logo

KINDERRECHTEN – PRINCIPE 3: PARTICIPATIE

KINDERRECHTEN – PRINCIPE 3: PARTICIPATIE

KINDERRECHTEN – PRINCIPE 3: PARTICIPATIE

PRINCIPE 3: PARTICIPATIE

In dit voorlaatste principe, participatie, zullen we zien wat participatie inhoudt en waarom het samen met protectie en provisie een van de hoekstenen van het Kinderrechtenverdrag vormt. We doorlopen ook de verschillende stappen die nodig zijn voor een geslaagde participatie: informatie, communicatie en effectieve deelname.
Wil je weten hoe participatief jouw acties zijn? Doe zelf de test in onze start-up kit!

 

Waarom is participatie van kinderen en jongeren belangrijk?

“Vaak worden de rechten uit het verdrag onderverdeeld in drie verschillende soorten: Protectierechten, provisierechten en participatierechten.

Participatie is een ander woord voor deelname (aan het maatschappelijk leven). De participatierechten zijn rechten waarmee een kind voor zichzelf kan opkomen en waarmee het over dingen die het belangrijk vindt, mee moet kunnen praten en beslissen. Het recht op inspraak, het recht om je te verenigen, het recht om je eigen geloof te belijden, zijn voorbeelden van participatierechten.”

De mening van kinderen en jongeren telt echt. Door inspraak te krijgen in de beslissingen die hen aangaan, leren kinderen en jongeren hun eigen visie op de samenleving mee vorm te geven en krijgen ze de kans om hun communicatieve vaardigheden, politieke en sociale kennis en zelfvertrouwen te ontwikkelen.

Maar participatie gaat verder dan inspraak. Participatie bevat een actieve component: je kunt iets doen. Daarbij is het belangrijk om draagvlak te creëren. Zo krijg je op voorhand betrokkenheid, ondersteuning en medewerking voor de vernieuwing die je wil brengen. Door de inhoudelijke inbreng van kinderen en jongeren te vragen en te waarderen, neem je hen ernstig. Niet alle participatie is evenwaardig. Vaak kunnen jongeren wel hun zegje doen, maar wordt er met hun mening verder niets gedaan. Dit soort schijnparticipatie is erg wijd verspreid. Om tot een geslaagde participatie te komen, dienen jongeren alle mogelijkheden te krijgen om deel te nemen aan het debat. Dit gaat van voldoende informatie tot aangepaste communicatie en deelname in een veilige omgeving. Hieronder leggen we in detail uit wat we daar nu precies mee bedoelen.

Voor de concrete tips & tricks verwijzen we je ook hier door naar onze volledige start-up kit.

 

 

INFORMATIE

 Stelling 1: Kinderen en jongeren begrijpen de doelstellingen en inhoud van het project.

Het is belangrijk om kinderen en jongeren correct te informeren. Om kinderen en jongeren op de hoogte te brengen van de inhoud en doelstellingen van het project is een vertaaloefening nodig naar hun leefwereld. Kindvriendelijke, aangepaste informatie is essentieel voor het welslagen van een project. Het moet voor iedereen duidelijk zijn waar er samen naartoe wordt gewerkt en er moet ruimte zijn voor de kinderen om deze doelstellingen in vraag te stellen.

 

Stelling 2: Ik breng kinderen en jongeren steeds op de hoogte van de nieuwe projecten of activiteiten die gepland staan.

Idealiter gebeurt het plannen en sturen van nieuwe activiteiten in samenspraak met de doelgroep. Op z’n minst dienen jongeren en kinderen tijdig op de hoogte gebracht te worden van beslissingen die hen aanbelangen. Geef hen een zicht op het hoe en waarom van de gang van zaken.

 

COMMUNICATIE

Of jouw boodschap goed ontvangen wordt, hangt af van de manier waarop deze wordt verzonden. Dit begint dus bij de signalen die je zelf bewust en onbewust uitzendt. Daarbovenop moet rekening gehouden worden met het feit dat de informatie gefilterd wordt als het bij jouw gesprekspartner binnenkomt. Dat hier wel eens één en ander vervormd of verkeerd begrepen wordt, hoeft dus niet te verbazen. Hoe meer je hiervan bewust bent, hoe doeltreffender je de gewenste inhoud kan doorgeven en hoe toleranter je kan zijn over eventuele misverstanden. Geduld en rustig opnieuw proberen is de boodschap.

 

Stelling 3: Ik ben me bewust van het verschil in communicatiestijl tussen verschillende culturen.
Wees je in eerste plaats bewust dat communicatie niet overal op dezelfde manier verloopt en dat dit voor misverstanden en zelfs conflicten kan leiden. Een project valt of staat dus met een goede communicatie. Wees bewust van jouw eigen referentiekader en dat van jouw partners en hoe deze kunnen verschillen.

Indien de manier van communiceren en/of sommige lokale normen en waarden indruisen tegen jouw normen en waarden, weet dat dit normaal is en geen taboe hoeft te worden. Besef dat je kan praten met je partners over de verschillen en gelijkenissen tussen elkaars normen en waarden. Beginnen met de eenvoudige vraag waarom iemand zich op een bepaalde manier opstelt of bepaalde gedragingen stelt, en uitleggen wat dit bij jou teweeg brengt, kan al heel wat openbreken.

 

Stelling 4: Ik ben op de hoogte van kindvriendelijke methodieken om uitleg te geven of moeilijke en/of gevoelige onderwerpen aan te brengen.
Kinderen en jongeren hebben een ander referentiekader dan volwassenen. Bij hen is dit nog in volle ontwikkeling. Vaak vallen kinderen jonger dan 10 jaar uit de boot. Bij kleine kinderen is het geheugen nog niet volgroeid, alsook het besef van tijd of het vermogen om het perspectief van een ander voor te stellen. Kinderen missen ook bepaalde ervaring om dingen te plaatsen, of kunnen indien getraumatiseerd, een heel andere uitleg gaan geven aan bepaalde gedragingen. Hou hier steeds rekening mee in alle communicatie. Participatie van jonge kinderen vraagt inderdaad een speciale aanpak en is meestal tijdsintensief, maar als je creatief te werk gaat, kan je interessante standpunten verzamelen.

 

Stelling 5: Ik zorg er bij elke activiteit voor dat ik zeker ben dat het kind of de jongere wil deelnemen.
Zorg bij elke activiteit dat je zeker bent dat het kind wil deelnemen. De kinderen en jongeren mogen niet verplicht worden om deel te nemen of om hun mening te geven. Doe dit door hen: Te informeren dat ze op elk moment mogen stoppen; Duidelijk te maken dat hun mening met respect moet behandeld worden. Wees duidelijk wat je met de meegegeven informatie zal doen. Toon hen ook achteraf wat er uiteindelijk mee is gebeurd.

 

Stelling 6: De kinderen en jongeren lopen geen risico omwille van hun participatie om vervolgd te worden of slachtoffer te zijn van geweld, uitbuiting of andere negatieve gevolgen.
Creëer een veilige omgeving voor de kinderen en jongeren om in te participeren.

 

Stelling 7: Zelfgestuurde acties van kinderen en jongeren worden toegelaten of aangemoedigd.
Om een kind te versterken, is het belangrijk om hem of haar verantwoordelijkheden te geven zodat zijn of haar vertrouwen in zichzelf kan groeien. Een creatief participatieproces biedt volop kansen om mogelijkheden en talenten van kinderen en jongeren te ontdekken, te benutten en verder te ontwikkelen.

 

Stelling 8: Participatie maakt deel uit van de visie, missie en werking van mijn organisatie. Dit vertaalt zich ook naar de beslissingsprocedures.
Om participatie te realiseren, is het van belang dat de hele organisatie zich hierachter schaart en doordrongen is van het principe. Het betekent dat je expertise, kennis en ideeën van iedereen die met de organisatie verbonden is ernstig neemt en in plaats van een verticale beslissingscultuur aandacht hebt voor iedereen zijn mening.

 

In al de voorgaande stellingen is duidelijk geworden dat kinderen en jongeren kansen moeten krijgen om hun standpunten uit te drukken over kwesties die hen aanbelangen. Geef hen de kans om mee te denken over jouw project en dit te begeleiden. Dit zorgt niet alleen voor een groter draagvlak voor wat je samen wil realiseren, maar zorgt ervoor dat kinderen een persoonlijk groeiproces doorlopen.

Het laten participeren van kinderen en jongeren betekent niet noodzakelijk de volledige controle uit handen te geven. Het financiële beheer van een project is bijvoorbeeld over heel de wereld enkel aan volwassenen toegekend, maar jongeren hebben wel recht op inzicht en controle van de uitgaven. Help hen mee het project in de juiste richting te sturen, en laat altijd de ruimte om zaken te evalueren en in vraag te stellen. Kinderen en jongeren moeten de gelegenheid hebben om hun mening te geven. Dit versterkt zowel het inzicht in de eigen situatie als het vertrouwen op de eigen krachten. Iets wat onontbeerlijk is om tot mondige volwassenen te komen die op een constructieve manier kunnen opkomen voor hun rechten en overtuigingen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in en blijf op de hoogte van vormingen, ontmoetingen, financiële oproepen en andere interessante nieuwtjes.

Onze sponsors