Wegwijzers

Wegwijzers (18)

maandag, 25 juni 2018 16:07

Doe de Wereldburgerschapstest!

Geschreven door

Global Steps Logo klein

 

Doe de 

Wereldburgerschapstest!

Ga je deze zomer een internationale ervaring opdoen als vrijwilliger? Of heb je al een ervaring achter de rug als vrijwilliger of stagiair in het buitenland?

Doe dan deze wereldburgerschapstest en ontdek jouw eigen vaardigheden als wereldburger!

Ben je nieuwsgierig wat je bijleert? Met welke vaardigheden je naar huis komt na zo’n een buitenlandse ervaring? Dankzij deze test kom je het te weten!

Wij hebben voor jou maar liefst zeven vaardigheden geselecteerd die jouw jobkansen kunnen verhogen!

De resultaten van de test kan je, bijvoorbeeld, gebruiken bij een sollicitatie of in je CV. En je krijgt verscheidene tips over hoe je deze vaardigheden verder kan ontwikkelen.

De test zit momenteel in een try-out-fase, waarbij we deze zomermaanden de feedback op de test van projectcoördinatoren en vrijwilligers/jongeren willen verzamelen, om dan de finale versie te lanceren en te verspreiden in oktober. De stem van de vrijwilligers/jongeren wordt in die zin dus meegenomen in het verder ontwikkelen van de test.

De feedback op de test van de vrijwilligers/jongeren zou een absolute meerwaarde zijn, zeker als ze de tijd vinden om de test zowel voor hun vertrek als bij hun terugkomst in te vullen. Om zo hun groei in de geselecteerde wereldburgerschapsvaardigheden te meten. om hun bevindingen van de test te bevragen zullen een paar deelnemers hiervoor opgebeld worden, dat is meteen de reden waarom het telefoonnummer gevraagd wordt in de test.

Surf naar Global STEPS en ontdek jouw wereldburgerschapsvaardigheden!

START DE TEST op http://www.globalsteps.eu/nl

Deze test is onderdeel van GLobal STEPS, een project in het kader van het Erasmus+-programma van de Europese Unie, waar 11.11.11 aan deelneemt. 
Wil je meer informatie, neem dan contact op met het 4de Pijlersteunpunt van 11.11.11 via  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  of bel +32 2 536 11 12 -www.4dePijler.be

 

START DE TEST 

 

 

GlobalsSteps Logo Erasmus klein             VierdePijler Logo Combinatie11 RGB KLEINer

Praktische gids voor projecten met kinderen in ontwikkelingslanden (Mirjam Vossen,2015)

Miljoenen kinderen in ontwikkelingslanden moeten het stellen zonder een veilige thuis. Ze wonen in een kinderhuis, leven op straat of krijgen thuis niet de zorg die ze verdienen. Tientallen 4de Pijlers bekommeren zich om het lot van deze kinderen en willen graag iets voor hen doen. Daarbij stuiten ze op vragen en dilemma’s: hoe kun je kwetsbare kinderen in ontwikkelingslanden het beste helpen? Is een kinderhuis wel de beste oplossing of zijn er alternatieven? En hoe kun je als vrijwilliger een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen?

De brochure “Kinderen zonder ‘thuis'' van Mirjam Vossen is een praktische gids met tips voor iedereen die zich inzet voor kwetsbare kinderen in ontwikkelingslanden. In acht korte hoofdstukken, met veel voorbeelden uit de praktijk, komen de belangrijkste vragen rond de zorg voor deze kinderen aan de orde.

Het uitgangspunt is dat elk kind het recht heeft om op te groeien in een liefdevol gezin. De inzet van 4de Pijlers en vrijwilligers zou zich in de eerste plaats moeten richten op steun aan (pleeg)gezinnen, en pas in de laatste plaats op de opvang in kinderhuizen. De gids

  • Je kan een GRATIS EXEMPLAAR aanvragen per post door een e-mail te sturen aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Stuur ons je adres en we bezorgen je een exemplaar per post.
  • Je kan de gids hier gratis DOWNLOADEN
dinsdag, 04 augustus 2015 13:17

Vrijwilligers en stagiairs uitsturen

Geschreven door

Vlaams Steunpunt vrijwilligerswerk

1. Inleiding

  

1. Inleiding

 

Heel wat 4de Pijlerinitiatieven sturen vrijwilligers/stagiairs uit naar het Zuiden en zijn regelmatig op zoek naar geschikte kandidaten. Steeds meer mensen zijn ook op zoek naar stageplaatsen en vrijwilligerswerk in het Zuiden.

Het lijkt eenvoudig om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, maar de realiteit is vaak complex en er spelen veel factoren mee.

De vrijwilliger of stagiair moet eerst een geschikte uitzendorganisatie vinden. Een uitzendorganisatie moet weten hoe geschikte kandidaten te vinden. Nadien moet elke betrokken partij ook weten wat zij van elkaar kunnen verwachten: Hoe verloopt de rekrutering en voorbereiding? Hoe wordt de opdracht begeleid? Wat is ieders inbreng? Wanneer is de opdracht beëindigd en wat zijn de verwachtingen na de terugkeer in Vlaanderen?

Er komen ook de talrijke praktische kantjes  kijken bij de inzet van vrijwilligers in het Zuiden: inentingen, reiskosten, verzekeringen, huisvesting, verblijfskosten, werkingskosten, verblijfsvergunning, andere financiële aspecten, enz.

Het is daarom aangewezen om als uitzendorganisatie, als 4de Pijler een duidelijk beleidskader uit te bouwen dat de vrijwilliger/stagiair toelaat om zich zonder al te veel risico’s en in optimale omstandigheden te engageren. Best wordt de samenwerking ook vastgelegd in een duidelijk contract, opgesteld in nauwe samenspraak met de partner in het Zuiden.

In elk geval dient ook de partnerorganisatie in het Zuiden voldoende betrokken te zijn bij de afspraken rond het uitsturen van vrijwilligers/stagiairs. Door ze ook te betrekken bij de rekrutering kunnen heel wat misverstanden uitgesloten worden.

2. Vragen vooraf

 

Het geheim van een geslaagde inzet van vrijwilligers in het Zuiden zit vooral in een goede voorbereiding.

Als je overweegt om vrijwilligers uit te sturen, stel jezelf dan eerst een aantal vragen :

 

    • Wat verwacht je van je vrijwilligers en stagiairs?
    • Stel je bepaalde voorwaarden voorop?
    • Heb je een duidelijke opdracht en takenpakket voor ogen?
    • Kan je als organisatie voldoende omkadering aanbieden?
    • Wat is de rol van partners in het Zuiden bij het begeleiden van vrijwilligers/stagiairs?
    • Welke concrete voorbereiding verwacht je van de vrijwilliger/stagiair?
    • Wat verwacht je van de vrijwilliger/stagiair achteraf (welk terugkeerproject)?

 Hoe pak ik het aan?

Laat de partner in het Zuiden een belangrijke rol spelen bij het uitwerken van de opdracht en het takenpakket. Betrek hem indien mogelijk ook bij de rekrutering. Geef een korte omschrijving van je project en zorg ervoor dat het takenpakket precies ingevuld is. Belangrijk is dat je ook het profiel van de vrijwilliger/stagiair zorgvuldig verwoordt, zodat je een passende kandidaat vindt. Verder is het belangrijk dat de vrijwilliger/stagiair goed zijn plaats en rol in het project begrijpt en weet op welke wijze hij/zij ingebed zit in het team van het project, wie de directe collega’s zijn en wie de direct verantwoordelijke is. Tot slot is het nodig om bij de rekrutering de verwachtingen van de uitzendorganisatie rond een terugkeerproject aan te kaarten. Een degelijk uitgewerkte uitzendovereenkomst kan voor bijkomende duidelijkheid zorgen.
Tip: een duidelijke afbakening vooraf zorgt voor minder problemen achteraf!

 
3. Waar vind ik kandidaat vrijwilligers of stagiairs?

    • Op www.11.be/vacatures  vind je mogelijke kandidaatstellingen van mensen die graag vrijwillig naar het Zuiden willen vertrekken. Als geregistreerde organisatie kan je ook zelf een vrijwilligersvacature plaatsen.
    • Ook in de databank van vrijwilligerswerk.be  kan je een zoekertje laten opnemen.
    • Je kan eventueel  bouworde vzw contacteren om te zien of ze jouw project willen opnemen in hun aanbod van werkkampen.
    • Elke Hogeschool heeft tegenwoordig een internationale dienst die het toenemende aantal studenten met een studieopdracht binnen of buiten Europa opvolgt en begeleidt..

 

4. Voorbereiding op de missie

 Zorg dat je vrijwilligers goed voorbereid zijn voor ze vertrekken. Hier vind je enkele tips:

    • Licht het project goed toe, zodat de vrijwilliger weet waar hij/zij zal terecht komen.
    • Geef de vrijwilliger zoveel mogelijk achtergrondinformatie mee.
    • Overloop met de vrijwilliger het takenpakket. Zorg ervoor dat het duidelijk omschreven is. Het takenpakket wordt best samen opgemaakt met de mensen in het Zuiden, zodat zij ook weten wat de vrijwilliger kan bieden en wat hen te doen staat.
    • Je mag gerust verwachtingen opstellen, waaraan de vrijwilliger moet voldoen. Het is vrijwilligerswerk, maar het is niet vrijblijvend. Deze verwachtingen kunnen enerzijds gaan over het werk in het Zuiden, anderzijds kan dit ook gaan over een engagement in Vlaanderen als vrijwilliger in jullie initiatief.
    • Zorg ervoor dat alles duidelijk is betreffende de praktische zaken (vervoer, inentingen, visum, accommodatie, vergoeding, uitstapjes, werktijd, verzekeringen, enz.) en maak goede afspraken over wie waarvoor instaat.
    • Het kan handig zijn om bovenstaande punten op papier te zetten in een 'vrijwilligersovereenkomst'. Dan zijn de afspraken voor iedereen duidelijk.
    • Geef de vrijwilliger zoveel mogelijk mee over de cultuur en gewoontes van het land. Geef hem/haar enkele tips mee over bepaalde gebruiken.

Vorming: Het kan aangewezen zijn de vrijwilligers vooraf vorming te laten volgen. 
Het 4de Pijlersteunpunt richt regelmatig vormingen in. Een overzicht van algemene vormingen kan je vinden in
de kalender.

 

10 waarden en principes voor kwaliteitsvolle mobiliteit naar het Zuiden : JINT heeft in 2009 een kwaliteitskader ontwikkeld, waarin 10 waarden en principes centraal staan die belangrijk zijn voor een kwaliteitsvolle mobiliteit naar het Zuiden. Ook dat kan een leidraad zijn om de vrijwilliger voor te bereiden.

 

 

5. Begeleiding in het Zuiden

 

Aankomst in het Zuiden

Met de uitzending van de vrijwilliger naar het Zuiden verschuift het zwaartepunt van de begeleiding naar de partnerorganisatie in het Zuiden. Zij moet capaciteiten en verwachtingen van de vrijwilliger koppelen aan de context en realiteit van het project en aan haar eigen verwachtingen. De partnerorganisatie is ook het eerste aanspreekpunt in geval van vragen en problemen. Indien deze de partner overstijgen, zorg je best voor een contact in het Zuiden waar de vrijwilliger/stagiair terechtkan. En zorg ervoor dat je als uitzendorganisatie in het Noorden contacteerbaar en aanspreekbaar blijft.

 

Hoe bereid ik de partner in het Zuiden voor en wat verwacht ik van hem?

Wat is de rol van de Zuidpartner bij de voorbereiding en tijdens het verblijf? Kan de partner ginds voor omkadering en begeleiding zorgen?

Mensen in het Zuiden weten soms niet hoe ze moeten omgaan met Vlamingen die komen helpen in hun project. Tracht daarom het verblijf voor te bereiden in goed overleg met de Zuidpartner. Dan zal die zich ook mee verantwoordelijk voelen.

 

Enkele tips: 

    • Zorg dat de inzet geen last is voor je Zuidpartner. Het moet ook voor hem een win-situatie betekenen. Situeer de opdracht van de vrijwilliger/stagiair zoveel mogelijk binnen de ambitie van de partner zodat deze er alle belang bij heeft om in te staan voor een degelijke begeleiding van de vrijwilliger/stagiair.
    • Laat je Zuidpartner de opdracht en het takenpakket uitwerken. Duidelijke afspraken zijn alvast een goed begin. Dan weet ook de Zuidpartner wat hij mag verwachten. Hij kan zelf best inschatten welk profiel er precies nodig is.
    • Het is belangrijk dat de mensen in het Zuiden goed weten wie er komt en wat de verwachtingen zijn van de vrijwilliger/stagiair. Zij zullen immers effectief moeten samenwerken met de vrijwilliger/stagiair.
    • Maak vooraf goede afspraken over praktische zaken (verzekeringen, accommodatie, vergoeding, uitstapjes, werktijd, enz.).
    • Laat de Zuidpartners zo mogelijk een rol spelen bij de rekrutering van de vrijwilliger/stagiair. Dat maakt hen mee verantwoordelijk voor het succes van de inzet. Een uitzendovereenkomst opgesteld in samenwerking met de Zuidpartner én in zijn taal is geen overbodige luxe.
    • Bij aankomst in het project is er voldoende flexibiliteit en creativiteit nodig bij de vrijwilliger en de Zuidpartner om de verwachtingen van beide partijen beter op mekaar af te stemmen, zodat de inzet in optimale omstandigheden van start kan gaan.
    • Het is belangrijk dat de vrijwilliger bij de Zuidpartner een vast contactpersoon heeft bij wie zij/hij terecht kan voor vragen en problemen. Ook een aanspreekpunt buiten het project waar zij/hij altijd naar kan bellen in moeilijk momenten of met problemen die de Zuid-partner overstijgen, is aangewezen.
    • Het is relevant dat de Zuidpartner af en toe evaluatiemomenten inlast, waarop het vrijwilligerswerk met de vrijwilliger en de andere betrokken medewerkers bekeken wordt: een tussentijdse stand van zaken die toelaat om zo nodig bij te sturen. Zo kunnen problemen tijdig gedetecteerd worden.
    • Ook een eindevaluatie met alle betrokkenen in Noord en Zuid om essentiële lessen te trekken uit de ervaring is een noodzaak. 

 

 

6.    Terugkeerproject: Hoe zorg ik ervoor dat de vrijwilliger zich achteraf blijft inzetten voor mijn initiatief?

Spreek met je vrijwilliger af wat jullie als initiatief van hem/haar verwachten in Vlaanderen. Natuurlijk is vrijwilliger zijn in Vlaanderen geen verplichting. Maar de concrete getuigenis van een vrijwilliger die een fantastische ervaring heeft beleefd, biedt een buitenkans om het project in de kijker te zetten en dat enthousiasme te delen met nieuwe mensen.

Omdat veel ontwikkelingsorganisaties ook veel belang hechten aan informatie en bewustmaking in het Noorden, hoort bij een vrijwilligers- of stageverblijf dikwijls ook een terugkeerproject. Voor de vrijwilliger/stagiair is het terugkeerproject ook een manier om de ervaring een plaats te geven in haar/zijn leven en een gelegenheid om weer aansluiting te vinden in wat er leeft in Vlaanderen.

Spreek daarom vooraf al duidelijk af wat je als organisatie van de vrijwilliger/stagiair verwacht na zijn terugkeer. Enkele ideetjes:

 

    • Je kan hem/haar vragen om een presentatie te houden met foto’s in verschillende scholen of gemeenten. 
    • Zich te engageren in jullie standenwerk op wereldfeesten.
    • Je kan de vrijwilliger/stagiair misschien ook inschakelen in de vaste werking van jullie groep.
    • De vrijwilliger kan zijn/haar ervaringen overdragen naar nieuwe potentiële vrijwilligers en sympathisanten. Vraag hem om zijn netwerk van vrienden en familieleden warm te maken voor het project met een brief, via de sociale media, …

 

 

7. Moet ik zorgen voor een verzekering voor de vrijwilliger?

Als je als vzw in Vlaanderen met vrijwilligers werkt, ben je verplicht om je vrijwilligers te verzekeren. Elke Vlaamse provincie biedt daarvoor een gratis 'verzekering vrijwilligerswerk' aan, waar je als organisatie op kan intekenen. Deze verzekering houdt burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen in. Deze verzekering is verplicht voor vzw's, maar niet voor feitelijke verenigingen. Deze verzekering kan maar voor 100 dagen worden ingezet. Meer informatie lees je op de website van Belfius, die als partner deze verzekering mee aanbiedt.

Je vindt alle informatie hierover ook op de website vrijwlligerswetgeving.be. Je kan ook contact opnemen met het Steunpunt voor Vrijwilligerswerk in jouw provincie.

Als je vrijwilligers naar het buitenland stuurt, dan moet je goed afspreken wie wat voorziet. Het is vrijwilligerswerk en er is dus geen arbeidsovereenkomst. Je kan dus vragen aan de vrijwilliger dat hij/zij de verzekering (medische kosten, evacuatie en repatriëring, burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen, enz.) zelf voorziet, maar dat moet je dan wel duidelijk afspreken. Je kan er in elk geval op aandringen dat de vrijwilliger zelf een degelijke reisverzekering afsluit.

Voor de ziekteverzekering (verzekering van geneeskundige verzorging) volstaat het dat de vrijwilliger beroep doet op zijn eigen verzekeringsorganisme in België (mutualiteit). Op de website van Kamiel vindt hij/zij meer informatie over ziekteverzekering in het buitenland. De vrijwilliger informeert zich best eerst over het aanbod bij zijn eigen ziekenfonds.

dinsdag, 04 augustus 2015 11:47

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking

Geschreven door

Belgische Ontwikkelingssamenwerking

 

 

Als 4de Pijler kan je in principe niet terecht bij het Belgisch Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking voor steun aan je projecten. Om in aanmerking te komen voor steun van de Belgische overheid moet je organisatie immers door de Minister erkend worden als Niet-Gouvernementele Organisaties voor Ontwikkelingssamenwerking (zie rubriek NGO)

Hoe de Belgische Ontwikkelingssamenwerking in elkaar zit en wat België onderneemt, vind je terug op de website van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Of je kan deze korte voorstellingsfilm (3’27”) bekijken .

Het is goed om weten dat de officiële ontwikkelingssamenwerking van de Belgische overheid zich beperkt tot 14 prioritaire partnerlanden (Benin - Burkina Faso – Burundi - Democratische Republiek Congo (DRC) – Guinee – Mali – Marokko – Mozambique – Niger – Oeganda – Palestina – Rwanda – Senegal – Tanzania)

Deze lijst van partnerlanden geldt niet voor NGO’s of andere organisaties, maar je mag wel verwachten dat er vanuit België meer middelen en aandacht uitgaat naar deze 14 prioritaire landen dan naar andere landen. Zo is er in elk prioritair land een steunpunt van de Belgische Technische Coöperatie actief, verbonden aan de lokale Belgische Ambassade.

Een ander aspect waarvoor je als 4de Pijler te maken krijgt met de Belgische Ontwikkelingssamenwerking is de erkenning voor het uitreiken van fiscale attesten. Je aanvraag tot erkenning moet ingediend worden bij het Ministerie van Financiën, maar ook Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking moet in loop van de procedure groen licht geven aan je dossier.

dinsdag, 29 april 2014 10:58

Aankoop van eigendom in het Zuiden

Geschreven door

DOWNLOAD dit document in PDF-formaatSchool equador klein

Heel wat 4de pijlers zetten in het kader van hun project de stap om een stuk grond of een eigendom aan te kopen in het Zuiden. Dat is geen eenvoudige zaak.  Je denkt best drie keer na voor je er aan begint!
De wetgeving is uiteraard in elk land anders, maar we verzamelden toch een aantal belangrijke tips uit de praktijken van ngo’s en 4de pijlers.  Die kunnen je helpen om vervelende verrassingen te vermijden.
Heb je zelf nog bijkomende tips, stuur ze dan gerust door. We kunnen er nog van bijleren!

 

1. Moet je wel eigenaar worden in het Zuiden? 
Vraag jezelf allereerst grondig af of het wel nodig is om die stap te zetten. Werk je niet beter via een lokale partnerorganisatie die de eigendom ten bate van het project aankoopt en beheert, met jullie financiële steun? Dat legt het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid van het project ook meteen bij hen. Een kwestie van vertrouwen!
Of huur je niet beter een pand?  Veel ngo’s, bijvoorbeeld, hebben helemaal niet de ambitie om eigenaar te worden. Ze kiezen er eerder voor om hun kantoren te huren. Je weet immers nooit hoelang je project zal lopen en hoelang je daar aanwezig zal zijn.
Of investeer je misschien beter op een andere manier in je project? Niet in bakstenen, maar in opleidingen, betere lonen, werkingsmiddelen, investeringen of capaciteitsopbouw van je partners ginds, ….

2. Ga na of je geen grond in vruchtgebruik toegewezen kan krijgen.
Als je een school of een gemeenschapsvoorziening wil bouwen, kan dat in sommige landen ook op gemeenschapsgrond. Dat geeft ook zekerheid voor de toekomst, want de school die je bouwt is dan al meteen eigendom van de gemeenschap. 
Waarom zou je immers zelf eigenaar worden? Het is toch de bedoeling om de gemeenschap ginds te helpen. Dat vraagt natuurlijk vertrouwen en je moet er rekening mee houden dat het mis kan lopen. Maar je legt zo het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid meteen bij hen.

3. Hou je project en je privébelanschoolgen in het Zuiden altijd duidelijk gescheiden.
Koop een eigendom daarom nooit aan als privépersoon, maar als organisatie. Je onderneemt je project immers voor ‘een algemeen doel’ en voor de gemeenschap ginds.  Hou voor jezelf en voor de buitenwereld de lijn ‘zuiver’ tussen je project en je privévermogen en privéaanwezigheid in een land.
Zowel op juridisch als op moreel vlak is dat aangewezen. Het kan je op lange termijn behoeden voor ingewikkelde situaties. Wat doe je immers als je op een dag met je project moet stoppen? Of geconfronteerd wordt met een overlijden? 

4. Breng de verworven eigendom onder in een gepaste structuur.
Als je niet samenwerkt met een lokale partnerorganisatie, is het nodig dat je organisatie een rechtspersoonlijkheid heeft in het land zelf om er een eigendom te kunnen kopen.
Breng de verworven eigendom best onder in een structuur die waarborgt dat de eigendom op lange termijn kan worden ingezet voor het gemeenschappelijk doel waarvoor het is aangekocht. In veel Angelsaksische en Engelstalige landen, bijvoorbeeld, kan je een eigendom onderbrengen in een ‘trust’. Een trust is specifiek bestemd voor het beheer van een patrimonium


Een Belgisch-Afrikaans koppel bouwde in eigen beheer een school op een stuk grond dat hun privébezit was. Onverwacht werden ze geconfronteerd met overlijden van de Afrikaanse echtgenoot. Volgens het lokaal erfrecht werd de school toen plots voor de helft eigendom van de uitgebreide familie van de Afrikaanse echtgenoot.
Een ingewikkeld kluwen, vooral omdat sommige familieleden het gebouw een andere bestemming wilden geven, terwijl de Belgische echtgenote de garantie wenste dat het gebouw als school en voor het algemene belang in gebruik bleef. Dat had vermeden kunnen worden door de school vooraf onder te brengen in een ‘trust’.


 

 

5. Hoe zichtbaar wil je zijn in het land waar je actief bent?
Hoe zichtbaarder je aanwezig bent in een land, hoe meer je een mikpunt kan zijn van afgunst, criminaliteit en slechte bedoelingen. Sommige mensen zullen al snel denken dat je als buitenlandse organisatie veel geld hebt. Ontvoering, overval, diefstal zijn in sommige landen een realiteit waar je rekening mee moet houden. Als eigenaar ben je daar wellicht nog kwetsbaarder voor.
Misschien kan je het dus discreter aanpakken. Door, bijvoorbeeld, je partnerorganisatie vanuit ‘de tweede lijn’ te ondersteunen en niet zelf op de voorgrond te treden. Een netwerk van goede contacten ter plaatse is ook een vorm van bescherming tegen mensen die op je goederen uit zijn.gebouw SONKO

6. Ga na welke vormen van eigenaarschap er bestaan in een land en welke bepalingen er zijn voor buitenlanders.
In sommige landen kan je als buitenlandse organisatie gewoon geen grond aankopen. Soms kan je alleen het vruchtgebruik of gebruiksrecht van een bepaald goed kopen maar blijft de grond in feite eigendom van de gemeenschap. 
In Zambia, bijvoorbeeld, kan je eigenaar zijn van een huis of van een structuur, maar niet van het land. Daarvan kan je hoogstens een gebruiksrecht voor 99 jaar krijgen.
In sommige landen ben je alleen eigenaar van de bovengrond. De ondergrond blijft eigendom van de overheid die het recht behoud om dit in concessie te geven aan derden.  Zo ontstaan in Latijns-Amerika veel conflicten tussen landeigenaars en mijnbouwbedrijven. 

7. Ga na van wie de eigendom is die je wil aankopen
Ga goed na wie eigenaar is en wie de rechten heeft op het goed dat je wil aankopen. Hoed je voor oplichters, malafide agentschappen of corrupte overheidsambtenaren die je gronden verkopen waar ze eigenlijk zelf geen rechten op hebben.
Maar in veel landen is het kadaster ook niet zo uitgebouwd als in Europa en is het eigenaarschap niet altijd duidelijk. Boeren en de lokale bevolking gebruiken dikwijls gronden uit (soms eeuwenoud) gewoonterecht. Ze voelen zich eigenaar, maar zijn het juridisch niet altijd. Dat is dikwijls ook de aanleiding voor grondconflicten binnen het land zelf.

8. Laat je bijstaan
Op een internationale website die advies geeft voor aankopen in het buitenland lezen we: “Wat men je ook vertelt, hoe eenvoudig het allemaal ook lijkt en hoe charmant de tegenpartij ook is, zorg ALTIJD voor juridische bijstand van een onafhankelijke advocaat als je eigendom aankoopt in het buitenland. Een advocaat heeft de plicht om je correct  te informeren en je te beschermen. Je zal die advocaat natuurlijk moeten betalen, maar beschouw dat als een noodzakelijk deel van de totale aankoopkost. Het is geen goed idee om daarop te willen besparen. Let wel: een ‘onafhankelijk’ advocaat is een advocaat die enkel en alleen jullie vertegenwoordigt; geen tussenpersoon of bemiddelaar aangebracht door de tegenpartij.”   

9. Zorg dat je je budget rond hebt voor je aan de aankoop begint  en hou rekening met alle kosten
 Informeer je goed welke kosten er allemaal bij komen kijken. Naast de aankoopprijs moet je wellicht ook rekening houden met notariskosten, zegelrechten, registratierechten, kosten voor legale bijstand en eventuele commissielonen voor tussenpersonen. Hou ook rekening met eventuele wisselkoerskosten.
Op de website www.globalpropertyguide.com kan je voor diverse landen opzoeken welke tarieven gehanteerd worden.

10. Zorg dat alles op papier staat en laat belangrijke documenten eventueel vertalen
Het spreekt voor zich dat je duidelijke en wettelijk correcte documenten eist bij een transactie. Laat belangrijke documenten eventueel vertalen voor je ze ondertekent, ook als ze opgesteld zijn in het Spaans of het Engels en je niet helemaal vertrouwd bent met die taal. Je moet exact weten wat er in de overeenkomst staat voor je deze ondertekent.

11. Stel veel vragen
Kinderen stellen voortdurend vragen, soms tot vervelens toe.  Ze willen weten hoe alles van naaldje tot draadje in elkaar zit. Je kan er wat van leren. Wees niet bang om ook (te) veel vragen te stellen, aan verschillende mensen en partijen,

12. Wees geduldig  en overhaast de zaak niet
Dergelijke procedures gaan soms traag en moeizaam. Maar je hebt er ook zelf alle belang bij dat alles stap voor stap en weldoordacht gebeurt.
Geduld is, zeker in sommige Zuiderse landen, een mooie deugd.  Door alles te snel te willen afhandelen, stel je jezelf kwetsbaar op. Neem je tijd en laat je ook niet ‘opjagen’ door de tegenpartij om onbezonnen beslissingen te nemen.

Samengesteld door Jacques Mevis - 4de PIJLERSTEUNPUNT / 11.11.11, april 2014


Heb je vragen of eigen tips en ervaringen?
Contacteer onze helpdesk 4de pijlersteunpunt / 11.11.11
Vlasfabriekstraat 11, 1060 Brussel - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. - 02 536 19 51

 

woensdag, 22 januari 2014 15:49

Geldtransfers - Hoe geld overmaken naar het Zuiden?

Geschreven door

 DOWNLOAD dit document in PDF-formaat

geld1Liefst wil je elke ingezamelde euro aan je project besteden. Maar geld overmaken kost nu eenmaal zelf geld en de kosten lopen soms op. Heel wat 4de pijlers werden al wel eens onaangenaam verrast. Het transfereren van geld naar het Zuiden zorgt dan ook voor heel wat frustraties bij 4de pijlers.

Daarom stelden we deze lijst met tips samen op basis van ervaringen die 4de pijlers en ngo-medewerkers met ons deelden.

Geld overmaken zal je onvermijdelijk wat kosten. Daar moet je rekening mee houden. Tenzij je met cash geld in je ondergoed op reis vertrekt, maar dat is zeker ook niet meer van deze tijd. En het veiligheidsrisico dat je daarbij loopt, weegt zeker niet op tegen de beperkte kost die je betaalt om het geld over te maken. Het probleem is dat het niet altijd duidelijk is wat je zal betalen.

De tarieven verschillen van land tot land en van bank tot bank. Er bestaat geen ‘gouden’ formule om geld over te maken, maar er zijn wel heel wat interessante mogelijkheden, elk met hun eigen voor- en nadelen. Het hangt er vooral van af wat je belangrijk vindt: snelheid, veiligheid, de kostprijs, …. Door je goed te informeren kan je heel wat uitsparen.

Heb je zelf nog interessante ervaringen op dit vlak, stuur ze ons dan door via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ! Dan kunnen we deze delen en kunnen andere 4de pijlers bijleren van jullie ervaringen.

 


 

 

 

 Migranten sturen geld naar het Zuiden

Stuur je regelmatig geld naar het Zuiden, dan ben je zeker niet alleen. Volgens De Tijd stuurden migranten in België in 2008 in totaal 400 miljoen euro naar hun land van herkomst. De Wereldbank schat dat in 2014 in totaal voor 436 miljard dollar aan “remittances” werden overgemaakt aan ontwikkelingslanden. In 2016 zou dat stijgen tot 453 miljard dollar. Dat enorme bedrag ligt minstens drie maal zo hoog als de officiële ontwikkelingshulp.

Onder meer 11.11.11 vraagt dan ook, samen met heel wat internationale organisaties, dat er een ethisch, betaalbaar en grensoverschrijdend systeem voor internationale geldtranfers zou worden uitgewerkt.

Deze instroom van geld is voor veel ontwikkelingslanden even belangrijk als de steun via ontwikkelingssamenwerking. Veel migranten kijken dus ook uit naar efficiënte manieren om geld over te maken. 

De Wereldbank berekende dat transacties wereldwijd gemiddeld 8,93% van het overgemaakte bedrag kosten. Hoewel die kosten de afgelopen jaren gedaald zijn, blijven ze nog steeds te hoog, vindt de Wereldbank, vooral voor Afrika en kleine landen waar transacties een levenslijn aan de armen bieden. De verlaging van deze kosten zou aanzienlijke voordelen meebrengen voor de migranten en hun gezinnen, maar ook voor de ontvangende landen. De stroom van vreemde valuta verbetert namelijk de kredietwaardigheid van een land. - (bron: www.geldnaarhuis.be – www.remitancprices.worldbank.org)


 

 

 

 

 

 

 

MET EEN OVERSCHRIJVING

 

>> Welke kosten komen er bij kijken als je geld overschrijft buiten Europa?

1. Transactiekosten: de transactiekosten kan je opsplitsen in de kosten die je bank hier aanrekent, de kosten die worden aangerekend door de bank in het land van bestemming en eventueel nog kosten aangerekend door intermediaire banken.

2. Wisselkoerskosten: Als je bedrag omgezet wordt naar een andere munt komt daar meestal ook een kost op de wisselkoers bij. De ene instelling hanteert gunstigere wisselkoersen dan de andere. Zo hou je op het einde van de rit soms minder (of meer!) over dan voorzien.

Wisselkoersen schommelen bovendien van dag tot dag. Als je geld dus een tijdje onderweg is, is het mogelijk dat je bestemmeling uiteindelijk minder ontvangt dan je hebt opgestuurd. Vermijd, bijvoorbeeld, dat je storting in euro, via een intermediaire bank wordt omgezet in dollar en dan ter plaats nog eens moet worden omgezet in de lokale munt.

Als je geld overmaakt naar een land waar de dollar courant is, kan het, bijvoorbeeld, interessant zijn om hier meteen een dollarrekening te openen en van daaruit te storten. In landen met een hoge inflatie spreekt het voor zich dat het niet interessant is om grote bedragen meteen in de lokale munt om te zetten.

 

>> Wat is een normale kost voor een transactie?

Geld overmaken kost je altijd wat. Een kost van 1% tot maximaal 2 % van het overschreven bedrag mag je zeker normaal noemen. Van ngo’s vernemen we dat ze er in slagen om binnen die marge te blijven. Maar we ontvangen ook meldingen van 4de pijlers die soms geconfronteerd worden met kosten tot 10 %, 12 % of zelfs 15% van het overgemaakte bedrag. Dat is uiteraard (te) veel. De Wereldbank berekende dat transacties wereldwijd gemiddeld 8,93% van het overgemaakte bedrag kosten.

Het probleem is dat het soms erg moeilijk is om een zicht te krijgen op de totale kosten.  Je Europese bank zal je zeker kunnen informeren over de kosten hier, maar heeft niet altijd zicht op de kosten die in het land van bestemming of onderweg aangerekend worden.

 

>> Wie betaalt de kosten voor de transactie?

Als je een overschrijving doet, zal je bank je vragen wie de kosten voor zijn rekening neemt. Je kan de kosten op drie manieren verdelen:

  • Alle kosten voor rekening van de opdrachtgever (our cost- code: OUR)
  • Alle kosten voor rekening van de begunstigde (benificiary cost – code: BEN)
  • De opdrachtgever en de begunstigde delen de kosten en betalen elk de kosten in hun eigen bank (shared cost – code:SHA).

Meestal wens je je partnerorganisatie in het Zuiden niet op te zadelen met extra kosten en neem je de kosten voor jouw rekening. Maar het probleem kan zijn dat je toezegt om alle kosten te dragen zonder exact te weten hoeveel er onderweg en in het Zuiden aangerekend zal worden.

 

>> Hgeld2oe lang duurt het overmaken van geld?

Voor een overschrijving via een bankkantoor blijkt dat te variëren van enkele dagen tot meerdere weken. De ervaringen lopen uiteen en het blijkt soms moeilijk te zijn om daar een zicht op te krijgen. Als het belangrijk is dat je bestemmeling onmiddellijk over het geld kan beschikken, kan je kiezen voor een geldtransactieagentschap. Het geld is dan de dag zelf al beschikbaar, maar dat is meestal ook duurder.

 

>> Volg je transactie op de voet op en communiceer met je partner

Er blijkt nogal eens wat mis te lopen. Speel daarom kort op de bal en volg je transacties van nabij op. Begin met je vooraf goed te informeren over de kosten en de termijnen, niet alleen bij je bank hier, maar ook bij de bank van bestemming in het Zuiden.

Het helpt als je ter plaatse samenwerkt met een vertrouwenspersoon of een betrouwbare organisatie. Je partner ginds kan dan alvast vooraf nagaan welke kosten de bank ginds zal aanrekenen en uitzoeken met welke bank hij best een vertrouwensrelatie kan opbouwen. Dat helpt om willekeur bij het aanrekenen van kosten en andere verrassingen te vermijden.

Communiceer met je Zuidpartner en hou elkaar nauwgezet op de hoogte van de transacties die onderweg zijn. Stuur hen een bericht zodra het geld vertrekt. Laat hen weten hoeveel ze mogen verwachten en wanneer dit zou moeten toekomen. Laat hen de goede ontvangst bevestigen zodra het geld is toegekomen en aarzel niet om bij je bank te informeren als het lijkt mis te lopen.

 

>> Kies je best voor een grote of een kleine bank?

Ooit werd aan de Triodosbank gevraagd of zij, als duurzame bank, niet de rol moeten opnemen om een ethische en betaalbare formule aan te bieden voor internationale transacties. Triodos antwoordde dat zij juist bijzonder slecht geplaatst zijn om dit te doen. Zij hebben geen internationaal kantorennetwerk en moeten dus noodzakelijk samenwerken met intermediaire banken of andere banken in het land van bestemming. En dat doet de kosten juist oplopen.

Je kan dus beter kiezen voor een grotere, internationale bank, die best ook actief is in het land van bestemming of daar samenwerkingsovereenkomsten heeft. Het is ook best dat je partnerorganisatie samenwerkt met een bank met een betrouwbare reputatie, een stevige structuur en een uitgebreid netwerk in het land van bestemming.

 

>> Hoeveel geld verstuur je ineens?

In principe is het relatief goedkoper om een groter bedrag over te maken, dan om meerdere kleine overschrijvingen te doen, want dan betaal je meerdere keren kosten. Het hangt er uiteraard van af of de kosten procentueel of forfaitair (vaste kost per transactie) aangerekend worden. Hieronder vind je ook formules die toelaten om bedragen mondjesmaat ter beschikking te stellen van je partner in het Zuiden. Dat kan wenselijk zijn voor de veiligheid en/of voor een goede samenwerking met je partner. 


 

ANDERE FORMULES OM GELD OVER TE MAKEN

Naast bankoverschrijvingen zijn er nog andere interessante formules voor geldtransfers, met elk eigen voor- en nadelen.

 

>> Geldtransferagentschappen

geld3Geldtransferagentschappen , zoals Western Union,  LCC Money Transfer of Moneygram, zijn de laatste jaren erg populair bij migranten die geld naar hun thuisland overmaken. Het systeem blijkt snel en betrouwbaar, maar ook wat duurder. Het grote voordeel is dat de bestemmeling meteen over het geld kan beschikken. Hij hoeft geen bankrekening te hebben, maar moet zich alleen identificeren aan het loket.

Je vindt de kantoren van deze agentschappen vooral in Brussel en de grote steden, maar ze bieden ook de mogelijkheid om online geld over te schrijven, al moet je je soms eerst persoonlijk registreren in een kantoor.

Op de website van Western Union kan je zelf berekenen hoeveel de transactie zal kosten en hoeveel de bestemmeling zal ontvangen. Wisselkoerskosten inbegrepen gaat het naar schatting om een kost van 2% tot 6% van het overgemaakte bedrag, afhankelijk van het land. Informeer in elk geval grondig bij elke transactie of deze kosten ook zullen kloppen. Een ngo-medewerker wees ons wel op een veiligheidsrisico: Western Union biedt recent de mogelijkheid aan om het bedrag rechtstreeks op een bankrekening van de bestemmeling te storten, maar in de meeste landen in het Zuiden kan dat nog niet. Dat dwingt je partner om het hele bedrag in één keer cash geld af te halen en in sommige landen is dat zeker niet aangewezen; het risico bestaat dat diegene die het geld afhaalt het mikpunt wordt van personen met minder goede bedoelingen.

Enkele 4de pijlers zijn erg tevreden over Small World LCC. Small World rekent een forfaitaire kost aan van  4 euro tot maximaal 10 euro. Verder zijn er geen kosten, tenzij eventuele wisselkoerskosten. Zodra je eenmaal als klant geregistreerd bent in één van de kantoren (in Brussel of Antwerpen) kan je alle verdere transacties gewoon online doen. 

 

>> Via internet - PayPal

Je kan tegenwoordig ook vrij eenvoudig geld overmaken via internet. Je moet dan alleen het e-mailadres van de bestemmeling kennen. Het bekendste systeem is PayPal. Je kan zelf online een PayPal-account aanmaken en koppelen aan je eigen bankrekening. Als je bestemmeling ook een PayPal-account aanmaakt, heb je alleen zijn e-mailadres nodig om geld over te maken. Binnen België is dat gratis. Buiten België kost dat tussen 0,4% of 1,8% afhankelijk van het land van bestemming (Tenzij je een creditkaart gebruikt, dan komt daar een kost van 3,4% + 0,35 euro bij). Veilig en eenvoudig dus, maar het duurt wel enkele dagen voor het bedrag op de rekening van de bestemmeling staat. Meer informatie op www.paypal.com.

 

>> Bpaid Card – TIP!

Een 4de pijler wees ons op de mogelijkheden van de Bpaid Card van Bpost. Dat is een prepaidkaart waarmee je wereldwijd geld kan afhalen aan de geldautomaat. Je koopt een kaart in je postkantoor en stort daar een bedrag op aan het loket of via internetbanking. Je bezorgt de kaart dan aan je partner in het Zuiden en die kan dan naar gelang de noden geld afhalen of betalingen doen. Je kan van hieruit dan altijd geld bijstorten op de kaart en je kan op elk moment zien hoeveel er ginds is afgehaald en wat het saldo op je kaart is. En de bestemmeling kan nooit méér afhalen dan er op de kaart staat.  Wat kost dit? €  3,50 voor elke oplading van de kaart en € 4 + 1,75% voor geldafhalingen buiten de eurozone. Meer info vind je hier. (met dank aan Ivo Beysen)

 

>> Kredietkaarten

Je kan deze werkwijze natuurlijk ook toepassen met een gewone creditcard. Stel die creditcard, die gekoppeld is aan een rekening hier, ter beschikking van je partner in het Zuiden. Je betaalt dan de gebruikelijke kosten voor transacties buiten Europa. Al is dat wel aan de rand van het wettelijke, want in principe mag een creditkaart uiteraard alleen persoonlijk gebruikt worden door de kaarthouder. En je moet uiteraard veel vertrouwen hebben in je partner in het Zuiden, want je weet pas achteraf welke uitgaven je partner met de kaart gedaan heeft.

 

 

donderdag, 25 oktober 2012 15:30

4de Pijler en gemeenten

Geschreven door

 

Gemeenten in Vlaanderen, een venster op de wereld...

Het gemeentelijk Noord-Zuidbeleid

De gemeentelijke Noord-Zuidadviesraad

Waarom als 4de Pijler lid worden van een Noord-Zuidadviesraad

Enkele voorbeelden

Meer informatie

 

Gemeenten in Vlaanderen, een venster op de wereld…

Ontwikkelingssamenwerking is voor veel mensen een ver-van-mijn-bed-show. Ongekend is immers onbemind, zeker als het om problemen veraf gaat. Toch constateren we dat heel wat mensen “gepakt worden” door ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld na een deelname aan een inleefreis van een ngo of na kennismaking met een 4de Pijlerinitiatief van vrienden, kennissen of familie. Als we die “ver-van-mijn-bed-show” maar even kunnen doorprikken, dan zien we dat mensen zich openstellen voor internationale solidariteit en zich aangesproken voelen om zelf mee aan de kar te trekken.

Zeker in tijden van crisis is het meer dan ooit noodzakelijk om oog te blijven hebben voor wat er in de wereld gebeurt en internationale solidariteit hoog in het vaandel te blijven dragen. Onze problemen oplossen gebeurt immers beter in overeenstemming met wat er elders in de wereld gebeurt. Willen we zoveel mogelijk medeburgers betrokken houden en doorslaggevende argumenten in handen krijgen voor een doordacht beleid ontwikkelingssamenwerking op de hogere politieke niveaus (provincies-gewesten-federaal-Europees), dan is het belangrijk dat dit zich duidelijk manifesteert op gemeentelijk niveau. Dit is immers het meest nabije niveau waarbij beleid inzake ontwikkelingssamenwerking én de uitvoering ervan, tastbaar concreet worden voor burgers. De laatste jaren spreken we meer algemeen van een lokaal Noord-Zuidbeleid. Het gemeentelijk niveau biedt immers heel wat opportuniteiten om, los van de nationale politiek, de slogan “think global, act local” in praktijk te brengen. Denken we maar aan het vastleggen van een groeipad voor het gemeentelijk Noord-Zuidbudget, waarmee informatie kan worden verspreid, bevolking gesensibiliseerd en projecten ondersteund. Of het uitbouwen van een Fairtradegemeente, klimaatvriendelijke of gastvrije gemeente, het aangaan van een stedenband als venster op de wereld of het organiseren van een wervend wereldfeest om met de gemeentelijke Noord-Zuidbeweging naar buiten te komen en het Zuiden een gezicht te geven in je gemeente.

Met deze bijdrage willen we jullie wegwijs maken in wat een gemeentelijke Noord-Zuidadviesraad is, wat een gemeentelijk Noord-Zuidbeleid zoal kan inhouden, en hoe je zo’n beleid (mee) kan vormgeven.

 

Het gemeentelijk Noord-Zuidbeleid

Wat gemeenten doen, heeft ook invloed op het Zuiden. Het lokale niveau staat immers het dichtst bij de bevolking en is dan ook uitermate geschikt om politiek en burgers samen te brengen. Via beleidsacties, bijvoorbeeld op vlak van aankoopgedrag en mobiliteit, kan een gemeente stappen zetten naar een meer duurzame ontwikkeling. Beleidsterreinen als cultuur, informatie en jeugd kunnen linken leggen met mondiale thema’s.

De gemeente kan kiezen voor een open en solidaire samenleving, voor een duurzame samenleving, voor een inclusieve samenleving. Het is de kapstok waaraan het lokale Noord-Zuidbeleid kan worden opgehangen. Vanuit die visie en missie kan zowel een Noordwerking met klemtoon op sensibilisatie en draagvlakversterking, als een Zuidwerking met steun aan initiatieven in het Zuiden (en bijvoorbeeld een stedenband) worden uitgebouwd.

Samen sta je sterk en samenwerking is dan ook het sleutelwoord. Je weegt zwaarder op het beleid en kan meer beweging maken in je gemeente. Zo wordt het draagvlak voor en de impact van een doordacht Noord-Zuidbeleid ook groter. De plek bij uitstek waar ngo’s en 4de Pijlers samen werk kunnen maken van gemeentelijk Noord-Zuidbeleid is de gemeentelijke Noord-Zuidadviesraad. meer info
 

 

De Gemeentelijke Noord-Zuidadviesraad

De Gemeentelijke Noord-Zuidadviesraad is gekend onder vele namen: GROS, BROS, GCOS, GOSC, SWOS, GRIS, ROSA, GEWOS, GCOS, GROT, Derde Wereldraad, Noord-Zuidraad, Mondiale raad, Raad voor ontwikkelingssamenwerking, Wereldraad … In wat volgt, spreken we steeds over de GROS.

De GROS is een adviesraad die het gemeentebestuur bijstaat. De raad is een nuttig orgaan om Noord-Zuid op de gemeentelijke agenda te plaatsen en werkt samen met het gemeentebestuur om de ruimere bevolking zo sterk mogelijk bij het Noord-Zuidbeleid te betrekken. Meer concreet:

  • De GROS geeft advies aan de gemeente over zaken als de beleidsnota, verdeling van subsidies, een fair aankoopbeleid enz.
  • De GROS is echter meer: het is een samenwerkingsverband (koepel) van het lokale Noord-Zuid middenveld en moet door de gemeente ondersteund worden om - daar waar mogelijk i.s.m. andere adviesraden of sectoren - activiteiten te organiseren, te coördineren en te sensibiliseren.
  • De GROS zal, in samenwerking met het gemeentebestuur, de bevolking sensibiliseren, informeren en educatieve activiteiten ontwikkelen rond de Noord-Zuidthematiek en het gemeentelijk Noord-Zuidbeleid.
  • De GROS heeft een belangrijke signaalfunctie naar de gemeente: de raad bewaakt het gemeentelijk beleid en kan, waar nodig, kritiek geven.
  • Daarnaast heeft de GROS een forumfunctie: samenbrengen van personen die geïnteresseerd zijn in en bezig zijn met Noord-Zuid, hen een forum aanbieden om samen te werken aan een duurzame samenleving.  Kortom, de GROS is motor voor de lokale Noord-Zuidbeweging.

 

Waarom als 4de Pijler lid worden van een Noord-Zuidadviesraad?

  • Om andere mensen die  actief zijn op vlak van Noord-Zuid te ontmoeten
  • Om contacten te leggen met projecten in dezelfde sector, in hetzelfde land of regio  
  • Om het beleid van de gemeente mee vorm te geven
  • Om te genieten van de promo die de GROS maakt voor diverse activiteiten
  • Om mijn activiteiten te laten opnemen in de kalender en gemeentelijke infokrant
  • Om een eventuele subsidie te ontvangen voor mijn Zuidproject
  • Om erover te waken dat de gemeente Noord-Zuid opneemt in haar planning
  • Om in mijn gemeente samen te werken met andere organisaties en groepen
  • Om te kunnen genieten van vormingen die de GROS organiseert
  • Om een forum te krijgen om over mijn project te vertellen
  • Om over Noord-Zuid te praten met andere geïnteresseerden
  • Om mijn organisatie eens voor te stellen in de infokrant of in de folder/nieuwsbrief van de GROS
  • Om samen met andere leden een infoavond te organiseren rond een specifiek thema of land
  • Om samen Noord-Zuid op de agenda van het bestuur te plaatsen
  • Om te kunnen genieten van logistieke ondersteuning voor mijn activiteiten
  • Om samen met leden naar buiten te treden in de gemeente
  • Om inwoners op de hoogte te brengen van mijn project
  • Om samen te streven naar een Fairtrade Gemeente
  • Om een aanbod te doen naar scholen
  • Om…

 

Enkele voorbeelden

De Gemeentelijke Raad Internationale Samenwerking (GRIS) van Evergem organiseert om de twee jaar een wereldfeest. 4de Pijlers krijgen op het feest een forum om hun solidariteit met het Zuiden aan een breed publiek te tonen. De vrijwilligers sturen het wereldfeest inhoudelijk, terwijl de gemeente (Noord-Zuidambtenaar) de financiële en logistieke organisatie op zich neemt.

De GROS van Zottegem heeft op 3 jaar tijd een budgetverhoging voor Noord-Zuid bekomen van 10.000 euro naar 30.000 euro en vervolgens naar 46.000 euro. Ook werkte de GROS mee een subsidiereglement uit.

Binnen het BOZE-samenwerkingsverband van de gemeenten Beernem, Oostkamp en Zedelgem ijverde men voor een halftijdse ambtelijke ondersteuning.  Na Oostkamp heeft ook Beernem een halftijdse ambtenaar kunnen bekomen.

Voor meer voorbeelden, kan je je hier  laten inspireren door allerlei gemeentelijke Noord-Zuidinitiatieven.  

Meer informatie

  • Naast het 4de pijlersteunpunt heeft de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, afbeelding brochure gemeenten11.11.11, een team lokaal mondiaal beleid uitgebouwd die instaat voor ondersteuning en begeleiding van gemeentelijke Noord-Zuidadviesraden (GROS-werking). Bekijk zeker hun website en twijfel niet hen te contacteren als je vragen hebt: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .
  • Het steunpunt publiceerde in samenwerking met VVSG en Vais een brochure ‘Gemeenten ondersteunen 4de pijlerinitiatieven’ (uitgegeven bij Politeia - hier te downloaden).
vrijdag, 12 oktober 2012 16:59

Ik zoek vrijwilligerswerk/een stage in het Zuiden

Geschreven door

 

1.       Hoe vind ik vrijwilligerswerk in het Zuiden?

Er zijn uiteenlopende organisaties die verschillende profielen zoeken. Algemene informatie kan je vinden in deze informatiebrochure van JINT.
We kunnen je dallereerst de website GO STRANGE van JINT aanraden. Daar staan een aantal mogelijkheden opgelijst voor wie op zoek is naar vrijwilligerswerk.

Ook op de druk bezochte vacaturebank van 11.11.11 kan je allerlei vrijwillligersvacatures vinden

Daarnaast is de Nederlandse website OneWorld en het platform Werelddoeners ook een aanrader. De website bevat een databank met vrijwilligerswerk.

 

4de pijlerinitiatieven
Heel wat 4de pijlerinitiatieven sturen vrijwilligers of stagiairs uit naar het Zuiden en zijn regelmatig op zoek naar geschikte kandidaten. Omdat ze met kleine en concrete projecten werken, bieden ze zelfs mee kansen dan de traditionele NGO’s.

Via de zoekpagina op de website van het 4de Pijlersteunpunt kan je zelf nagaan welke organisaties mogelijkheden bieden voor vrijwilligerswerk of stages. Veel 4de Pijlers plaatsen hun vrijwlligersvacatures ook op de vacaturebank van 11.11.11.

Je kan je vraag ook doorsturen naar de helpdesk van het 4de Pijlersteunpunt of een zoekertje plaatsen op het prikbord van de 4de Pijlerwebsite.

 

Jongerenorganisaties.

 Als jongere kan je ook deelnemen aan programma's van Bouworde, Tumult vzwjeugddienst Don Bosco, Vides, Youth in action of Via vzw.  Met deze jongerenorganisaties kan je mee de handen uit de mouwen gaan steken in het Zuiden. Ze organiseren elk jaar inleefreizen. Dit is een interessante en leerrijke manier om met het Zuiden in contact te komen. Ook AFS, WEP en YFU bieden jongerenprogramma's aan.

 

NGO's
Met sommige niet-gouvernementele organisaties (bv. Broederlijk Delen) kan je naar het buitenland. Op de website van de ngo-federatie vind je meer informatie over NGO's die vrijwilligers een plaatsje aanbieden. Toch zijn er niet zoveel ngo's die concrete moeglijkheden bieden voor vrijwilligerswerk in het Zuiden. 

 

Federale Overheid
Het juniorprogramma van Enabel stelt jaarlijks 100 vrijwilligersposten voor jongeren ter beschikking. De vrijwilligers worden ingeschakeld voor een periode van één tot twee jaar in projecten/programma's die door Enabel worden uitgevoerd. Kandidaten moeten aan enkele voorwaarden voldoen. Ze mogen maximum 30 jaar oud zijn, minstens een diploma van hoger secundair onderwijs bezitten en de Belgische nationaliteit hebben of staatsburger zijn van de EU.

 

Commerciële aanbieders van vrijwilligerswerk

Op het internet vind je daarnaast nog heel wat websites met commerciële aanbiedingen voor vrijwilligerswerk. In principe betaal je dan (en dikwijls is dat niet goedkoop!) om tijdens je reis één of meerdere weken vrijwilligerswerk te ‘mogen’ doen in een instelling in het Zuiden.

In sommige landen is zo een ware ‘voluntourisme’-industrie gegroeid waar ernstige vraagtekens bij te plaatsen zijn. Hoe zinvol is je vrijwilligerswerk dan nog? Komt dit nog ten goede aan de plaatselijke bevolking? Of zet dit de deur open voor misbruiken door mensen die de situatie van kwetsbare groepen zoals weeskinderen of straatkinderen, uitbuiten voor commerciële doeleinden. Zo werden al meerdere misbruiken in weeshuizen aan het licht gebracht.

Kijk dus uit en wees dus uitermate kritisch als je met dit soort organisaties in zee gaat.

Lees in dat verband zeker eens dit artikel over Voluntourisme.

 

  

2.       Hoe vind ik een stageplaats in het Zuiden?

Als stagiair heb je verschillende mogelijkheden om naar het Zuiden te vertrekken. Algemene informatie kan je vinden in de gids 'Aanpakken en Wegwezen' van JINT.

De tips hierboven voor vrijwilligerswerk, gelden natuurlijk ook voor stageplaatsen.

Voor stageplaatsen heb je nog een aantal andere mogelijkheden:

  • Heel wat 4de Pijlers bieden stageplaatsen aan (in tegenstelling tot veel ngo's, die zelden stageplaatsen in het Zuiden beschikbaar hebben). 4de Pijlers werken daarvoor dikwijls samen met één of  meerdere hogescholen. Informeer bij de internationale dienst van je hogeschool of universiteit wat de mogelijkheden zijn en met wie ze samenwerken. 
  • VVOB is een organisatie die vooral werkzaam is in de onderwijssector en die stagiairs de kans biedt om naar het Zuiden te gaan.
  • Ben je universiteits- of hogeschoolstudent kan je ook informeren bij de ngo UCOS (Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking)
  • Je kan natuurlijk ook op je eigen universiteit of hogeschool nagaan wat de mogelijkheden zijn. Op deze webpaginavan de universiteit Gent vind je een aantal organisaties die stageplaatsen aanbieden.
  • Het programma United Nations Volunteers wil jonge afgestudeerden vanaf 25 jaar de kans geven om een jaar mee te draaien in projecten.
  •  

3.       Hoe bereid ik me voor?

Je goed voorbereiden is een must als je wilt vertrekken voor een buitenlandse ervaring.

Wat wil je? - Pluis eerst goed uit wat je precies wil. Wil je reizen en vrijwillig werken? Wil je een lange tijd op één project blijven werken? Hoeveel financiële middelen heb je ter beschikking? Wil je in een bepaalde sector aan de slag? Waar ben je goed in? Zoek naar verschillende aanbiedingen en kijk wat het beste bij je past.

Als je weet naar welk land of project je trekt, kan je beginnen lezen over de gebruiken van het land en de regio. Zoek mensen op die al eens in het project of de regio zijn geweest. Die uitwisseling kan veel informatie opleveren.

 

Vorming – Kijk uit naar de nodige vorming voor je vertrekt. Ucos biedt voorbereidingsdagen aan om je reis naar het Zuiden te omkadere. Tijdens zo'n interactieve voorbereidingsdag verwerf je inzichten in je rol als stagiair in complexe samenlevingen en oefen je op belangrijke interculturele communicatieve vaardigheden die de slaagkansen van je stage/onderzoek verhogen. Aan de hand van groepsdiscussies en concrete cases analyseer je je eigen privileges en maak je een kritische analyse van extreme armoede en ongelijkheid en hoe je in je toekomstig gastland een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van sociale en economische onrechtvaardigheden. Daarnaast vind je op deze website een interessant vormingsaanbod. Blijf op de hoogte door in te schrijven op de nieuwsbrief.

Voorbereidende gesprekken - Als je als vrijwilliger of stagiair naar het Zuiden trekt, kan je zeker verwachten dat je wordt begeleid in je voorbereiding en in het werk dat je zal doen. Een aantal voorbereidende gesprekken met iemand van de organisatie zijn onontbeerlijk om verwachtingen af te toetsten en afspraken te maken. Vaak wordt er vanuit de organisatie waarmee je vertrekt ook een algemene vorming aangeboden. Maar wacht niet af en zet ook zelf de nodige stappen. Hier enkele tips om alles goed te laten verlopen:

    • Lees de website van de uitzendorganisatie goed na. Bekijk verslagen, … Vraag een goede toelichting van het project in het Zuiden. Zorg dat je ook weet wat de organisatie in het Noorden doet. Indien mogelijk kan je ook een vroegere vrijwilliger/stagiair die er gewerkt heeft contacteren.
    • Praat met de organisatie in het Noorden over je takenpakket. Bij aankomst in het Zuiden is het belangrijk dat je ook nog even met de organisatie in het Zuiden je takenpakket bekijkt. Je mag gerust verwachtingen uiten om het takenpakket mee een definitieve vorm te geven. Flexibiliteit is heel belangrijk.
    • Vraag ook naar tussentijdse momenten waar je samen met de organisatie in het Zuiden stilstaat bij je vrijwilligerswerk/stage. Ook een eindevaluatie is noodzakelijk voor iedereen.
    • Vraag vooraf naar duidelijkheid over praktische zaken (werkingskosten, accommodatie, vergoeding, uitstapjes, werktijd, vrije tijd, verzekering enz... en maak hieromtrent goede afspraken: Wie regelt wat én wie betaalt wat? Waar moet je zelf voor instaan en wat moet je zelf betalen?
    • Peil naar aspecten rond cultuur en gewoonten. De organisatie in het Noorden zal je zeker en vast meer kunnen vertellen over allerlei gebruiken in het land en over de realiteit van je project.
    • Vraag naar een vaste externe contactpersoon in het Zuiden, die je kan contacteren in het geval van problemen die de Zuidpartner overstijgen.
    • JINT heeft een soort kwaliteitskader ontwikkeld, waarin 10 waarden en principes centraal staan die belangrijk zijn voor een kwaliteitsvolle mobiliteit naar het Zuiden.

 

4.       Kan ik subsidies krijgen voor mijn buitenlandse ervaring?

Sommige uitzendorganisatie zorgen voor een gedeeltelijke tussenkomst voor vrijwilligerswerk in het Zuiden.

Studenten/stagiaires kunnen altijd proberen een beurs aan te vragen bij de VLIR om een deel van hun kosten te dekken.

 

Gemeenten voorzien soms een (klein) budget voor inwoners van de gemeente die vrijwilligerswerk gaan uitvoeren in het Zuiden. Het kan de moeite zijn om eens te informeren bij de dienst ontwikkelingssamenwerking van jouw gemeente.

Ook EnabelEnabel zendt jonge mensen uit in het kader van zijn juniorprogramma en zorgt voor een loon. 

 

Ben je werkzoekende? Jonge werkzoekenden of 50-plussers kunnen bij de RVA een gedeeltelijke tussenkomst bepleiten onder een aantal voorwaarden (o.m. project in één van de 14 concentratielanden van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, erkenning van het project waarin de vrijwilliger gaat werken door de Belgische Overheid waarbij een document opgesteld wordt door de attaché van Ontwikkelingssamenwerking in het betreffende land).  Meer info voor jonge werkzoekenden of 50-plussers.

 

5.       Hoe regel ik de paperassen: ziekteverzekering, wachttijd, kinderbijslag, uitkeringen, verblijfsdocumenten, belastingen?

 De website www.kamiel.info loodst je door het administratieve doolhof. Deze website helpt je op weg met administratieve paperassen, als je een tijdelijk, niet toeristisch project in het buitenland wil doen. Bijvoorbeeld studeren, stage lopen, vrijwilligerswerk of een betaalde job.

Je kan er ook nuttige adressen terugvinden om allerlei administratieve zaken te regelen.

 

6.       Informatie over de vrijwilligerswetgeving en verzekering

Alle praktische informatie over de vrijwilligerswet kan u terugvinden op de website www.vrijwilligersweb.be. Je kan er verschillende brochures downloaden in pdf-formaat, bijvoorbeeld de brochure 'slim aan de slag als vrijwilligerslim aan de slag als vrijwilliger'.

In samenwerking met de Nationale Loterij en een private verzekeraar bieden alle provincies een gratis vrijwilligersverzekering aan. Organisaties die hiervan gebruik willen maken vinden meer informatie op de website van hun provincie. Een exemplaar van de polis voor de vrijwilligerswetgeving kan je downloaden.

 

 

vrijdag, 12 oktober 2012 16:58

Vrijwilligers in het Noorden

Geschreven door

vrijwilligersDe meeste 4de pijlerinitiatieven steunen voor hun werking in Vlaanderen op vrijwilligers. Hebben jullie al eens stil gestaan bij de precieze plaats en rol van vrijwilligers binnen jullie 4de pijlerinitiatief? Waarom doe je een beroep op vrijwilligers? Wat is een haalbaar, aantrekkelijk en motiverend takenpakket voor betrokken vrijwilligers? Hoe trek je vrijwilligers aan en hoe hou je ze betrokken? 

Context
Om op deze vragen een mogelijk antwoord te formuleren is het belangrijk om naar vrijwilligerswerk te kijken, rekening houdend met de hedendaagse context. Daarin spelen externe factoren zoals minder tijd, een groter aanbod, verschillende verplichtingen en engagementen, enz. een rol. Vrijwilligers aantrekken en ze gemotiveerd houden, is dan ook iets dat je niet altijd (helemaal) in de hand hebt.

Daarnaast kan het ook zinvol zijn om je in te leven in de situatie van de vrijwilliger en vanuit hun oogpunt eens naar je eigen 4de pijlerinitiatief te kijken.

Aantrekken van vrijwilligers
Een belangrijk aandachtspunt bij het aantrekken van vrijwilligers, is het verhaal dat je brengt over je project. Slaag je erin je verhaal duidelijk, kort en krachtig over te brengen op de mensen die je aanspreekt? Kan je hen interesseren om mee de handen uit de mouwen te steken? Of dit nu informeel gebeurt tijdens babbels met één of meerdere personen of meer formeel tijdens een informatieavond, je verhaal moet op één of andere manier aanspreken. Het kan best niet te lang zijn en het toont ook best aan dat jouw project op duurzame wijze verandering brengt in het leven van mensen in het Zuiden. Stel jezelf dus de vraag welk verhaal je wil brengen en hoe je dat verhaal duidelijk, aanstekelijk, eerlijk en uitnodigend overbrengt.

Vervolgens is het belangrijk dat je de mensen op een duidelijke maar vrijblijvende wijze uitnodigt om mee te helpen. Ze moeten voelen dat ze niet afgerekend zullen worden op een mogelijk negatieve reactie. 

Alvorens je mensen aanspreekt is het niet slecht om de verschillende taken binnen de organisatie al eens in kaart te brengen zodat je een goed zicht hebt op het aantal taken en de inhoud ervan, op het aantal mensen dat je nodig hebt, op hun profielen. Vervolgens kan je van daaruit meer gericht personen aanspreken. Wanneer je een duidelijk takenpakket voor ogen hebt, kan je ook gemakkelijker via vacaturedatabanken als 11.be of vrijwilligerswerk.be op zoek naar nieuwe vrijwilligers.

Belangrijk is dat vrijwilligers takenpakketten toevertrouwd krijgen die nauw aansluiten bij hun respectievelijke profielen en interesses en dat de takenpakketten haalbaar zijn, zo hou je vrijwilligers gemakkelijker gemotiveerd. Zorg er ook voor dat vrijwilligers zich ten volle kunnen ontplooien in hun werk en zich erkend voelen om hun bijdrage. Besteed ook aandacht aan de samenwerking met de andere vrijwilligers: kan die vlot en in een aangename en leuke sfeer verlopen? Kan er een groepsverband ontstaan? Kunnen de vrijwilligers bij iemand terecht met vragen en bedenkingen?

Als (groeps)trekker(s) van een 4de pijlerinitiatief heb je dus een zekere verantwoordelijkheid: om je met de juiste mensen te omringen, om in te staan voor een goede organisatie en coördinatie en om de vrijwilligers op een gepaste wijze te coachen maar ze ook verantwoordelijk te maken voor hun taken.  En om te zorgen voor een aangename en motiverende sfeer.


TIP: werkinstrument: FLEXIVOL benadering
Een mogelijk werkinstrument dat je kan hanteren bij het inspelen op de hedendaagse vrijwilliger is de  FLEXIVOL benadering (Hustinx). Als je vrijwilligers wil aantrekken, moet je ervoor zorgen dat het engagement dat je beoogt FLEXIVOL is. FLEXIVOL staat voor: Flexibel, Legitimiteit, eXperiment, prIkkels, Variatie, Organisatie, Lachen. Een flexibel engagement bijvoorbeeld, is erg belangrijk voor vrijwilligers vandaag. Er worden meer korte engagementen aangegaan en er wordt meer gewisseld tussen verschillende organisaties. Daar moet je ook als organisatie flexibel mee omspringen.

Voor meer info: Werken met vrijwilligers: tools en publicaties

 

woensdag, 17 augustus 2011 02:00

Meedoen: Open uw project voor kindereren met een handicap

Geschreven door

1 op 5 mensen in een ontwikkelingsland heeft een handicap. Vaak zijn zij onzichtbaar voor de buitenwereld. MEEDOEN is een praktische gids voor iedereen die werkt in een ontwikkelingsland. Waarom worden mensen met een handicap uitgesloten? Hoe ontdek je 'verborgen kinderen'? Hoe ga je om met stigma's en vooroordelen? Hoe betrek je mensen met een handicap bij een project? MEEDOEN laat zien hoe je met relatief weinig inspanning vaak al veel kunt betekenen voor mensen met een handicap.

De gids werd geschreven door Mirjam Vossen en Marga van Zundert en is een gratis uitgave van uitgeverij Wereldpodium en het Liliane Fonds.

Pagina 1 van 2