen euro inzamelen om projecten te steunen. Deze initiatieven werden in de studie van het HIVA tot de 4de Pijler gedoopt. In Nederland spreekt men dan weer van particuliere initiatieven en in het Frans wordt gesproken over IPSI’s (Initiatives Populaires de la Solidarité Internationale). Het gaat ook om een groep initiatieven die zich moeilijk in één term of naam laat vatten, net omdat ze zo verscheiden zijn!

We kunnen de 4de Pijlerinitiatieven onderscheiden van de andere pijlers van de ontwikkelingssamenwerking:

  • De 1ste pijler omvat de ontwikkelingssamenwerking die uitgaat van de overheid, ook wel gevat onder de term officiële of bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Ook de gemeenschappen, provincies en gemeenten vallen hieronder.
  • De 2de pijler is de zogenaamde multilaterale ontwikkelingssamenwerking die uitgaat van internationale instellingen zoals de Europese Commissie of de Verenigde Naties.
  • De 3de pijler bestaat uit traditionele en door de overheid erkende niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en de universiteiten.

Het HIVA gebruikte de term 4de Pijler voor ‘alle initiatieven die niet tot de andere drie pijlers van de ontwikkelingssamenwerking horen’. Wat de 4de Pijler dan precies inhoudt, is echter niet zo eenduidig te definiëren. Dat het om een zeer heterogene groep gaat, hoeft alleszins niet te verbazen. Net die enorme diversiteit is ook één van de sterktes van de 4de Pijler!

4de Pijlerinitiatieven zijn zeker niet nieuw – ze bestaan in feite al tientallen jaren. Denk maar aan de vele missiegroepen die al in de jaren 1950 ontstonden. Onderzoek toont wel aan dat er de laatste jaren een heropleving is van dit soort initiatieven. We reizen bijvoorbeeld meer en komen meer in contact met het Zuiden. Bedrijven werken over de grenzen heen, studenten studeren in het buitenland, toeristen ontdekken nieuwe landen. De media brengen ook de hele wereld dichterbij en internet biedt ongekende nieuwe mogelijkheden om contacten over de grenzen heen uit te bouwen.

4de Pijlerinitiatieven zijn deels een antwoord op de oproep van traditionele ngo’s om meer met het Zuiden bezig te zijn. Tegelijk vullen ze dit engagement op een unieke manier in. Niet iedereen vindt bijvoorbeeld zijn plaats bij de klassieke ontwikkelingsinstanties. Ze willen niet alleen geld geven, maar ook zelf de handen uit de mouwen steken. Ze gaan daarom op zoek naar handelingsalternatieven waarbij  volgens eigen mogelijkheden en interesses en met meer autonomie bijgedragen wordt aan een betere wereld.

Steeds meer organisaties, die niet in de eerste plaats met ontwikkelingssamenwerking bezig zijn, kiezen er bovendien voor om hun schouders onder een eigen concreet project in het Zuiden te zetten. Denk maar aan scholen, bedrijven, middenveldorganisaties, migrantenorganisaties, vakbondsgroepen, ziekenhuizen of sportfederaties. Je kan dus terecht beweren dat er een toenemende vermaatschappelijking van de ontwikkelingssamenwerking aan de gang is.