Samenwerking tussen NGO's en de vierde pijler

In België zijn er ruim 100 erkende NGO's. Vanuit het 4de Pijlersteunpunt en 11.11.11 streven we ernaar om de uitwisseling en samenwerking tussen 4de Pijlers en NGO’s zoveel mogelijk te stimuleren. Toch is dat niet vanzelfsprekend, want niet alle NGO’s bieden mogelijkheden voor samenwerking met 4de pijlers.

NGO’s zijn in grote mate gebonden aan het meerjarenprogramma dat ze voor subsidiëring indienen bij het Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking. Daarin kiezen ngo’s voor meerdere jaren in welke landen en rond welke thema’s ze gaan werken, met welke partners ze in zee gaan en rond welke projecten ze zullen ondersteunen. Als een 4de Pijler dan aanklopt bij een ngo met een eigen project, is er dan meestal geen ruimte binnen het vooropgestelde programma van die ngo om dat project een plaats te geven.

Een samenwerking maakt vooral kans als een 4de pijlerorganisatie en een NGO zowel qua land als qua thema overeenkomen. Zo groeien er toch regelmatig boeiende samenwerkingsverbanden waarbij een ngo zijn expertise en zijn structuren beschikbaar stelt om een 4de Pijlerinitiatief te versterken.

Protos, bijvoorbeeld, adviseert 4de pijlers bij het realiseren van waterprojecten in landen waar ze aanwezig zijn. Memisa realiseert het programma ‘Ziekenhuizen voor ziekenhuizen’ in samenwerking met Belgische ziekenhuizen. Broederlijke Delen bundelt de krachten met CATAPA om te werken rond de grondstoffenproblematiek in Latijns-Amerika.

Hieronder lees je een artikel hierover van Tom De Bruyn van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA)

 

Inleiding 

In de studie "De 4de pijler: de opmars van de levensverbeteraar" uit 2007 van het HIVA konden we lezen dat er bij de actoren uit de klassieke drie pijlers nog veel weerstand was tegenover de 4de pijler. Ten dele schreven de onderzoekers deze oppositie toe aan het gebrek aan kennis over de aard van deze 'nieuwe' vorm van ontwikkelingssamenwerking : 'onbekend' betekent immers 'onbemind'.

Drie jaar later is 'de 4de pijler' echter geen onbekend begrip meer in de Vlaamse wereld van ontwikkelingssamenwerking en beetje bij beetje krijgen we meer inzicht in de verscheidenheid aan initiatieven en spelers. We kunnen ons dan ook afvragen of deze groeiende bekendheid inderdaad heeft geleid tot een grotere genegenheid voor de 4de pijler. In dit artikel zoemen we in op de houding van de zogenaamde derde pijler tegenover de 4de pijler. De derde pijler verwijst naar de niet-gouvernementele organisaties (NGO's) die gespecialiseerd zijn in ontwikkelingssamenwerking. Meer bepaald omvat deze groep in België alle NGO's die toegang hebben tot de subsidies van de Federale overheid in het kader van indirecte ontwikkelingssamenwerking. In totaal zijn dit er 115. Eind 2008 hebben we hen een aantal vragen voorgelegd. 31 organisaties die in Vlaanderen actief zijn, hebben hierop geantwoord. We geven de belangrijkste resultaten weer.

Welke samenwerking bestaat reeds ?

Uit de bevraging bleek dat 15 NGO's van de 31 samenwerken met 4de pijlerinitiatieven. Het soort initiatieven waarmee men samenwerkt blinkt uit in diversiteit: bedrijven, individuen, migrantenorganisaties, stichtingen, vakbonden, mutualiteiten, particuliere initiatieven, culturele instellingen, ziekenhuizen. Opvallend is dat, afgezien van particuliere initiatieven, geen enkele actor door meer dan twee NGO's wordt opgesomd. NGO's lijken zich te richten op die actoren uit de 4de pijler, die het dichtst aansluiten bij hun eigen werkingsdomein. De organisaties geven aan dat samenwerking vooral uit informatie- en adviesvoorziening bestaat en in minder mate uit financiële steunverlening, capaciteitsopbouw en gezamenlijke campagnevoering. Coöperatie blijkt vooralsnog een éénrichtingsverkeer te zijn, d.w.z. ondersteuning van de NGO aan het 4de pijlerinitiatief. Er waren maar twee NGO's die expliciet meldden dat zij partnerschappen aangingen met 4de pijlerinitiatieven en actief kennis en expertise uitwisselden.

Hoe staat de derde pijler tegenover samenwerking met de 4de pijler ?

Iets meer dan de helft van de 31 NGO's vonden dat de derde pijler meer zou moeten samenwerken met 4de pijlerorganisaties dan nu het geval is, terwijl een vijfde geen voorstander was van dit idee. Er bestaat vooral een draagvlak voor informatievoorziening en het aanbieden van capaciteitsopbouwprogramma's (bv. vorming) en in minder mate voor het gezamenlijk voeren van campagnes. De meeste NGO's waren wel gekant tegen het geven van financiële ondersteuning aan 4de pijlerinitiatieven.

Voor sommige NGO's uit de bevraging is het water nog te diep om structureel samen te werken met de 4de pijler. Dit heeft te maken met gebrek aan personeel en middelen, een ontoereikende kennis van de 4de pijler, en/of onzekerheid over de manieren waarop men op een doeltreffende en door wederzijdse partijen aanvaarde wijze kan samenwerken. Bovendien erkennen (en delen zelfs) enkele NGO's de bezorgdheid van 4de pijlerinitiatieven, dat samenwerking met NGO's de 4de pijler in het keurslijf van de NGO-werking zou 'dwingen'. Op die manier zou de eigenheid en de dynamiek van de 4de pijlerinitiatieven verloren gaan. De meeste NGO's zijn om die redenen te vinden voor meer uitwisseling van ervaringen. Men wil elkaar eerst 'leren kennen', weten wat de interesse en activiteiten zijn, om vervolgens op projectbasis samen te werken.

Conclusie

Van een grote liefde tussen het geheel van de derde en de 4de pijlers is er nog geen sprake. Amateurisme, paternalisme en een gebrekkige aandacht voor structurele onderliggende problemen, verwijten sommige vertegenwoordigers uit de derde pijler nog steeds de 4de pijler. Inefficiëntie en de bedragen die aan de 'strijkstok' blijven hangen, slingeren bepaalde stemmen uit de 4de pijler dan weer naar het hoofd van de derde pijler.

Net als de 4de pijler is ook de derde pijler echter een zeer heterogene gemeenschap van organisaties met uiteenlopende visies, methoden en werkingsdomeinen. Langzaam maar zeker zoeken bepaalde organisaties uit beide pijlers toenadering tot elkaar, overstijgen de oppervlakkige kritiek en nemen de gefundeerde kritiek ter harte, tasten de mogelijkheden af en zetten concrete samenwerkingsverbanden op. Een kruisbestuiving is dus zeker mogelijk, maar net als bij een samenwerking met partners in het Zuiden is een wederzijdse erkenning van elkaars sterktes van fundamenteel belang. 

                                                                door Tom De Bruyn van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA)

Lees het eerste artikel : "Migrantenorganisaties en de 4de pijler

 

 

Log in om reacties te plaatsen