Louter een migrant - Getuigenis van een 4de Pijler uit Bolivia

Réné Thielemans woont en werkt in Bolivia om er de projecten van 4de Pijler Mano a Mano Bolivia te realiseren. In een persoonlijke brief deelt hij graag zijn ervaring als ‘migrant’ met ons. Want zijn we als 4de pijlers niet allemaal een beetje ‘louter een migrant’ en nooit echt ‘iemand van hen’?

 

LOUTER EEN MIGRANT

In 2017 stelt 11.11.11 het thema ‘migratie’ voor. Ik wil hier niet in een politiek discours stappen. Dat laat ik graag over aan de politici. Graag wil ik mijn ervaring als migrant met u delen. Je mag als wereldburger veel gereisd hebben; ergens gaan wonen en leven is toch een heel ander verhaal.

Als je terechtkomt in een land als Bolivië, waar het levenspeil lager ligt dan wat je gewoon bent, zie je meteen overal uitdagingen en mogelijkheden. In het begin was het alsof ik voortdurend aangespoord werd om allerlei zaken aan te pakken. Geleidelijk aan leer je dan te vertragen, geduld te hebben, af te zien van je plannen en een stap terug te zetten. Zo kan ik de kennis en de ervaring die ik in de loop van mijn leven heb opgedaan niet zomaar aanwenden. Dergelijke zaken blijven moeilijk en je moet ervoor opletten om de anderen dan niet te gaan beschuldigen van onwil.

Ik woon en werk intussen elf jaar in Bolivië als vrijwilliger. Na al die jaren besef ik maar al te goed dat ik nog steeds geen Boliviaan ben. Ik ben niet écht iemand van hen, omdat ik een aantal gebruiken en gewoontes niet aanvoel of die helemaal niet belangrijk vind. Ik ben niet opgevoed, niet opgegroeid, niet geworteld in dat nieuwe moederland.

Vergelijk het met een plant die verpot is, goed verzorgd wordt, maar niet in z’n oorspronkelijke biotoop leeft. Er blijft iets kunstmatigs hangen. Toch heb ik een goed leven in Bolivië. Ik voel dat ik welkom ben en geniet veel respect. Mensen willen ook goed voor mij zijn. Zij willen wel dat ik iemand van hen ben. Toch blijft het gevoel overeind dat ik niet meer kàn zijn dan louter een migrant.

Pas ik mijn eigen ervaringen toe op migranten die Europa aandoen, dan zijn mijn inspanningen klein bier in vergelijking met de toestanden die deze mensen meemaken. Zij botsen al meteen aan tegen het feit om niet welkom te zijn. De beelden die de lijdensweg van deze mensen hebben getoond en die intussen alweer uit de mode zijn, moeten iedereen toch doen nadenken. Ook al zijn er mogelijk velen onder hen die geen wettelijke aanspraak kunnen maken om ergens in Europa te gaan wonen, ze behouden wel het recht om menselijk behandeld te worden.

Als ik moest vertragen, zullen de mensen die uiteindelijk een verblijfsvergunning bekomen, moeten versnellen. Die inspanning zal hen veel zwaarder vallen dan de mijne. Bovendien moest ik niet op zoek gaan naar een inkomen, want dat heb ik in mijn vorig leven al verdiend. Ik was dus geen “armoedzaaier”, maar iemand uit West-Europa die welstand meebracht. Ooit zei een Boliviaan tegen mij:” Dank je wel, omdat je zoveel talent naar hier brengt.“ Hier kijken mensen naar ons op, in het Westen kijken wij op hen neer. Dit laatste is niet iets van de jongste decennia, al eeuwen voelen we ons superieur.

De Boliviaanse overheid bezorgde mij geen “vergunning”, maar mij werd “een residencia permanente” uitgereikt. Het klinkt niet alleen mooier, het geeft meteen ook een andere stijl weer. Er wordt een ander mensbeeld gehanteerd. Wie lichtzinnig over de problematiek van migratie spreekt of denkt, vergist zich.

René Thielemans
Mano a Mano Bolivia