Het verhaal van Marie en van 'Vrouwen voor Vrouwen'

 VVV steun school KLEIN

“Ik weet waar ik vandaan kom en ik heb het als kind moeilijk gehad. Ik was arm. Dus doe ik wat ik kan en lever een bijdrage op mijn niveau.”

Marie Bayizere is Burundese. Ze vluchtte naar België tijdens de burgeroorlog die er woedde tussen 1993 en 2005. Nu werkt ze als boekhoudster bij Damiaanactie en coördineert ze de organisatie “Vrouwen voor Vrouwen”.

DOWNLOAD HET VERHAAL VAN MARIE ONDERAAN DEZE PAGINA

Marie vluchtte naar België met enkel haar jongste, toen éénjarig kind. Haar drie andere kinderen bleven ginds. Zij verbleven een tijd in Tanzania, maar keerden nadien terug naar Burundi.

“Vluchten uit je herkomstland is een zeer moeilijke beslissing.”, vertelt Marie, “Wij vertellen ons verhaal niet graag. Over hoe we hierheen gekomen zijn, met de hulp van de “smokkelaars” en zo... Dat is voor veel mensen moeilijk te begrijpen. Er waren mensen die er een ‘business’ van maakten om je te helpen vertrekken.”

Eens aangekomen in België werd Marie opgevangen in een vluchtelingencentrum in Kapellen. Na enkele maanden kreeg ze een verblijfsvergunning en moest ze verplicht het opvangcentrum te verlaten.

De sociaal assistente die zich over haar zaak ontfermde, verwees Marie door naar een het YWCA (Young Women Christian Association) in Antwerpen. Ze kwam er in contact met andere migrantenvrouwen uit de hele wereld. En Marie kreeg ze enorm veel steun en advies van de sociaal assistente die haar integratietraject opvolgde. Ze verbleef nog gedurende 10 jaar in Antwerpen.

Intussen volgde ze een opleiding in het Nederlands, bureautica en boekhouding. “Ik heb vooral veel bijgeleerd over digitalisering, maar had een goede voorkennis in boekhouding (graduaat diploma A1 in Burundi). Vroeger was het onderwijsniveau in Burundi bijna gelijkwaardig aan dat van België maar dat is enorm achteruitgegaan.”

Toch was het moeilijk om werk te vinden. Ook wie geen Belgische papieren heeft, wil maar al te graag werken, maar dat is niet steeds evident. Marie’s verblijfsvergunning werd telkens maar voor drie maanden verlengd, kon ze nooit zekerheid geven aan haar werkgevers over haar toekomst. Na diverse jobs, vond ze een vaste baan bij Damiaanactie, waar ze wil blijven tot haar pensioen. Ze is nu 58 jaar.

“In de socioculturele sector of bij een humanitaire organisatie is de sfeer zo anders. De mensen die je ontmoet hebben geen problemen met migranten. Damiaanactie werkt wereldwijd en de collega’s zijn vertrouwd met mensen met een andere achtergrond.”

Marie keert intussen ook af en toe terug naar Burundi om haar familie te bezoeken. “De situatie in Burundi is niet perfect, maar rustiger. Je moet politiek gewoon vermijden. Ik heb die fout in mijn leven gemaakt, maar zeg nu aan mijn kinderen: “Blijf weg van politici”. Hier in België heb je veel vrijheid op in het politieke speelveld. In Burundi ligt het anders. Eens de sympathisanten van een oppositiepartij weten dat je voor de tegenpartij stemde ben je in gevaar.”

Haar drie oudste kinderen zijn intussen dokters en advocaat in Burundi. ”Ik heb destijds overwogen om ze naar België te laten overkomen, maar dan zouden ze van nul af aan moeten herbeginnen, omdat hun diploma hier niet erkend is. Intussen hebben ze allemaal een goede job ginds.

 

Vrouwen voor Vrouwen

Via het YWCA vond Marie als nieuwkomer haar weg in België en leerde ze Nederlands. Met de vrouwen die ze daar ontmoette, groeide het idee om een vereniging te beginnen: een netwerk voor uitwisseling en advies onder nieuwkomers. In maart 2006 stichtten ze “Vrouwen voor Vrouwen”. Via workshops trachtte de vzw ook de Belgische bevolking te sensibiliseren voor de problemen van ontwikkelingslanden.

Een aantal vrouwen vonden het niet genoeg om enkel in België actief te zijn. “We voelden de noodzaak om iets te doen voor onze landen van herkomst via kleinschalige projecten. Omdat ik de leiding nam, concentreerde Vrouwen voor Vrouwen zich op Burundi. We zochten naar nieuwe participanten van Burundese én Belgische afkomst. We kozen om een Vlaamse vzw te zijn. Het was zeer leerrijk om ook Belgische deelneemsters te betrekken, want taal blijft een groot struikelblok. De raad van bestuur van de vzw bestaat uit 5 actieve leden.”

“Onze missie is om de armoede in Burundi aan te pakken door te investeren in onderwijs. Wij merken dat veel kinderen vroegtijdig de school verlaten vanwege die extreme armoede: Kinderen die honger hebben, die kleren, noch schoolmateriaal hebben, die moeten werken om een inkomen te verzekeren voor hun familie, ....die gaan niet naar school. “

 

Onderwijs is de sleutel

Vrouwen voor Vrouwen bouwde en ondersteunt een lagere school in Rurimbi. Momenteel lopen er 800 kinderen school. “Als je afgaat op de resultaten van de nationaal georganiseerde eindexamens is onze school de vierde beste van de provincie. Op hun vrije zaterdag geven leerkrachten vrijwillig bijlessen om de kinderen voor te bereiden op de testen. De leerkrachten zijn echt heel gemotiveerd.”

Nochtans hebben de leerkrachten het moeilijk. “Ze worden betaald door de overheid, maar dit is echt een belachelijk bedrag. Het loon schommelt tussen de 50 à 60 euro per maand afhankelijk van de anciënniteit. Omdat de lonen zo laag zijn in Burundi, laten veel mensen zich in met corruptie. Maar leerkrachten

kunnen moeilijk participeren aan corruptie. Ze hebben hier geen toegang toe. Ze moeten allen extra jobs doen om rond te komen. Vrouwen voor Vrouwen zorgt als bonus voor een eindejaars-premie van 20 euro voor het goede werk.

Rond de school heeft Vrouwen voor Vrouwen een aantal omkaderende projecten opgestart: een naaiatelier voor de betaalbare schooluniformen én om maandverbanden te voorzien voor de meisjes; een geitenproject ten voordele van ouders; een baksteenproject voor de jongeren van het secundair onderwijs. En ze bieden steun aan het gezondheidscentrum van Rurimbi.

In het naaiatelier fabriceren ouders schooluniformen aan democratische prijzen. Voor de armste kinderen zorgde het naaiatelier voor 200 gratis uniformen.

Een ander project richt zich op schoolgaande meisjes. Menstruatie is nog steeds een taboe en het zorgt voor problemen bij schoolgaande meisjes. Als een meisjes ongesteld is, blijft ze een week weg van school uit schaamte en omdat ze ‘ziek’ is. Er is een hygiënisch probleem: maandverbanden zijn er niet of zijn te duur. Vrouwen voor Vrouwen zorgde daarom voor een naaiatelier waar afwasbare maandverbanden gemaakt en verkocht worden aan democratische prijzen.

De focus om jonge meisjes te steunen werkt enorm goed in Rurimbi. Marie is een rolmodel omdat ze afkomstig is uit het dorp. Elk gezin kent haar. Vele ouders zeggen dan ook tegen hun kinderen: ‘Marie is geslaagd in haar leven en meisjes kunnen meer betekenen voor hun ouders als ze gestudeerd hebben’. Tijdens haar bezoeken neemt Marie dan ook extra tijd om met meisjes in het dorp te spreken.

“Er is een traditie om enkel jongens naar school te sturen en meisjes te laten meedraaien in het huishouden. Deze traditie wil Vrouwen voor Vrouwen doorbreken. De meisjes zijn in de meerderheid in de school in Rurimbi.”

Soms vraag ik me af waardoor ik geslaagd ben in mijn leven. Dan besef ik dat mijn diploma mij enorm heeft geholpen. Onderwijs is zo belangrijk. Onderwijs kan je verlossen uit extreme armoede.”

We moedigen de kinderen aan om na de lagere school naar het secundair onderwijs te gaan. Veel kinderen haken of af omwille van de kostprijs. Tijdens de zomervakantie kunnen de jongeren in de school bakstenen maken als vakantiewerk. Om de schoolkosten van het middelbaar te dekken en een mutualiteitskaart aan te schaffen. Maar de opbrengst gaat vaak ook naar familieaangelegenheden.

 

Kleinschalige, maar duurzame projecten

Binnenkort schaft Vrouwen voor Vrouwen een graanmolen aan. 23 vrouwen uit GITEGA kunnen dan zelf meel malen, zonder dat ze daarvoor moeten betalen. Meel kan je mengen met melk of water en met een beetje suiker: een gerecht waarmee je de dag door kan komen. Voor de 23 vrouwen die er ter plaatse zullen werken, betekent dat voedsel voor 23 families. Het project kan ook economisch interessant en dus ook duurzaam.

Door enkel geld te geven aan de lokale bevolking, help je niet op een duurzame manier. Nog zijn er tal van problemen in de regio. Zo kan de toegang tot drinkbaar water enorm verbeterd worden. Maar dat is een grootschalig project waarvoor we partners zoeken. We hebben daar de know how en de middelen niet voor. Daarom richten we ons alleen momenteel enkel op kleinschalige projecten die effectief zijn en veel mensen kunnen bereiken. Het project met de afwasbare maandverbanden zouden wee graag verspreiden naar andere gemeenten in de provincie.

“Met ons geitenproject hadden we op een kettingreactie gehoopt: Gezinnen kregen geiten met de bedoeling om de nakomelingen door te geven aan andere families. Maar dat bleek niet te werken. Ze verkochten de geiten gewoon. Het vertrouwen in sommige gezinnen was zoek, maar hun keuze is begrijpelijk als je de omstandigheden kent waarin sommige families leven. Nadien combineerden we het geitenproject met groententeelt. Er kan 3 keer per jaar geoogst worden. Dit is effectiever om de honger te bestrijden. “

Maar intussen groeit de armoede in het land. Burundi heeft, volgens Marie, sociaal-politieke problemen. De corruptie is enorm hoog, hoewel de regering tracht dit probleem op te lossen. En veel landen zijn gestopt met humanitaire hulp te bieden aan Burundi. Dat treft de armste bevolkingsgroepen. Daarom zal Marie zich steeds blijven inzetten om hen te ondersteunen.

 

Vanwaar dat engagement voor haar herkomstland?

“Ik weet waar ik vandaan kom en ik heb het als kind moeilijk gehad. Ik ben geboren in een familie van kleine boeren, zoals 90 procent van de bevolking. Ik heb gevoeld hoe moeilijk het was om naar school te gaan, om kleren te hebben, en zeep om je te wassen. Ik was arm.

Ik ken veel mensen die de school hebben verlaten omdat ze extreem arm waren. Dat doet me pijn. Als ik terugkeer naar mijn dorp ontmoet ik leeftijdsgenoten die nu arme boeren zijn. Dat is niet rechtvaardig.

Dus doe ik wat ik kan en lever ik een bijdrage. Ik help op mijn niveau, Ik ben geen regering of NGO, dus ik heb weinig middelen. Ik kan niet iedereen helpen. Alleen maar een kleine bijdrage doen. “

Marie wil tot slot van de gelegenheid gebruik maken om heel wat mensen en partners te bedanken voor de steun en de samenwerking: Alle leden van Vrouwen Voor Vrouwen die actief de organisatie leiden of de projecten steunen met een maandelijkse bijdrage. Lagere school De Schatkist in Berchem en gepensioneerde leraar Frank Compère die veel acties ondernam voor Rurimbi. Bo en Juana voor de bouw en de uitrusting van de school. Mevrouw Ellen Stoffelen die het baksteenproject ondersteunt. De collega’s van Damiaanactie die het geitenproject mogelijk maken. En de stad Antwerpen, De Koning Boudewijnstichting, en 11.11.11, via het 11.11.11-fonds voor 4de Pijlers.

LOES GOOSSENS / JACQUES MEVIS

4de Pijlersteunpunt/11.11.11 - oktober 2018

 

Vrouwen voor Vrouwen

Korenbeekstraat 45/1, Sint-Jans-Molenbeek - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.