Tips uit de praktijk voor wie van start gaat met een project in het Zuiden

Wil je een project starten in het Zuiden? Denk goed na waarom je dat wil doen. Een project opzetten is niet vrijblijvend. Wie aan ontwikkelingssamenwerking doet, mengt zich met het leven van anderen. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Het kan zinvol zijn om de verschillende stappen van een projectcylus eens te doorlopen. Het praktische boek Eerste Hulp Bij Ontwikkelingswerk kan inspirerend zijn. Je kan er leidraden en tips en tricks in terug vinden.

Ben je van plan om een project te starten, dan kan je steeds terecht bij het 4de Pijlersteunpunt voor informatie en advies. Het 4de pijlersteunpunt maakt je graag wegwijs in de wereld van de ontwikkelingsamenwerking:

Je kan steeds een afspraak maken voor een oriënterend persoonlijk gesprek,  (op het kantoor van de 4de pijler in Brussel of tijdens één van de consultatiedagen die het steunpunt regelmatig inricht)

Of je kan via de nieuwsbrief op de hoogte blijven van de vormingen die het 4de pijlersteunpunt: abonneer je op de nieuwsbrief op de startpagina van de website. 

 

Hou rekening met 4 fases als je een project begint: idee, planning/voorbereiding, uitwerking en evaluatie

Het idee

  1. Vraag je vooreerst af waarom je iets wil doen in het Zuiden. Een project opzetten is niet vrijblijvend.
    Wie aan ontwikkelingsamenwerking doet, mengt zich met het leven van anderen. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee.
  2. Denk nauwgezet na over wat jullie willen doen. Verricht een grondige studieronde in het Zuiden zelf. Vraag jezelf af wat jullie willen bereiken en op welk vlak jullie iets willen bijdragen aan het leven van de mensen ginds.
  3. Doe niet meer dan je aankan met de mensen en de middelen waar je organisatie over beschikt. Baken je project af.
  4. Maak geen beloftes die je niet kan waarmaken. Dat schept verwachtingen. Voorkom teleurstellingen en initieer pas projecten als het geld en de middelen ervoor beschikbaar zijn.

 

Planning en voorbereiding

  1. Luister naar de lokale bevolking, naar hun wensen en behoeften. Bepaal niet zelf wat goed is voor de mensen ginds. Beantwoordt het project dat jullie willen opzetten aan bestaande noden ? Laat de lokale bevoking zélf nadenken over wat werkt en wat niet. Vraag dit aan verschillende partijen. Laat ze, bv. een top 3 van prioriteiten maken. Kijk ook op welk vlak jullie zelf een meerwaarde kunnen bieden.
  2. Hou rekening met de wereld rond je project. Weet hoe een dorp of gemeente functioneert en wie de sleutelfiguren binnen de gemeenschap zijn. Bekijk je project als een klein puzzelstukje dat moet passen in de bredere puzzel van de samenleving ginds.
  3. Zorg daarenboven dat de vrouwen en minder zichtbare groepen uit de gemeenschap vertegenwoordigd zijn. Luister ook naar hen en niet alleen naar de woordvoerders van de gemeenschap.
  4. Zoek altijd eerst een betrouwbare lokale organisatie als partnerorganisatie om mee samen te werken, voor je met je project start. Vermijd dat het project op de schouders van één persoon rust
  5. Bedenk niet alleen wat jullie zellf zouden willen doen, maar laat jullie partnerorganisatie aangeven waar behoefte aan is, welke stappen ze willen zetten en wat voor hen haalbaar is.
  6. Een samenwerking met een partnerorganisatie in een ontwikkelingsland moet groeien. Begin daarom met een eenvoudig project.
  7. Leg concrete doelstellingen en daaraan gekoppelde acties vast. Formuleer ze SMART (Specifiek, Meetbaar, Haalbaar, Relevant en Tijdsgebonden).
  8. Investeer niet alleen in materiële dingen, maar ook in dingen die niet meteen zichtbaar zijn. Investeer daarom ook in processen - in vorming, in het versterken van de capaciteit van de partnerorganisatie, in goed beheer of in lobbying - al zijn de resultaten hiervan dikwijls niet meteen zichtbaar.
  9. Probeer lokale overheden bij het project te betrekken, om duurzaamheid van het project te vergroten. Hou rekening met de wetgeving en met structuren en voorzieningen die al bestaan. Zo is er in het land zelf misschien veel steun voor je project vinden.
  10. Haak indien mogelijk aan bij bestaande initiatieven. Het heeft geen zin om te doen waar anderen al mee bezig zijn. Door krachten te bundelen kan je ook meer bereiken.

 

De uitvoering

  1. Maak goede afspraken met je partnerorganisatie, zodat je weet wat je van elkaar kan verwachten. Zet de afspraken eventueel op papier. Realiseer je project in fases en evalueer tussendoor.
  2. Hou rekening met cultuurverschillen. Een andere kijk op de realiteit en een andere interpretatie van afspraken en werkwijzen kan zorgen voor misverstanden en problemen tijdens het verloop van het project.
  3. Denk vooraf na over de mogelijke neveneffecten van je project binnen een gemeenschap. Een project kan bepaalde aspecten van een gemeenschap ook onbedoeld verstoren.
  4. Als je regelmatig aanwezig bent op je project, ga niet alles zelf doen. Beperk je engagement tot het motiveren van mensen. Laat ze in hun waarde.
  5. Leg het eigenaarschap van het project in hun handen. Het moet hùn project zijn. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het welslagen ervan, want zij voeren het uit.
  6. Bedenk dat het versturen van (overtollige) spullen vaak eenvoudig lijkt, maar zelden een zinvolle oplossing is. Er is veel geld nodig voor de verzending en opslag. Ter plaatse aanschaffen is goedkoper en helpt de lokale economie. Invoeren van goederen verstoort soms die lokale economie.

 

Evaluatie

  1. Trek tijd uit om je project te evalueren. Doe dat niet alleen met de mensen hier in Vlaanderen, maar ook met je partnerorganisatie ginds en met de doelgroep waar je het allemaal voor doet. Gebruik de evaluatie als les voor een volgend project.
  2. Evalueer het project op impactniveau: wat is de impact van jullie project op het gebied van armoedebestrijding ? Wees niet tevreden met het feit dat het schoolgebouw dat jullie wilden realiseren er nu ook staat (output), maar vraag je ook af of de scholingskansen van de kinderen in de streek nu ook daadwerkelijk gestegen zijn (impact). Dat is veel moeilijker meetbaar en hangt ook van heel wat andere factoren af buiten jullie project.
  3. Vraag je tenslotte af hoe duurzaam en toekomstbestendig jullie project is? Zal het project blijven bestaan als jullie er morgen mee stoppen? Vanaf bij begin van het project moet je best al inplannen hoe het project op lange termijn zal worden verdergezet als jullie steun stopt.

Rekening houden met bovenstaande tips vergroot ongetwijfeld de kans op een duurzaam project. Veel zal afhangen van de mate waarin 'jullie' project na een tijd 'hun' project geworden is, goed ingebed is in de samenleving en (financieel) gedragen worden door jullie partnerorganisatie(s) ginds.

Projectcyclus

 

Boek 'Eerste hulp bij ontwikkelingswerk'

Kleinschalig ontwikkelingswerk is populair. Burgers, lokale overheden en bedrijven zetten zich in voor scholen in Nepal en vrouwengroepen in Guatemala. Ze verstrekken microkredieten in Kenia en sponsoren een ziekenhuis in Sierra Leone. Daarbij stuiten ze op vragen en lastige situaties. Wat doe je wanneer je contactpersoon niet met de beloofde informatie komt? Hoe beoordeel je een begroting? Hoe ga je om met een lastig dorpshoofd? Is het slim om zélf microkredieten te verstrekken? En hoe zorg je dat het project verder kan, wanneer
jij weer uit beeld bent?

Eerste hulp bij ontwikkelingswerk is het eerste handboek voor iedereen met projecten in Zuiden. Het analyseert problemen waar amateur-ontwikkelingswerkers op stuiten en draagt mogelijke oplossingen aan. Daarmee haakt het aan bij de actuele discussie over de kwaliteit van ontwikkelingsprojecten van particulieren.

Mirjam Vossen (1965) is journalist, onderzoekster en ontwikkelingsgeograaf. Zij woonde en werkte in Afrika, Azië en Oost-Europa en was medewerkster van 'My World', het Nederlandse platform voor particuliere initiatieven.

Bestelling via  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. (ISBN 978-90-812696-1-2, 120 bladzijden, 14,50 euro)

 

Log in om reacties te plaatsen