Tips voor het transport van goederen naar het Zuiden (containertransport)

11.11.11 – 4de pijlersteunpunt
Jacques Mevis, 2015

Containerhulp en het transporteren van goederen naar het Zuiden? Veel organisaties doen het, maar in de wereld van de ontwikkelingssamenwerking worden er ook heel wat vraagtekens bij geplaatst. Voor de één is het een heel concrete en tastbare manier om bij te dragen aan een hulpproject. Voor een ander kan je dit onmogelijk zinvolle ontwikkelingssamenwerking noemen.

Ervaring leert echter dat veel afhangt van hoe je het aanpakt. Hier daarom een lijstje van vragen die je jezelf zou kunnen stellen voor je begint met het organiseren van een hulpgoederentransport.

 

1. Wat kost het om een transport ter organiseren?
Goederen transporteren is duur. Organisaties schrikken daar wel eens van. Een container naar Afrika verschepen kost al snel meer dan 5.000 euro. Nadien volgt er dan soms nog een duur en risicovol transport om de goederen van de haven tot op hun eindbestemming in het binnenland te brengen.

Je moet natuurlijk ook nog een budget voorzien om de hulpgoederen zelf aan te kopen. Tenzij je gratis over tweedehandsgoederen kan beschikken of via een inzameling een hele vracht goederen bij elkaar krijgt. Maar ook dan mag je niet uit het oog verliezen dat je toch een stevig budget moet voorzien voor het inzamelen, sorteren, opslaan en verzenden van de goederen.

 

2. Is ons budget goed besteed?
Maak eerst een kosten-batenbalans op. Heb je, bijvoorbeeld, 5000 euro beschikbaar, vraag je dan misschien eerst af of dit bedrag niet op een betere manier in je project geïnvesteerd kan worden, voor je een duur transport organiseert.

Is het, bijvoorbeeld, niet doeltreffender om voor dat bedrag in het land zelf schoolgerief aan te kopen voor het schooltje dat jullie steunen?  Of kan je niet beter een plaatselijke timmerman opdracht geven om banken voor het schooltje te timmeren, in plaats van afgeschreven schoolbanken uit Vlaanderen met een dure container te verzenden. Zo zorg je ook nog eens voor plaatselijke werkgelegenheid. Of misschien bereik je meer met dat bedrag door het schoolgeld van een aantal kinderen te sponsoren of ervoor te zorgen dat de leraren een beter loon betaald krijgen of opleiding kunne volgen.

 

3. Wat is het vertrekpunt van jullie initiatief? Vraag- of aanbodgestuurd?
Een organisatie krijgt toevallig een partij oude computers aangeboden, of een lot medisch materiaal of speelgoed. Het materiaal is nog in uitstekende staat en dus vinden ze het een zonde om het verloren te laten gaan. ‘In het Zuiden kunnen ze alles gebruiken’, klinkt het en dus gaat het de container op. Maar wie zit er ginds op die goederen te wachten?

Een klein gezondheidscentrum in het Zuiden krijgt plots gratis een partij materiaal aangeboden om een volledig tandartskabinet in te richten. Ze zullen uiteraard niet snel weigeren. Alleen, voordien was er helemaal geen sprake om aan tandheelkunde te doen. Integendeel, de begeleiding van zwangere vrouwen bij bevallingen is er een veel grotere prioriteit. Maar de werking en de planning van het kleine gezondheidscentrum worden dan maar aangepast: Er dan toch maar aan tandheelkunde gedaan.

Veel interessanter is het als een initiatief vertrekt van een vraag die van het project zelf uitgaat. Maak eerst een grondige analyse van wat er nodig is om dat project te realiseren. Dan kan je nadien gericht op zoek gaan naar de juiste goederen en weet je meteen dat de goederen die je verzendt  ook een echte meerwaarde zullen bieden.

De sleutelvraag bij het organiseren van een transport is uiteindelijk: Hebben de verzonden goederen ter plaatse een echte meerwaarde? Die garantie heb je vooral als de zending kadert binnen een ruimer project.  Ga je die oude naaimachines zomaar uitdelen of zijn ze een onderdeel van een opleidingsprogramma om vrouwen een zelfstandig beroep te leren? Is de kous af als jullie die banken en schoolmateriaal aan het schooltje geschonken hebben of is er ook een plan om het schooltje ook structureel te ondersteunen (Zijn er leraars? Worden ze betaald? Komen de kinderen naar school? …).  Stuur je heel gericht een partij geneesmiddelen om een specifiek gezondheidsprogramma te ondersteunen of stuur je zomaar lukraak wat onder het motto ‘Ze kunnen daar alles wel gebruiken’?

 

4. Hoe zit het met de lokale markt?
De massale import van goedkope textiel- of landbouwproducten verstoort de lokale markt in heel wat Afrikaanse landen. Kwetsbare kleine producenten uit het land zelf kunnen dikwijls de concurrentie niet aan met goedkope producten uit het buitenland.

Om ‘dumping’ tegen te gaan, hebben steeds meer (Afrikaanse) landen ook een wetgeving die het invoeren van tweedehandsgoederen, zoals kleding, verbiedt of aan banden legt

Die enkele tonnen goederen die jullie verzenden, zullen natuurlijk de hele markt niet ontwrichtten. Toch kan dit lokale mensen kansen ontnemen. Ga na of je niet beter goederen in het land zelf aankoopt. Je stimuleert er de lokale industrie, de lokale handel en de lokale werkgelegenheid mee. Dat geldt dan vooral voor goederen die ook in het land zelf worden verhandeld en/of geproduceerd.

Maar ook omgekeerd kan het geval zijn. Als je, bijvoorbeeld, naaimachines ter beschikking stelt van vrouwen die een naaicursus volgen, zodat ze nadien zelf een klein naaiatelier kunnen opstarten, lever je wellicht juist een positieve bijdrage aan die lokale economie.

 

5. Kunnen de goederen door de begunstigden gebruikt, onderhouden en hersteld worden?
Met elektrische toestellen en toestellen die batterijen vereisen, kan je op veel plaatsen al niet terecht. Dikwijls zijn er geen vervangstukken beschikbaar of ontbreekt de technische kennis om de apparaten te onderhouden en te herstellen.

Een kopieermachine, een printer en veel medische of technische toestellen kunnen een vergiftigd geschenk zijn. De gebruiker is immers afhankelijk van de mogelijkheid om de accessoires te verkrijgen en te betalen. Kies daarom ook voor merken en modellen waar in het land van bestemming onderdelen beschikbaar voor zijn.

Ook op het verzenden van computers klinkt heel wat kritiek. Afrika wordt overspoeld met afgedankt informaticamateriaal. Het materiaal veroudert snel of is al verouderd als het hier vertrekt. Afrika zit zo met de oude rommel opgescheept. En producenten ontlopen hun verantwoordelijkheid om het materiaal – dat nogal wat vervuilende metalen bevat - op een duurzame manier te recycleren.

 

6. Hoe zit het met de plaatselijke wetgeving en met de administratieve formaliteiten?
Elk land heeft eigen import- en douaneformaliteiten. Daar moet je dus goed van op de hoogte zijn. Je kan daarom best samenwerken met een organisatie die van wanten weet “Maar zelfs dan”, vertelt Wereld-Missiehulp, “hadden we ooit een zending waarbij de regelgeving in het land van bestemming wijzigde terwijl het transport onderweg was.”

Voor alle goederen die je invoert – ook gratis goederen – heb je minstens een pro formafactuur nodig. Dat vraagt al heel wat papierwerk. Bovendien is niet altijd evident om goederen als humanitaire goederen te laten invoeren, zodat je van een verminderd douanetarief kan genieten. Veel landen zijn daar erg streng op, ondermeer omdat sommige malafide organisaties hier misbruik van maken. Dikwijls moet je goed kunnen aantonen voor wie de goederen bestemd zijn en met wie je in het land zelf gaat samenwerken.

Om ‘dumping’ tegen te gaan en om de producenten in het land te beschermen, hebben sommige landen ook een wetgeving die het invoeren van tweedehandsgoederen, zoals kleding, verbiedt of aan banden legt

 

7. Hoe zit het met de risico’s?
Als je container in het land van bestemming is toegekomen, kunnen de goederen het mikpunt worden van diefstal en corruptie. Goederen verdwijnen onderweg en 'vallen van de vrachtwagen’. En zodra ze ter bestemming zijn, moeten ze ook op een veilige manier opgeslagen kunnen worden.

Ten slotte loop je het risico om geconfronteerd te worden met de plaatselijke corruptie en met de mogelijke onwil van de lokale autoriteiten. Het ‘dedouaneren’ van goederen en van een container kunnen soms maandenlang duren en veel geld kosten als je de juiste weg niet kent of de juiste contacten niet hebt.


 8. Hoe organiseer je de verdeling van de goederen?
De verdeling van de goederen is een gevoelig punt. Je kan nooit iedereen tevreden stellen en dat kan leiden tot spanningen en afgunst. Denk dus vooraf na hoe je dit gaat aanpakken. Hoe zorg je ervoor dat alles ordelijk verloopt? Wie heeft recht op wat? Welke afspraken maak je daarover met jullie lokale partnerorganisatie? Welke afspraken maak je met de begunstigden? Hoe stel je je op tegenover de niet-begunstigden?

 

9. Wie kan ons helpen bij het organiseren van een transport? Waar kan ik terecht voor advies en ondersteuning?
Als je een transport organiseert, werk je best samen met iemand die van wanten weet. Je kan steeds terecht bij bedrijven die gespecialiseerd zien in overzeese transport. Dit is meestal erg duur, tenzij je een firma vindt die jullie project wil sponsoren door het transport en de logistieke ondersteuning te beschikking te stellen.

In Vlaanderen is de organisatie Wereld Missie Hulp gespecialiseerd in het verzenden van hulpgoederen voor het goede doel. Zij verzenden goederen naar meer dan 40 landen en zijn beschikbaar voor iedereen die een hulptransport wil organiseren. Zij nemen de organisatie van het transport voor hun rekening, regelen al het papierwerk en volgen de goederen op tot in de haven van bestemming. Ook dit kost geld natuurlijk, maar de kosten liggen lager en Wereld-Missiehulp kan in sommige gevallen een verminderd tarief aanbieden.

Je kan steeds contact opnemen met de verzendingsdienst van WMH voor informatie en advies. Contacteer Wereld-Missie Hulp VZW, Provinciesteenweg 400, 2530 Boechout - 03 454 14 15 - info Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. http://www.wereldmissiehulp.be/verzending/

 

10. Kunnen we de goederen geen andere bestemming geven?
Als je na het lezen van bovenstaande tips twijfelt of het organiseren van een transport wel haalbaar is, kan je misschien overwegen of je de goederen die je ter beschikking hebt niet op een andere manier kan aanwenden. Misschien kan je ze verkopen via een veiling, via een tweedehandsbeurs of via het internet. Of stel de aanbieders van schoenen, kleren of schoolbenodigdheden voor om hun spullen zelf te verkopen en dan de opbrengst daarvan naar jullie organisatie te storten.

Of als je het gewoon een zonde vindt om die goederen verloren te laten gaan, kan je ze misschien schenken aan een organisatie die hulp in eigen land biedt.

Log in om reacties te plaatsen