maandag, 25 juni 2018 16:07

Doe de Wereldburgerschapstest!

Geschreven door

Global Steps Logo klein

 

Doe de 

Wereldburgerschapstest!

Ga je deze zomer een internationale ervaring opdoen als vrijwilliger? Of heb je al een ervaring achter de rug als vrijwilliger of stagiair in het buitenland?

Doe dan deze wereldburgerschapstest en ontdek jouw eigen vaardigheden als wereldburger!

Ben je nieuwsgierig wat je bijleert? Met welke vaardigheden je naar huis komt na zo’n een buitenlandse ervaring? Dankzij deze test kom je het te weten!

Wij hebben voor jou maar liefst zeven vaardigheden geselecteerd die jouw jobkansen kunnen verhogen!

De resultaten van de test kan je, bijvoorbeeld, gebruiken bij een sollicitatie of in je CV. En je krijgt verscheidene tips over hoe je deze vaardigheden verder kan ontwikkelen.

De test zit momenteel in een try-out-fase, waarbij we deze zomermaanden de feedback op de test van projectcoördinatoren en vrijwilligers/jongeren willen verzamelen, om dan de finale versie te lanceren en te verspreiden in oktober. De stem van de vrijwilligers/jongeren wordt in die zin dus meegenomen in het verder ontwikkelen van de test.

De feedback op de test van de vrijwilligers/jongeren zou een absolute meerwaarde zijn, zeker als ze de tijd vinden om de test zowel voor hun vertrek als bij hun terugkomst in te vullen. Om zo hun groei in de geselecteerde wereldburgerschapsvaardigheden te meten. om hun bevindingen van de test te bevragen zullen een paar deelnemers hiervoor opgebeld worden, dat is meteen de reden waarom het telefoonnummer gevraagd wordt in de test.

Surf naar Global STEPS en ontdek jouw wereldburgerschapsvaardigheden!

START DE TEST op http://www.globalsteps.eu/nl

Deze test is onderdeel van GLobal STEPS, een project in het kader van het Erasmus+-programma van de Europese Unie, waar 11.11.11 aan deelneemt. 
Wil je meer informatie, neem dan contact op met het 4de Pijlersteunpunt van 11.11.11 via  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  of bel +32 2 536 11 12 -www.4dePijler.be

 

START DE TEST 

 

 

GlobalsSteps Logo Erasmus klein             VierdePijler Logo Combinatie11 RGB KLEINer

woensdag, 18 oktober 2017 12:24

Gender in mijn 4de Pijlerorganisatie: de Genderchecklist

Geschreven door

Auteur: Gemma Bruyneel

Het Gendersysteem
Ontwikkelingssamenwerking: de globale ongelijkheid tussen man en vrouw
Hoe en waarom aandacht schenken aan gender binnen je project?
Genderchecklist voor 4de Pijlers
Een actieplan om zelf aan de slag te gaan
Interessante websites, organisaties en brochures
Download de genderchecklist

 

Het Gendersysteem:

Gendersysteem
Gender is een heel breed concept en wordt vaak verward met sekse. Sekse zijn de biologische verschillen op basis van geslacht, terwijl gender de sociale en culturele verschillen tussen mannen en vrouwen omvat. Deze genderrollen en verwachtingen worden bepaald door de samenleving. Sekse en gender zijn twee segmenten binnen het Gendersysteem van mensen: iedereen wordt geboren met bepaalde biologische kenmerken, Biologische Sekse.

De Genderidentiteit toont in welke mate men zich identificeert met zijn of haar sekse. Vervolgens heeft iedereen ook een seksuele voorkeur, dit is de Seksuele - Affectieve Oriëntatie. Via de Genderexpressie toont men zijn of haar genderidentiteit op een bepaalde manier aan de samenleving. Elk segment kan gezien worden als een schaal tussen twee extremen. Zo is de Genderexpressie een schaal waarvan het zich volledig vrouwelijk of mannelijk voelen twee extremen zijn met daartussen nog vele andere mogelijkheden.

 

Ontwikkelingssamenwerking: de globale ongelijkheid tussen man en vrouw

Bij ontwikkelingssamenwerking beperken we ons tot de globale ongelijkheid tussen man en vrouw. Die is namelijk nog prominent aanwezig in veel landen waar 4de Pijlers actief zijn.

Genderongelijkheid wordt ook doorkruist door andere elementen: etniciteit, sociale klasse, leeftijd, religie, seksuele geaardheid, gezinssamenstelling, educatie, …. Dit kruispuntdenken toont hoe vrouwen niet alleen een onderdrukking ervaren op basis van hun gender, maar ook door andere identiteitskenmerken. Zo kan een vrouw in een ontwikkelingsland een grotere onderdrukking ervaren dan een westerse vrouw omdat ze behoort tot een bepaalde bevolkingsgroep.

En genderongelijkheid zit ook vervat in verschillende lagen van de samenleving:

1) Economische ongelijkheid:
- Op financieel vlak: ongelijkheid in inkomsten en uitgaven. 70% van de mensen die in armoede leven zijn vrouwen.
- Ongelijkheid in levensomstandigheden: Vrouwen hebben moeilijker toegang tot openbare diensten en tot basisbehoeften (zoals voeding, woning, gezondheid, onderwijs, …).
2) Sociale ongelijkheid: ongelijk lidmaatschap in sociale netwerken. Vrouwen zijn actiever in het private leven, ze doen het huishouden en zorgen voor de kinderen. Hierdoor nemen ze minder deel aan het publieke leven en hebben ze minder contacten met anderen.
3) Culturele ongelijkheid: verschil in behandeling en waardering van vrouwen omwille van gender. Er zijn sociale regels en tradities die genderdiscriminatie kunnen bevestigen zoals huwelijkstradities, genitale verminking, prostitutie, ...
4) Politieke ongelijkheid: verschil in de mogelijkheid om autonoom beslissingen te nemen en deel te nemen aan politieke besluitvorming (in alle landen bekleden vrouwen minder dan 1% van de leidinggevende posities in privé ondernemingen).

Gendercartoon

Hoe en waarom aandacht schenken aan gender binnen je project?


KLEIN Sustainable Development Goals Dutch RGB-05De meeste samenlevingen worden gedomineerd door mannen. Vrouwen maken nog steeds de grootste kans om in armoede terecht te komen.

Door vrouwen niet te betrekken bij ontwikkelingsprojecten, ook binnen je 4de Pijlerproject, wordt er een enorm groot potentieel aan medewerkers, nieuwe inzichten, talenten en creativiteit niet benut. Daarom is het als 4de Pijler belangrijk om zelf ook aan de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te werken.

Ook de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) hebben trouwens een doelstelling die volledig gebonden is aan gendergelijkheid: Doelstelling 5: Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes.

Door met een ‘genderbril’ naar je project te kijken, krijg je zicht op hoe vrouwen in het project ondersteund kunnen worden.
Neem even tijd om de Genderchecklist te beantwoorden: zo kan je de gendergevoeligheid van je project toetsen en eventueel verhogen.

 

Genderchecklist voor 4de Pijlerorganisaties

Ook als 4de Pijlerorganisatie kan je rekening houden met gender binnen je project. Dit kan door met een ‘genderbril’ naar het project te kijken: Hoe is meer gelijkheid mogelijk? En hoe kunnen vrouwen in het project ondersteund worden?

Via een ‘Genderchecklist’ kan je een eerste stap zetten naar een meer genderbewuste aanpak. De lijst bestaat uit 19 vragen, opgedeeld in drie delen. Onderaan vind je ook een ‘Actieplan in 7 stappen’ dat je kan doorlopen met je 4de Pijler.

De eerste vijf vragen geven een idee over gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de lokale omgeving van je organisatie. Dit zijn open vragen die uitdagen tot nadenken en zoeken naar voorbeelden in de samenleving, zowel positieve als negatieve.

De vragen uit het tweede en het derde deel hebben vooral betrekking op de werking van de organisatie en de projecten. Deze vragen worden beantwoord via een score van 1 tot 4. 1 geeft aan dat er nog aan gewerkt kan worden. 4 toont dat dit reeds in de organisatie wordt toegepast.

DOWNLOAD DE GENDERCHECKLIST

Context in de lokale gemeenschap

Open vragen

1. Is de toegang tot onderwijs even groot voor mannen als vrouwen?
(bv Blijven jongens en meisjes even lang naar school gaan?)

 

 

 

 

2. Krijgen vouwen de kans om deel te nemen aan het publieke leven?
(bv, Kunnen ze gaan werken?  Kunnen ze zich aansluiten bij organisaties? Kunnen ze politiek actief zijn?)

 

 

 

 

3. Helpen mannen in het private leven?

(bv Nemen ze ook huishoudtaken op zich? En de zorg voor de kinderen?)

 

 

 

 

4. Hebben vrouwen evenveel rechten als mannen om autonoom bezit te hebben en dit zelf te beheren?

(woning, geld, voedsel, …)

 

 

 

 

5. Is er geweld tegen vrouwen in de samenleving?

(bv: huishoudelijk geweld, eremoorden, genitale verminking, …)

 

 

 

 

 

(1 = wordt geen rekening mee gehouden - 2 = is geprobeerd, maar heeft weinig tot geen effect - 3 = wordt deels in de organisatie toegepast - 4=de organisatie houdt reeds rekening met gender, gelijkheid is gewaarborgd - nvt = neutraal of niet van toepassing op onze organisatie)

Beleid van de organisatie

 

6. Werd bij het opstellen van de missie en visie van de organisatie rekening gehouden met de belangen van vrouwen?

(Waar ervaren ze nood aan hulp en ondersteuning? Hoe kan de man-vrouw gelijkheid bevorderd worden)

1

2

3

4

nv

t

7. Werden vrouwen op dezelfde manier betrokken bij het opstellen van de missie en visie als mannen?

(Waren er vrouwen aanwezig en kwamen ze aan bod?)

1

2

3

4

nv

t

8. Probeert de organisatie stereotype genderrollen te doorbreken?

(Door bijvoorbeeld mannen te betrekken bij de opvoeding of door vrouwen ook budgetten te laten beheren?)

1

2

3

4

nv

t

Effect van het project op de man-vrouw gelijkheid

 

9. Wordt er gepeild naar positieve en negatieve effecten van het project op mannen en vrouwen op korte termijn?

(vb: Door vroedvrouwen rond te laten gaan in de dorpen kunnen vrouwen veiliger bevallen. Dit biedt echter vaak geen oplossing voor de oorzaak die ervoor zorgt dat vrouwen niet naar het gezondheidscentrum kunnen gaan)

1

2

3

4

nv

t

10. Wordt er gepeild naar positieve en negatieve effecten van het project op mannen en vrouwen op lange termijn?

(vb: Het is mogelijk dat de afschaffing van vrouwenbesnijdenis een statusvermindering inhoudt voor de vrouw in die samenleving)

1

2

3

4

nv

t

11. Wordt er gestreefd om vrouwen te betrekken bij het project?

(Vrouwen komen in sommige culturen minder in de publieke ruimte. Dit kan  het contact met projecten of met hulpverlening bemoeilijken)

1

2

3

4

nv

t

 

 

(1 = we zijn er niet mee bezig - 2 = er wordt binnen onze organisatie al wat aan gewerkt - 3 = de organisatie houdt er reeds rekening mee - 4 = dit behoort tot de basis van de organisatie. - nvt = niet van toepassing in deze organisatie)

 

De organisatiecultuur: kennis van medewerkers of vrijwilligers

 

12. Zijn de medewerkers zich bewust van de noden en belangen van vrouwen? Streven ze naar man-vrouw-gelijkheid?

1

2

3

4

nv

t

13. Wordt er een neutrale taal gebruikt in de organisatie?

(De interne gesprekken en documenten bevatten geen discriminatie)

1

2

3

4

nv

t

14. Hebben vrouwen evenveel kansen en mogelijkheden als mannen om in de organisatie te participeren?

(bv, Waar organiseer je vergaderingen? Is er kinderopvang? Zijn de werkuren haalbaar? ,  …)

1

2

3

4

nv

t

15. Krijgen vrouwen evenveel kansen als mannen op leidinggevende posities? Zijn er elementen aanwezig die stereotypen doorbreken?

(vrouwen hebben soms extra ondersteuning nodig om hogerop te geraken)

1

2

3

4

nv

t

Evaluatie van de organisatie of project

 

16. Wordt er bij de evaluatie rekening gehouden met de ontwikkelingen en de effecten op de situatie van vrouwen en mannen?

1

2

3

4

nv

t

17. Wordt de genderverdeling onder medewerkers en deelnemers aan het project bijgehouden? Dit laat toe om een evolutie te zien op termijn.

1

2

3

4

nv

t

18. Gebruikt de organisatie een instrument om de evolutie van man-vrouw-verhouding te meten? Zoals een analysekader voor de projecten.

1

2

3

4

nv

t

19. Is een bijstelling van de doelstellingen van het project of de organisatie nodig om meer rekening te houden met de noden en belangen van vrouwen en om de gelijkheid te vergroten?

Open vraag:

 

Een actieplan om zelf aan de slag te gaan:

Stap 1: Probeer de genderchecklist zo eerlijk mogelijk in te vullen. Doe dit best samen met andere medewerkers van je organisatie.

Stap 2: Op welke vragen scoort je organisatie of project goed of minder goed? Analyseer wat de redenen daarvoor kunnen zijn. Noteer zowel de positieve als negatieve elementen.
- Doe een brainstorm met alle deelnemers die de genderchecklist hebben ingevuld.

Stap 3: Welke stappen en activiteiten kunnen er worden ondernomen om de man-vrouw-gelijkheid te verbeteren en stereotypen te doorbreken.
- Er kan geprobeerd worden om de missie en de visie te analyseren en man-vrouw gelijkheid in te verwerken.
- Mannen kunnen aangezet worden tot het opnemen van meer private taken
- Vrouwen kunnen aangezet worden tot grotere participatie in het publieke leven, zoals in besluitvormingsorganen en dergelijke.
- Er kan een praatgroep opgericht worden waar vrouwen hun mening kunnen geven.
Let op: In sommige culturen hebben mannen en vrouwen gescheiden leefwerelden. Het kan zijn dat de beste manier om de mening van de vrouwen te horen, bestaat uit het oprichten van een praatgroep waar mannen niet toegelaten worden.
- Er kan iemand in de organisatie aangesteld worden als ‘expert(e)’ of iemand die bij alle projecten steeds de man-vrouw gelijkheid zal analyseren.

Stap 4: Maak een analyse van de slaagkansen van de vooropgestelde doelen.
- Hebben de vooropgestelde doelen kansen en sterkten die tot duurzame relaties tussen mannen en vrouwen kunnen leiden.
- Wat zijn de bedreigingen en weerstanden in de organisatie of de omgeving die duurzame veranderingen in de weg kunnen staan.

Stap 5: Hoe kunnen deze acties praktisch uitgevoerd worden? Stel een actieplan op met doelstellingen en deadlines.
Wat moet er precies gebeuren om de man-vrouwgelijkheid te bevorderen in de organisatie? Wat moet er bereikt worden en tegen wanneer? Wie moet wat doen? Hoe kan je de taken verdelen? Is er voldoende materiaal en kennis in de organisatie aanwezig?

Stap 6: Voer de geplande activiteiten en veranderingen uit.

Stap 7: Vergeet niet om een tussentijds evaluatie en een eindevaluatie van de activiteiten uit te voeren.

 

Interessante websites, organisaties en brochures:

Heb je meer interesse in gender en ontwikkelingssamenwerking kijk dan op deze website: ‘Le Monde Selon les Femmes’. Daar kan je de Nederlandstalige brochure ‘Het essentiële van Gender: Sleutelbegrippen’ downloaden. - http://mondefemmes.be/

RoSa vzw is ook een organisatie die werkt rond gender. De genderchecklist van UNESCO is daar ter beschikking: Gender Lens, Training.-  http://www.rosavzw.be/

De ‘Sustainable Development Goals’ hebben een doelstelling die volledig gebonden is aan gendergelijkheid: ‘Goal 5: Achieve Gender Equality and Empower all Women and Girls’. Het belang van genderongelijkheid wordt er uitgelegd.-  http://www.un.org/sustainabledevelopment/gender-equality/

 


 Donwload hier de Genderchecklist:

vrijdag, 02 december 2016 14:31

Elektriciteit met duurzame zonne-energie

Geschreven door

Meerdere 4de Pijlers zijn actief rond zonne-energie en kunnen jouw project ondersteuning en advies bieden op dit vlak. Je kan onder meer terecht bij HUMASOL of Solar zonder Grenzen.

We plaatsen Solar zonder Grenzen in de kijker, omdat ze een zonnekiosk-kit ontwikkelden: een eenvoudig zonnesysteem waar elke organisatie mee aan de slag kan.


Solar zonder grenzen kleinSOLAR ZONDER GRENZEN

Solar Zonder Grenzen helpt sinds 2008 gemeenschappen in het Zuiden door zonnesystemen te installeren. Het jonge team van Solar zonder Grenzen installeerde al 170 zonnekiosken in Togo en Benin. Zo kregen al meer dan 40.000 mensen toegang tot licht en elektriciteit

In 2010 werd een eerste productie-eenheid van zonnepanelen, lampen en laders opgestart in Togo. Maar hoe goedkoop die ook waren, ze bleven te duur voor de gewone man. De oplossing werd gevonden in een verhuurmodel van lampen, die kunnen worden opgeladen in een de zonnekiosk.


DE ZONNEKIOSK

Een zonnekiosk is een centraal gelegen installatie met een zonnesysteem, geplaatst in een dorp zonder elektriciteitsvoorziening. Inwoners kunnen er een oplaadbare lamp huren en opladen, uiteraard op zonne-energie. Ook andere batterijen, bijvoorbeeld van gsm’s, kan men er tegen een kleine vergoeding herladen.

Elke zonnekiosk wordt gerund door een opgeleide lokale zelfstandige: de kioskhouder, die er goed zijn brood mee kan verdienen. Dit is een stimulans voor lokaal ondernemerschap.

 

DE ZONNEKIOSK-KIT

SolarKitSolar zonder grenzen ontwikkelde intussen de Zonnekiosk Kit: een compact zonnesysteem met 2 zonnepanelen, 2 batterijen en 100 oplaadbare lampen…, die je zo in je valies kan meenemen naar je project in het Zuiden. Eenmaal ter plaatse kan je de zonnepanelen aan de hand van een ‘plug and play systeem’ gemakkelijk zelf installeren op een doorgaans centraal gelegen gebouw in een dorp. Dit wordt dan de zonnekiosk genoemd.

Elke organisatie kan er dus mee aan de slag. Met deze Zonnekiosk-Kit genereer je duurzame energie om minstens 100 lampen en 100 gsm’s per week op te laden. En er zijn heel wat voordelen:

  • Met behulp van een lampenverhuursysteem wordt het project financieel in stand gehouden
  • Het genereert geld voor het onderhoud
  • Helpt mee aan het bereiken van de SDG 7 doelstellingen: affordable and clean energy for all
  • Het creërt jobs
  • Geen onderhoud vereist
  • Grote impact: 100 gezinnen van licht voorzien

Meer informatie:. Solar zonder Grenzen

Wil je advies om met zonne-energie aan de slag te gaan?  Of wil je een zonnekiosk aankopen? 

www.solarzondergrenzen.be - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. - Baron Ruzettelaan 7, 8310 Brugge, België

vrijdag, 30 september 2016 08:39

NGO Vliegtickets

Geschreven door

VOORDELIGE VLIEGTICKETS AAN NGO-VOORWAARDEN

>> DOWNLOAD onderaan deze pagina de brochure met alle informatie hierover 

Sinds lang bestaat er een systeem waarbij een aantal Europese luchtvaartmaatschappijen een beperkt aantal plaatsen op hun vluchten ter beschikking stellen van ngo’s aan bijzondere voorwaarden. Ook 4de Pijlers kunnen deze voordelige vliegtickets boeken.

Afhankelijk van de bestemming en de luchtvaartmaatschappij, bieden deze tickets, naast een aparte prijszetting, een verhoogde flexibiliteit bij wijziging, annulering en terugbetaling, soms ook de mogelijkheid om extra bagagekilo’s mee te nemen. Bij je ticket kan je bovendien een goedkope reisbijstandsverzekering boeken voor slecht € 3.

Het gaat dus niet noodzakelijk altijd om het goedkoopste ticket op de markt, maar het systeem biedt ook een pakket andere voordelen aan die in het kader van je project interessant kunnen zijn. Zeker als je regelmatig naar ‘moeilijke’ landen reist.

Het boeken van deze ngo-tickets verloopt via Uniglobe VDK Travel. Na een openbare aanbesteding werd VDK Travel hiervoor in 2016 opnieuw geselecteerd door de Belgische federatie van NGO’s. VDK Travel heeft dan ook een aantal medewerkers in haar team die gespecialiseerd zijn in de specifieke vragen van ontwikkelingsorganisaties. Ook tijdens je reis kan je trouwens beroep doen op assistentie via een 24/7-noodnummer bij dringende problemen buiten de kantooruren.

Deze tickets kunnen wel niet door iedereen gebruikt worden. Enkel personen die in het kader van een opdracht of een project naar het Zuiden reizen (en meereizende familieleden) komen in aanmerking. Ook jullie stagiairs en vrijwilligers dus. Maar reizen om toeristische of familiale redenen zijn uitgesloten, De luchtvaartmaatschappijen kunnen dit controleren en daarom wordt 4de Pijlers volgende voorwaarden opgelegd:

  • Je organisatie is minstens een vzw.
  • Je organisatie is aangemeld bij het 4de Pijlersteunpunt.
  • De reizen kaderen in een project van de organisatie.
  • Facturatie van de tickets gebeurt aan de organisatie, niet rechtstreeks aan de reiziger (er mag wel doorgefactureerd worden uiteraard).

Heb je concrete reisplannen ?

Met dit aanvraagformulier kan je je vraag vrijblijvend voorleggen aan VDK Travel.  Zij sturen je dan op korte termijn een prijsvoorstel. Je beslist dan zelf, en zonder verplichtingen, of je op dit voorstel ingaat of niet.

Maar je kan natuurlijk ook steeds gewoon contact opnemen met het kantoor van VDK Travel voor meer informatie
In deze brochure lees je alles over het aanbod van vliegtickets aan ngo-voorwaarden:

Vooral alle duidelijkheid: Het 4de Pijlersteunpunt stelt graag deze aanbieding beschikbaar aan4de Pijlers, op gelijke voet als voor de ngo’s, maar het 4de Pijlersteunpunt heeft zelf geen enkele contractuele band of commercieel voordeel bij dit aanbod en laat de verantwoordelijkheid voor het aanbieden en opvolgen ervan volledig aan Uniglobe VDK Travel.

donderdag, 29 september 2016 09:27

Ben je goed verzekerd?

Geschreven door

Vrijwilligers verzekeren binnen je 4de Pijlerwerking:  Hoe zit dat nu juist?

4de Pijlers werken zeer enthousiast en met veel vrijwilligersinzet aan de verwezenlijking van de projecten. Maar vroeg of laat loopt er wel eens iets mis. En dan is er materiële of, erger nog, lichamelijke schade…

Voorkomen is natuurlijk best. Je goed informeren en de risico’s goed inschatten is belangrijk. Maar hoe kan je deze risico’s verzekeren? Wat is verplicht? En hoe voorkom je dat je zelf persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld?

 

1. Zijn jullie een feitelijke vereniging of een vzw?

Bij een feitelijke vereniging zijn de leden individueel aansprakelijk wanneer aangegane verbintenissen of afspraken niet nagekomen worden (Bijvoorbeeld: gehuurd materiaal is beschadigd, er blijft een financiële put na een benefiet, het dak van de school die je bouwde in het Zuiden stort in en jullie worden verantwoordelijk gesteld,… ).

Bij een vzw is de vzw aansprakelijk en wordt het privébezit van de leden gevrijwaard (behalve bij ernstige fouten).

 

2. Wie is vrijwilliger?

Je bent vrijwilliger als:

  • Je zet jezelf in voor een organisatie (vb. Je helpt mee op de kerstmarkt, je zit in het bestuur van een 4de Pijler, je reist mee naar het Zuiden om het project te helpen realiseren,..)
  • Je verdient er geen geld mee -
  • Niemand verplicht je om dit te doen.

Je bent dus geen vrijwilliger:

  • wanneer je geld schenkt of deelneemt aan een activiteit, zoals een solidariteitsetentje of een benefietconcert, ...
  • ook stagiairs zijn geen vrijwilligers: Stagiairs in het kader van een opleiding vallen niet onder de vrijwilligerswet. Bekijk samen met je kandidaat-stagiair en zijn onderwijsinstelling welke verzekering voorzien is vanuit de school en wat de concrete afspraken zijn, zodat niemand voor verrassingen komt te staan…

 

3. Mag iedereen ‘vrijwilligen’?

Iedereen mag vanaf het jaar waarin je 16 jaar wordt, vrijwilligerswerk doen, maar soms moeten er wel wat formaliteiten vervuld worden. Ontvang je, bijvoorbeeld een werkloosheidsuitkering, een leefloon of een ziekte-uitkering, dan moet je dat vrijwilligerswerk vooraf melden en hier toestemming voor vragen. Meer info over al die formaliteiten lees je op de webiste www.kamiel.info

 

4. Welke verzekeringen moet je als 4de pijler voorzien voor je vrijwilligers?

A. Burgerlijk Aansprakelijkheid

Als VZW ben je verplicht om je vrijwilligers te verzekeren tegen schadeclaims van derden via een verplichte verzekering Burgerlijk Aansprakelijkheid. Dat kan je doen bij een privéverzekeraar. Maar je kan ook beroep doen op een gratis BA-verzekering.

Omdat de Wet op het Vrijwilligerswerk deze verzekering sinds enkele jaren verplicht voor elke vereniging, werd door de overheid een aanbod uitgewerkt met een gratis BA- verzekering voor lokale verenigingen. 

Tot einde 2017 werd deze verzekering via de provincies aangeboden. Door de beslissing om taken van de provincies in te krimpen, zijn de provincies hiervoor niet meer bevoegd. Vanaf 1 januari 2018 biedt de Vlaamse Overheid daarom de gratis vrijwilligersverzekering aan.

Vooral organisaties die sporadisch vrijwilligers inschakelen bij activiteiten kunnen een beroep doen op de vrijwilligersverzekering.  De verzekering is geen vervanging van de jaarverzekering van leden en vrijwilligers bij een vzw of lokale afdeling van een koepel, maar bedoeld om extra vrijwilligers te verzekeren. De polis dekt maximaal 100 gratis vrijwilligersdagen. Eén vrijwilligersdag staat voor een verzekering voor één vrijwilliger.

Jullie vereniging kan daar dus ook op intekenen. Meer informatie hierover op de website van het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk, op de website van Belfius of op de website van de Vlaamse overheid

Als feitelijke vereniging heb je geen wettelijke verplichting, maar raden wij ten zeerste aan om deze verzekeringen toch aan te gaan. Geen verplichting betekent niet dat je niet aansprakelijk kan gesteld worden!

 

B. Lichamelijke ongevallen

De verzekeringsplicht betreft alleen de burgerlijke aansprakelijkheid, maar de polis aangeboden door de provincies dekt je vrijwilligers ook tegen lichamelijke ongevallen. Nochtans moeten de vrijwilligers daarvoor in de eerste plaats terugvallen op hun eigen ziekteverzekering. Via hun ziekenfonds of, in het buitenland, via een reisverzekering. Bij missies in het buitenland is het dus belangrijk om bij jullie vrijwilligers aan te dringen om in eigen naam een goede reisverzekering af te sluiten. Of hen vanuit jullie organisatie zo'n reisverzekering aan te bieden

Maar ook dat dekt misschien niet alle kosten. Daarom is het ook aangeraden om dit eventueel aan te vullen met een polis ‘Lichamelijke ongevallen vrijwilligers’ via een verzekeraar.


Lees de verzekeringspolis altijd grondig.
Check de ingangsdatum, de verzekeringsduur, het verzekerde bedrag, het eventuele eigen risico… enz.

 

Maak ook afspraken met je vrijwilligers in een afsprakennota.
Daarin beschrijf je wie waarvoor instaat: Welke verzekering voorziet de organisatie? Welke verzekering moeten ze zelf voorzien? En wat zijn de afspraken over andere kosten: Welke vergoedingen zijn voorzien? Wie betaalt de vervoers- en verblijfskosten? Wat is hun taak en hun opdracht en wat wordt er van hen verwacht? Op welke ondersteuning kunnen ze beroep doen bij problemen? Enz.. (Jint stelde hiervoor een inspirerend kwaliteitskader op).

Werk je met stagiairs, check dan bij de onderwijsinstelling welke verzekering voorzien is vanuit de school en wat de concrete afspraken zijn. 

 

C. Verzekeren van activiteiten

Indien je activiteiten organiseert (bv. fondsenwerving ) waar ook buitenstaanders aan deelnemen, maak dan een inschatting van de risico’s. Voor een lezing of infoavond is een extra verzekering vermoedelijk niet nodig. Maar organiseer je een sponsorloop of sportwedstrijd, dan is het misschien toch aangewezen om een verzekering lichamelijke letsels te voorzien voor de deelnemers. Geef alleszins op voorhand duidelijke informatie aan de deelnemers om discussies achteraf te vermijden.

 

D. Huur van materiaal

Indien je materialen huurt (vb. muziekinstallatie voor een benefietconcert), lees dan goed de voorwaarden. Soms ben je verplicht om een bijkomende verzekering te nemen. Soms is dat niet verplicht, maar wordt schade of verlies wel aangerekend aan de huurder.

 

 


 

Meer informatie of advies  -  Op de website van Scwitch vind je een interessant overzicht van de mogelijkheden en verplichtingen voor VZW’s inzake verzekeringen: www.scwitch.be

SCWITCH is een nieuw initiatief van de socio-culturele sector om organisaties en verenigingen zakelijk wegwijs te maken en bij te staan. Je kan eventueel ook steeds met hen contact opnemen met een dergelijke vraag.

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Praktische gids voor projecten met kinderen in ontwikkelingslanden (Mirjam Vossen,2015)

Miljoenen kinderen in ontwikkelingslanden moeten het stellen zonder een veilige thuis. Ze wonen in een kinderhuis, leven op straat of krijgen thuis niet de zorg die ze verdienen. Tientallen 4de Pijlers bekommeren zich om het lot van deze kinderen en willen graag iets voor hen doen. Daarbij stuiten ze op vragen en dilemma’s: hoe kun je kwetsbare kinderen in ontwikkelingslanden het beste helpen? Is een kinderhuis wel de beste oplossing of zijn er alternatieven? En hoe kun je als vrijwilliger een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen?

De brochure “Kinderen zonder ‘thuis'' van Mirjam Vossen is een praktische gids met tips voor iedereen die zich inzet voor kwetsbare kinderen in ontwikkelingslanden. In acht korte hoofdstukken, met veel voorbeelden uit de praktijk, komen de belangrijkste vragen rond de zorg voor deze kinderen aan de orde.

Het uitgangspunt is dat elk kind het recht heeft om op te groeien in een liefdevol gezin. De inzet van 4de Pijlers en vrijwilligers zou zich in de eerste plaats moeten richten op steun aan (pleeg)gezinnen, en pas in de laatste plaats op de opvang in kinderhuizen. De gids

  • Je kan een GRATIS EXEMPLAAR aanvragen per post door een e-mail te sturen aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Stuur ons je adres en we bezorgen je een exemplaar per post.
  • Je kan de gids hier gratis DOWNLOADEN

11.11.11 – 4de pijlersteunpunt
Jacques Mevis, 2015

Containerhulp en het transporteren van goederen naar het Zuiden? Veel organisaties doen het, maar in de wereld van de ontwikkelingssamenwerking worden er ook heel wat vraagtekens bij geplaatst. Voor de één is het een heel concrete en tastbare manier om bij te dragen aan een hulpproject. Voor een ander kan je dit onmogelijk zinvolle ontwikkelingssamenwerking noemen.

Ervaring leert echter dat veel afhangt van hoe je het aanpakt. Hier daarom een lijstje van vragen die je jezelf zou kunnen stellen voor je begint met het organiseren van een hulpgoederentransport.

 

1. Wat kost het om een transport te organiseren?
Goederen transporteren is duur. Organisaties schrikken daar wel eens van. Een container naar Afrika verschepen kost al snel meer dan 5.000 euro. Nadien volgt er dan soms nog een duur en risicovol transport om de goederen van de haven tot op hun eindbestemming in het binnenland te brengen.

Je moet natuurlijk ook nog een budget voorzien om de hulpgoederen zelf aan te kopen. Tenzij je gratis over tweedehandsgoederen kan beschikken of via een inzameling een hele vracht goederen bij elkaar krijgt. Maar ook dan mag je niet uit het oog verliezen dat je toch een stevig budget moet voorzien voor het inzamelen, sorteren, opslaan en verzenden van de goederen.

 

2. Is ons budget goed besteed?
Maak eerst een kosten-batenbalans op. Heb je, bijvoorbeeld, 5000 euro beschikbaar, vraag je dan misschien eerst af of dit bedrag niet op een betere manier in je project geïnvesteerd kan worden, voor je een duur transport organiseert.

Is het, bijvoorbeeld, niet doeltreffender om voor dat bedrag in het land zelf schoolgerief aan te kopen voor het schooltje dat jullie steunen?  Of kan je niet beter een plaatselijke timmerman de opdracht geven om banken voor het schooltje te timmeren, in plaats van afgeschreven schoolbanken uit Vlaanderen met een dure container te verzenden. Zo zorg je ook nog eens voor plaatselijke werkgelegenheid. Of misschien bereik je meer met dat bedrag door het schoolgeld van een aantal kinderen te sponsoren of ervoor te zorgen dat de leraren een beter loon betaald krijgen of opleiding kunnen volgen.

 

3. Wat is het vertrekpunt van jullie initiatief? Vraag- of aanbodgestuurd?
Een organisatie krijgt toevallig een partij oude computers aangeboden, of een lot medisch materiaal of speelgoed. Het materiaal is nog in uitstekende staat en dus vinden ze het een zonde om het verloren te laten gaan. ‘In het Zuiden kunnen ze alles gebruiken’, klinkt het en dus gaat het de container op. Maar wie zit er ginds op die goederen te wachten?

Een klein gezondheidscentrum in het Zuiden krijgt plots gratis een partij materiaal aangeboden om een volledig tandartskabinet in te richten. Ze zullen uiteraard niet snel weigeren. Alleen, voordien was er helemaal geen sprake om aan tandheelkunde te doen. Integendeel, de begeleiding van zwangere vrouwen bij bevallingen is er een veel grotere prioriteit. Maar de werking en de planning van het kleine gezondheidscentrum worden dan maar aangepast: Er wordt dan toch maar aan tandheelkunde gedaan.

Veel interessanter is het als een initiatief vertrekt van een vraag die van het project zelf uitgaat. Maak eerst een grondige analyse van wat er nodig is om dat project te realiseren. Dan kan je nadien gericht op zoek gaan naar de juiste goederen en weet je meteen dat de goederen die je verzendt  ook een echte meerwaarde zullen bieden.

De sleutelvraag bij het organiseren van een transport is uiteindelijk: Hebben de verzonden goederen ter plaatse een echte meerwaarde? Die garantie heb je vooral als de zending kadert binnen een ruimer project.  Ga je die oude naaimachines zomaar uitdelen of zijn ze een onderdeel van een opleidingsprogramma om vrouwen een zelfstandig beroep aan te leren? Is de kous af als jullie die banken en schoolmateriaal aan het schooltje geschonken hebben of is er ook een plan om het schooltje ook structureel te ondersteunen (Zijn er leraars? Worden ze betaald? Komen de kinderen naar school? …).  Stuur je heel gericht een partij geneesmiddelen om een specifiek gezondheidsprogramma te ondersteunen of stuur je zomaar lukraak wat onder het motto ‘Ze kunnen daar alles wel gebruiken’ past?

 

4. Hoe zit het met de lokale markt?
De massale import van goedkope textiel- of landbouwproducten verstoort de lokale markt in heel wat (Afrikaanse) landen. Kwetsbare kleine producenten uit het land zelf kunnen dikwijls de concurrentie niet aan met goedkope producten uit het buitenland.

Om ‘dumping’ tegen te gaan, hebben steeds meer (Afrikaanse) landen ook een wetgeving die het invoeren van tweedehandsgoederen, zoals kleding, verbiedt of aan banden legt

Die enkele tonnen goederen die jullie verzenden, zullen natuurlijk de hele markt niet ontwrichten. Toch kan dit lokale mensen kansen ontnemen. Ga na of je niet beter goederen in het land zelf aankoopt. Je stimuleert er de lokale industrie, de lokale handel en de lokale werkgelegenheid mee. Dat geldt dan vooral voor goederen die ook in het land zelf worden verhandeld en/of geproduceerd.

Maar ook omgekeerd kan het geval zijn. Als je, bijvoorbeeld, naaimachines ter beschikking stelt van vrouwen die een naaicursus volgen, zodat ze nadien zelf een klein naaiatelier kunnen opstarten, lever je wellicht juist een positieve bijdrage aan die lokale economie.

 

5. Kunnen de goederen door de begunstigden gebruikt, onderhouden en hersteld worden?
Met elektrische toestellen en toestellen die batterijen vereisen, kan je op veel plaatsen al niet terecht. Dikwijls zijn er geen vervangstukken beschikbaar of ontbreekt de technische kennis om de apparaten te onderhouden en te herstellen.

Een kopieermachine, een printer en veel medische of technische toestellen kunnen een vergiftigd geschenk zijn. De gebruiker is immers afhankelijk van de mogelijkheid om de accessoires te verkrijgen en te betalen. Kies daarom ook voor merken en modellen waar in het land van bestemming onderdelen beschikbaar voor zijn.

Ook op het verzenden van computers klinkt heel wat kritiek. Afrika wordt overspoeld met afgedankt informaticamateriaal. Het materiaal veroudert snel of is al verouderd als het hier vertrekt. Afrika zit zo met de oude rommel opgescheept. En producenten ontlopen hun verantwoordelijkheid om het materiaal – dat nogal wat vervuilende metalen bevat - op een duurzame manier te recycleren.

 

6. Hoe zit het met de plaatselijke wetgeving en met de administratieve formaliteiten?
Elk land heeft eigen import- en douaneformaliteiten. Daar moet je dus goed van op de hoogte zijn. Je kan daarom best samenwerken met een organisatie die van wanten weet “Maar zelfs dan”, vertelt Wereld-Missiehulp, “hadden we ooit een zending waarbij de regelgeving in het land van bestemming wijzigde terwijl het transport onderweg was.”

Voor alle goederen die je invoert – ook gratis goederen – heb je minstens een pro formafactuur nodig. Dat vraagt al heel wat papierwerk. Bovendien is het niet altijd evident om goederen als humanitaire goederen te laten invoeren, zodat je van een verminderd douanetarief kan genieten. Veel landen zijn daar erg streng op, ondermeer omdat sommige malafide organisaties hier misbruik van maken. Dikwijls moet je goed kunnen aantonen voor wie de goederen bestemd zijn en met wie je in het land zelf gaat samenwerken.

Om ‘dumping’ tegen te gaan en om de producenten in het land te beschermen, hebben sommige landen ook een wetgeving die het invoeren van tweedehandsgoederen, zoals kleding, verbiedt of aan banden legt

 

7. Hoe zit het met de risico’s?
Als je container in het land van bestemming is toegekomen, kunnen de goederen het mikpunt worden van diefstal en corruptie. Goederen verdwijnen onderweg en 'vallen van de vrachtwagen’. En zodra ze ter bestemming zijn, moeten ze ook op een veilige manier opgeslagen kunnen worden.

Ten slotte loop je het risico om geconfronteerd te worden met de plaatselijke corruptie en met de mogelijke onwil van de lokale autoriteiten. Het ‘dedouaneren’ van goederen en van een container kunnen soms maandenlang duren en veel geld kosten als je de juiste weg niet kent of de juiste contacten niet hebt.


 8. Hoe organiseer je de verdeling van de goederen?
De verdeling van de goederen is een gevoelig punt. Je kan nooit iedereen tevreden stellen en dat kan leiden tot spanningen en afgunst. Denk dus vooraf na hoe je dit gaat aanpakken. Hoe zorg je ervoor dat alles ordelijk verloopt? Wie heeft recht op wat? Welke afspraken maak je daarover met jullie lokale partnerorganisatie? Welke afspraken maak je met de begunstigden? Hoe stel je je op tegenover de niet-begunstigden?

 

9. Wie kan ons helpen bij het organiseren van een transport? Waar kan ik terecht voor advies en ondersteuning?
Als je een transport organiseert, werk je best samen met iemand die van wanten weet. Je kan steeds terecht bij bedrijven die gespecialiseerd zijn in overzeese transport. Dit is meestal erg duur, tenzij je een firma vindt die jullie project wil sponsoren door het transport en de logistieke ondersteuning ter beschikking te stellen.

In Vlaanderen is de organisatie Wereld-Missie Hulp gespecialiseerd in het verzenden van hulpgoederen voor het goede doel. Zij verzenden goederen naar meer dan 40 landen en zijn beschikbaar voor iedereen die een hulptransport wil organiseren. Zij nemen de organisatie van het transport voor hun rekening, regelen al het papierwerk en volgen de goederen op tot in de haven van bestemming. Ook dit kost geld natuurlijk, maar de kosten liggen lager en Wereld-Missiehulp kan in sommige gevallen een verminderd tarief aanbieden.

Je kan steeds contact opnemen met de verzendingsdienst van WMH voor informatie en advies. Contacteer Wereld-Missie Hulp VZW, Provinciesteenweg 400, 2530 Boechout - 03 454 14 15 - info Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. http://www.wereldmissiehulp.be/verzending/

 

10. Kunnen we de goederen geen andere bestemming geven?
Als je na het lezen van bovenstaande tips twijfelt of het organiseren van een transport wel haalbaar is, kan je misschien overwegen of je de goederen die je ter beschikking hebt niet op een andere manier kan aanwenden. Misschien kan je ze verkopen via een veiling, via een tweedehandsbeurs of via het internet. Of stel de aanbieders van schoenen, kleren of schoolbenodigdheden voor om hun spullen zelf te verkopen en dan de opbrengst daarvan naar jullie organisatie te storten.

Of als je het gewoon een zonde vindt om die goederen verloren te laten gaan, kan je ze misschien schenken aan een organisatie die hulp in eigen land biedt.

dinsdag, 03 november 2015 13:20

Mag ik zomaar verkopen voor het goede doel?

Geschreven door

Mag je zomaar producten verkopen voor het goed doel?

Als 4de Pijler organiseer je al eens een verkoopactie om je project te steunen.. Maar mag je zomaar producten verkopen op een kerstmarkt, op straat of van deur tot deur?  "Heb je daar geen vergunning voor nodig?", vroegen enkele 4de Pijlers.  We zochten het uit.

Als je regelmatig  ambulante, commerciële handel drijft, moet je wel degelijk een vergunning hebben om te mogen verkopen in de openbare ruimte (de zogenaamde ‘leurderskaart’).
De Vlaamse overheid heeft echter een aparte regeling uitgewerkt voor occasionele verkopen zonder commercieel doel, zoals verkoop op rommelmarkten of verkoop met een menslievend, sociaal, cultureel, educatief of sportief doel of ten bate van de natuur.

Als 4de Pijler val je binnen de categorie ‘ten voordele van een menslievend doel’.  Daar heb je dan geen vergunning voor nodig, maar je hebt wel een meldingsplicht.
Als jullie verkoopactie beperkt is tot één gemeente, moet je de actie in principe aanmelden bij die gemeente via het formulier ‘niet-commerciële verkoop’ dat je bij de gemeente kan verkrijgen.  Dat is kosteloos en je moet gewoon melden wie je bent, wat je gaat doen en voor welk doel. Geen paniek echter: in de praktijk is het zeker niet zo dat elke gemeente er een punt van maakt dat elke actie op deze manier aangemeld wordt.

Voor grotere acties, die zich uitstrekken over meerdere gemeenten of over heel Vlaanderen (zoals, bijvoorbeeld, de acties van het Rode Kruis of Kom op tegen kanker) is het natuurlijk moeilijk om bij elke gemeente apart melding te doen.
Acties die plaatsvinden in meer dan 3 gemeenten moet je daarom aanmelden bij de dienst reglementen van het Vlaams Agentschap Ondernemen. Dat kan gewoon door een mailtje te sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. waarin je meldt wie je bent, wat je gaat doen en ten voordele van welk ‘menswaardig doel’ je een verkoop organiseert. Dat is ook kosteloos en daar zijn ook verder geen specifieke formaliteiten aan verbonden. Je ontvangt dan een brief die je kan tonen als de betreffende gemeente daar dan naar vraagt.

Je vindt hier de regeling van Vlaamse overheid voor verkopen zonder commercieel doel.
 

Maar geldt dit ook voor het werven van giften?

Er is een verschil tussen de verkoop van goederen en diensten (waarbij de tegenpartij iets in ruil krijgt voor het bestede geld) en het werven van giften ‘om niet’ voor je project.
Als je niets verkoopt, maar enkel een steunbijdrage vraagt, valt dat niet onder bovenstaande regeling. In principe is het niet verboden om mensen in de openbare ruimte aan te spreken en om geld of een gift te vragen, tenminste als je daarbij de openbare orde respecteert. Denk, bijvoorbeeld, aan de fondsenwervers van diverse goede doelenorganisaties die je regelmatig aanspreken in de winkelstraten.

Naar de letter van de wet is het in België dan ook niet verboden om te ‘bedelen’. Alleen het exploiteren van bedelarij staat nog in de strafwet, sinds de wet op de landloperij in 1993 werd herzien. Bedelen zelf mag. Maar toch beteugelen heel wat lokale besturen het bedelen op hun grondgebied via bepalingen in het lokale politiereglement. 

Het is dan ook aangewezen om toch te informeren bij de lokale overheid en goede afspraken te maken als je een actie opzet. En als je actie voert op privéterrein, zoals aan een supermarkt bijvoorbeeld, moet je uiteraard afspraken maken met de verantwoordelijken daar.

dinsdag, 18 augustus 2015 15:17

Hoe werkt de website praktisch?

Geschreven door

 

  • Wie kan zich registreren op de website?
  • Waar kan ik terecht met mijn vragen?
  • Wanneer kan ik het 4de Pijlersteunpunt contacteren? (openingsuren)
  • Hoe kan ik mijn 4de Pijlerorganisatie toevoegen op de website?
  • Hoe kan ik een zoekertje plaatsen of een evenement aankondigen op de website?
  • Hoe kan ik de nieuwsbrief ontvangen?
  • Ik ken mijn gebruikersnaam of paswoord niet meer?
  • Kan ik 'erkend' worden door het Vlaamse 4de Pijlersteunpunt?

 

Wie kan zich registreren op de website?
Elk 4de pijlerinitiatief met een actieve werking vanuit Vlaanderen of Brussel kan zich op de website registreren.
De registratie op de website staat niet gelijk aan een officiële erkenning of goedkeuring van de organisatie door de Vlaamse overheid. Lees de disclaimer voor meer informatie.
Erkende ngo's of andere organisaties die diensten kunnen of willen aanbieden aan de 4de pijlerinitiatieven kunnen zich niet registreren in de databank maar kunnen wel een zoekertje plaatsen na aanvraag.
 
Waar kan ik terecht met mijn vragen?
Aan de website van het 4de Pijlersteunpunt is ook een helpdesk gekoppeld, waar je terecht kan met al je vragen over ontwikkelingssamenwerking en over je eigen project. Heb je een vraag, dan kan je die stellen:
• via de website: Je kan een vraag invullen op het contactformulier of rechtstreeks een mail sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
• telefonisch: bel het 4de Pijlersteunpunt op: 02 536 19 51.
• tijdens een persoonlijk gesprek op afspraak: Je kan steeds een afspraak maken voor een oriënterend gesprek met één van de medewerkers van het 4de Pijlersteunpunt op het kantoor van het 4de Pijlersteunpunt in Brussel. Het Steunpunt organiseert ook occasioneel consultatiemomenten op diverse plaatsen in Vlaanderen waar je op gesprek kan komen. 

Wanneer kan ik het 4de Pijlersteunpunt contacteren? (openingsuren)
Het 4de Pijlersteunpunt is in principe bereikbaar op weekdagen van 9u tot 17u.
Maar ook tijdens kantooruren zal er regelmatig niemand aanwezig zijn op het kantoor. Laat dan je bericht achter, en we bellen je terug.
Stuur je een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. , dan beantwoorden we je bericht bij voorkeur de volgende werkdag.

Hoe kan ik mijn 4de Pijlerorganisatie toevoegen op de website?
Klik op de startpagina op de knop 'Registreer je 4de Pijler' en doorloop de stappen van het registratieproces.
Lukt het niet meteen, contacteer ons dan gerust met je vragen.
 
Hoe kan ik een zoekertje plaatsen of een evenement aankondigen op de website?
Om zelf een zoekertje te plaatsen of een evenement aan te kondigen moet je geregistreerd zijn op de website en moet je ingelogd zijn met je gebruikersnaam en paswoord.  Als je ingelogd bent, kan je via de links in de rechterkolom jouw activiteiten en zoekertjes beheren.
Als je geen 4de Pijlerorganisatie bent en dus niet geregistreerd bent, kan je toch een zoekertje indienen. Stuur alle informatie door naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .
 
Hoe kan ik de nieuwsbrief ontvangen?
Op de website kan je in de rechterkolom jouw mailadres toevoegen. Klik vervolgens op de knop 'inschrijven' en je mailadres wordt opgenomen in de verzendlijst.

Ik ken mijn gebruikersnaam of paswoord niet meer?
Met je gebruikersnaam(dikwijls is dat je e-mailadres) kan je via de startpagina van de website een nieuw paswoord aanvragen. Klik daarvoor op ‘paswoord vergeten’
Ken je ook je gebruikersnaam niet meer, mail dan naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en we zoeken het voor je op.
 
Kan ik 'erkend' worden door het Vlaamse 4de Pijlersteunpunt?
Het Vlaams 4de Pijlersteunpunt kent geen officiële erkenning toe aan 4de Pijlerinitiatieven. De organisaties, die aangemeld zijn op de website, zijn inhoudelijk niet gescreend. De organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun fiche.
 

 

 

dinsdag, 04 augustus 2015 13:17

Vrijwilligers en stagiairs uitsturen

Geschreven door

Vlaams Steunpunt vrijwilligerswerk

1. Inleiding

  

1. Inleiding

 

Heel wat 4de Pijlerinitiatieven sturen vrijwilligers/stagiairs uit naar het Zuiden en zijn regelmatig op zoek naar geschikte kandidaten. Steeds meer mensen zijn ook op zoek naar stageplaatsen en vrijwilligerswerk in het Zuiden.

Het lijkt eenvoudig om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, maar de realiteit is vaak complex en er spelen veel factoren mee.

De vrijwilliger of stagiair moet eerst een geschikte uitzendorganisatie vinden. Een uitzendorganisatie moet weten hoe geschikte kandidaten te vinden. Nadien moet elke betrokken partij ook weten wat zij van elkaar kunnen verwachten: Hoe verloopt de rekrutering en voorbereiding? Hoe wordt de opdracht begeleid? Wat is ieders inbreng? Wanneer is de opdracht beëindigd en wat zijn de verwachtingen na de terugkeer in Vlaanderen?

Er komen ook de talrijke praktische kantjes  kijken bij de inzet van vrijwilligers in het Zuiden: inentingen, reiskosten, verzekeringen, huisvesting, verblijfskosten, werkingskosten, verblijfsvergunning, andere financiële aspecten, enz.

Het is daarom aangewezen om als uitzendorganisatie, als 4de Pijler een duidelijk beleidskader uit te bouwen dat de vrijwilliger/stagiair toelaat om zich zonder al te veel risico’s en in optimale omstandigheden te engageren. Best wordt de samenwerking ook vastgelegd in een duidelijk contract, opgesteld in nauwe samenspraak met de partner in het Zuiden.

In elk geval dient ook de partnerorganisatie in het Zuiden voldoende betrokken te zijn bij de afspraken rond het uitsturen van vrijwilligers/stagiairs. Door ze ook te betrekken bij de rekrutering kunnen heel wat misverstanden uitgesloten worden.

2. Vragen vooraf

 

Het geheim van een geslaagde inzet van vrijwilligers in het Zuiden zit vooral in een goede voorbereiding.

Als je overweegt om vrijwilligers uit te sturen, stel jezelf dan eerst een aantal vragen :

 

    • Wat verwacht je van je vrijwilligers en stagiairs?
    • Stel je bepaalde voorwaarden voorop?
    • Heb je een duidelijke opdracht en takenpakket voor ogen?
    • Kan je als organisatie voldoende omkadering aanbieden?
    • Wat is de rol van partners in het Zuiden bij het begeleiden van vrijwilligers/stagiairs?
    • Welke concrete voorbereiding verwacht je van de vrijwilliger/stagiair?
    • Wat verwacht je van de vrijwilliger/stagiair achteraf (welk terugkeerproject)?

 Hoe pak ik het aan?

Laat de partner in het Zuiden een belangrijke rol spelen bij het uitwerken van de opdracht en het takenpakket. Betrek hem indien mogelijk ook bij de rekrutering. Geef een korte omschrijving van je project en zorg ervoor dat het takenpakket precies ingevuld is. Belangrijk is dat je ook het profiel van de vrijwilliger/stagiair zorgvuldig verwoordt, zodat je een passende kandidaat vindt. Verder is het belangrijk dat de vrijwilliger/stagiair goed zijn plaats en rol in het project begrijpt en weet op welke wijze hij/zij ingebed zit in het team van het project, wie de directe collega’s zijn en wie de direct verantwoordelijke is. Tot slot is het nodig om bij de rekrutering de verwachtingen van de uitzendorganisatie rond een terugkeerproject aan te kaarten. Een degelijk uitgewerkte uitzendovereenkomst kan voor bijkomende duidelijkheid zorgen.
Tip: een duidelijke afbakening vooraf zorgt voor minder problemen achteraf!

 
3. Waar vind ik kandidaat vrijwilligers of stagiairs?

    • Op www.11.be/vacatures  vind je mogelijke kandidaatstellingen van mensen die graag vrijwillig naar het Zuiden willen vertrekken. Als geregistreerde organisatie kan je ook zelf een vrijwilligersvacature plaatsen.
    • Ook in de databank van vrijwilligerswerk.be  kan je een zoekertje laten opnemen.
    • Je kan eventueel  bouworde vzw contacteren om te zien of ze jouw project willen opnemen in hun aanbod van werkkampen.
    • Elke Hogeschool heeft tegenwoordig een internationale dienst die het toenemende aantal studenten met een studieopdracht binnen of buiten Europa opvolgt en begeleidt..

 

4. Voorbereiding op de missie

 Zorg dat je vrijwilligers goed voorbereid zijn voor ze vertrekken. Hier vind je enkele tips:

    • Licht het project goed toe, zodat de vrijwilliger weet waar hij/zij zal terecht komen.
    • Geef de vrijwilliger zoveel mogelijk achtergrondinformatie mee.
    • Overloop met de vrijwilliger het takenpakket. Zorg ervoor dat het duidelijk omschreven is. Het takenpakket wordt best samen opgemaakt met de mensen in het Zuiden, zodat zij ook weten wat de vrijwilliger kan bieden en wat hen te doen staat.
    • Je mag gerust verwachtingen opstellen, waaraan de vrijwilliger moet voldoen. Het is vrijwilligerswerk, maar het is niet vrijblijvend. Deze verwachtingen kunnen enerzijds gaan over het werk in het Zuiden, anderzijds kan dit ook gaan over een engagement in Vlaanderen als vrijwilliger in jullie initiatief.
    • Zorg ervoor dat alles duidelijk is betreffende de praktische zaken (vervoer, inentingen, visum, accommodatie, vergoeding, uitstapjes, werktijd, verzekeringen, enz.) en maak goede afspraken over wie waarvoor instaat.
    • Het kan handig zijn om bovenstaande punten op papier te zetten in een 'vrijwilligersovereenkomst'. Dan zijn de afspraken voor iedereen duidelijk.
    • Geef de vrijwilliger zoveel mogelijk mee over de cultuur en gewoontes van het land. Geef hem/haar enkele tips mee over bepaalde gebruiken.

Vorming: Het kan aangewezen zijn de vrijwilligers vooraf vorming te laten volgen. 
Het 4de Pijlersteunpunt richt regelmatig vormingen in. Een overzicht van algemene vormingen kan je vinden in
de kalender.

 

10 waarden en principes voor kwaliteitsvolle mobiliteit naar het Zuiden : JINT heeft in 2009 een kwaliteitskader ontwikkeld, waarin 10 waarden en principes centraal staan die belangrijk zijn voor een kwaliteitsvolle mobiliteit naar het Zuiden. Ook dat kan een leidraad zijn om de vrijwilliger voor te bereiden.

 

 

5. Begeleiding in het Zuiden

 

Aankomst in het Zuiden

Met de uitzending van de vrijwilliger naar het Zuiden verschuift het zwaartepunt van de begeleiding naar de partnerorganisatie in het Zuiden. Zij moet capaciteiten en verwachtingen van de vrijwilliger koppelen aan de context en realiteit van het project en aan haar eigen verwachtingen. De partnerorganisatie is ook het eerste aanspreekpunt in geval van vragen en problemen. Indien deze de partner overstijgen, zorg je best voor een contact in het Zuiden waar de vrijwilliger/stagiair terechtkan. En zorg ervoor dat je als uitzendorganisatie in het Noorden contacteerbaar en aanspreekbaar blijft.

 

Hoe bereid ik de partner in het Zuiden voor en wat verwacht ik van hem?

Wat is de rol van de Zuidpartner bij de voorbereiding en tijdens het verblijf? Kan de partner ginds voor omkadering en begeleiding zorgen?

Mensen in het Zuiden weten soms niet hoe ze moeten omgaan met Vlamingen die komen helpen in hun project. Tracht daarom het verblijf voor te bereiden in goed overleg met de Zuidpartner. Dan zal die zich ook mee verantwoordelijk voelen.

 

Enkele tips: 

    • Zorg dat de inzet geen last is voor je Zuidpartner. Het moet ook voor hem een win-situatie betekenen. Situeer de opdracht van de vrijwilliger/stagiair zoveel mogelijk binnen de ambitie van de partner zodat deze er alle belang bij heeft om in te staan voor een degelijke begeleiding van de vrijwilliger/stagiair.
    • Laat je Zuidpartner de opdracht en het takenpakket uitwerken. Duidelijke afspraken zijn alvast een goed begin. Dan weet ook de Zuidpartner wat hij mag verwachten. Hij kan zelf best inschatten welk profiel er precies nodig is.
    • Het is belangrijk dat de mensen in het Zuiden goed weten wie er komt en wat de verwachtingen zijn van de vrijwilliger/stagiair. Zij zullen immers effectief moeten samenwerken met de vrijwilliger/stagiair.
    • Maak vooraf goede afspraken over praktische zaken (verzekeringen, accommodatie, vergoeding, uitstapjes, werktijd, enz.).
    • Laat de Zuidpartners zo mogelijk een rol spelen bij de rekrutering van de vrijwilliger/stagiair. Dat maakt hen mee verantwoordelijk voor het succes van de inzet. Een uitzendovereenkomst opgesteld in samenwerking met de Zuidpartner én in zijn taal is geen overbodige luxe.
    • Bij aankomst in het project is er voldoende flexibiliteit en creativiteit nodig bij de vrijwilliger en de Zuidpartner om de verwachtingen van beide partijen beter op mekaar af te stemmen, zodat de inzet in optimale omstandigheden van start kan gaan.
    • Het is belangrijk dat de vrijwilliger bij de Zuidpartner een vast contactpersoon heeft bij wie zij/hij terecht kan voor vragen en problemen. Ook een aanspreekpunt buiten het project waar zij/hij altijd naar kan bellen in moeilijk momenten of met problemen die de Zuid-partner overstijgen, is aangewezen.
    • Het is relevant dat de Zuidpartner af en toe evaluatiemomenten inlast, waarop het vrijwilligerswerk met de vrijwilliger en de andere betrokken medewerkers bekeken wordt: een tussentijdse stand van zaken die toelaat om zo nodig bij te sturen. Zo kunnen problemen tijdig gedetecteerd worden.
    • Ook een eindevaluatie met alle betrokkenen in Noord en Zuid om essentiële lessen te trekken uit de ervaring is een noodzaak. 

 

 

6.    Terugkeerproject: Hoe zorg ik ervoor dat de vrijwilliger zich achteraf blijft inzetten voor mijn initiatief?

Spreek met je vrijwilliger af wat jullie als initiatief van hem/haar verwachten in Vlaanderen. Natuurlijk is vrijwilliger zijn in Vlaanderen geen verplichting. Maar de concrete getuigenis van een vrijwilliger die een fantastische ervaring heeft beleefd, biedt een buitenkans om het project in de kijker te zetten en dat enthousiasme te delen met nieuwe mensen.

Omdat veel ontwikkelingsorganisaties ook veel belang hechten aan informatie en bewustmaking in het Noorden, hoort bij een vrijwilligers- of stageverblijf dikwijls ook een terugkeerproject. Voor de vrijwilliger/stagiair is het terugkeerproject ook een manier om de ervaring een plaats te geven in haar/zijn leven en een gelegenheid om weer aansluiting te vinden in wat er leeft in Vlaanderen.

Spreek daarom vooraf al duidelijk af wat je als organisatie van de vrijwilliger/stagiair verwacht na zijn terugkeer. Enkele ideetjes:

 

    • Je kan hem/haar vragen om een presentatie te houden met foto’s in verschillende scholen of gemeenten. 
    • Zich te engageren in jullie standenwerk op wereldfeesten.
    • Je kan de vrijwilliger/stagiair misschien ook inschakelen in de vaste werking van jullie groep.
    • De vrijwilliger kan zijn/haar ervaringen overdragen naar nieuwe potentiële vrijwilligers en sympathisanten. Vraag hem om zijn netwerk van vrienden en familieleden warm te maken voor het project met een brief, via de sociale media, …

 

 

7. Moet ik zorgen voor een verzekering voor de vrijwilliger?

Als je als vzw in Vlaanderen met vrijwilligers werkt, ben je verplicht om je vrijwilligers te verzekeren. Elke Vlaamse provincie biedt daarvoor een gratis 'verzekering vrijwilligerswerk' aan, waar je als organisatie op kan intekenen. Deze verzekering houdt burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen in. Deze verzekering is verplicht voor vzw's, maar niet voor feitelijke verenigingen. Deze verzekering kan maar voor 100 dagen worden ingezet. Meer informatie lees je op de website van Belfius, die als partner deze verzekering mee aanbiedt.

Je vindt alle informatie hierover ook op de website vrijwlligerswetgeving.be. Je kan ook contact opnemen met het Steunpunt voor Vrijwilligerswerk in jouw provincie.

Als je vrijwilligers naar het buitenland stuurt, dan moet je goed afspreken wie wat voorziet. Het is vrijwilligerswerk en er is dus geen arbeidsovereenkomst. Je kan dus vragen aan de vrijwilliger dat hij/zij de verzekering (medische kosten, evacuatie en repatriëring, burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen, enz.) zelf voorziet, maar dat moet je dan wel duidelijk afspreken. Je kan er in elk geval op aandringen dat de vrijwilliger zelf een degelijke reisverzekering afsluit.

Voor de ziekteverzekering (verzekering van geneeskundige verzorging) volstaat het dat de vrijwilliger beroep doet op zijn eigen verzekeringsorganisme in België (mutualiteit). Op de website van Kamiel vindt hij/zij meer informatie over ziekteverzekering in het buitenland. De vrijwilliger informeert zich best eerst over het aanbod bij zijn eigen ziekenfonds.

Pagina 1 van 6