10 jaar 4de Pijlersteunpunt: Interview met Patrick Develtere

DSC 5710 klein

Naar aanleiding van de 10e verjaardag van het 4de Pijlersteunpunt was Patrick Develtere de centrale gast op de Dag van de 4de Pijler op 2 maart. De 'bedenker' van het begrip 4de pijler blikt terug en schets de eigenheid de 4de Pijlers.  "Het is anders werken in een geglobaliseerde wereld. 4de Pijlers hadden dat vroeg door" zegt Develtere

HET IS ANDERS WERKEN IN EEN GEGLOBALISEERDE WERELD

Patrick Develtere schreef een kleine 15 jaar  geleden een boek over de Belgische ontwikkelingssamenwerking en kwam daarin onder meer  tot de bevinding dat er een nieuw soort samenwerking aan het groeien was. Zo ontstond de term 4de Pijler en een beweging waar Develtere de geestelijke vader van is. Op zaterdag 2 maart houdt hij de kerntoespraak op de Dag van de 4de Pijler in het Vlaams Parlement. Dat is een ontmoeting- en uitwisselingsdag voor 4de Pijlerorganisaties die allen op hun manier en met specifieke thema’s samenwerkingen hebben opgezet met partners in het zuiden. 

“De pioniers van de 4de Pijler hadden destijds de juiste intuïtie”

“De pioniers van de 4de Pijler hadden destijds de juiste intuïtie”, zegt Develtere. “Zij hadden door dat er een belangrijke verandering bezig was in het denken over ontwikkeling. Het was essentieel om als broeder en zustercontinent de toekomst tegemoet te gaan.”Organisaties als vakbonden, ziekenfondsen en scholen, maar ook particulieren, bouwden samenwerkingen uit met partners in het zuiden. Dat was nieuw. Voordien werd er vooral Noord-Zuid gedacht door de klassieke spelers op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking:  het noorden heeft veel en moet geven aan het zuiden dat weinig heeft. Met de globalisering kwam daar verandering in. Iedereen kwam in contact met iedereen, ook het toerisme droeg daartoe bij, en dat leidde tot en andere kijk op de dingen. 

“Dat kwam redelijk hard aan bij de ngo’s”, zegt Develtere. “Ik had niet gedacht dat net dit hoofdstuk van mijn boek een dergelijk debat zou ontketenen. De discussie draaide onder meer rond de legitimiteit van deze nieuwe spelers. Wel, die lag bijvoorbeeld in het feit dat als een school een betere school wil zijn in een geglobaliseerde context, zij er beter voor kon zorgen dat ze een band had met een school elders in de wereld. Door Skype en andere technologie werd dat ook vergemakkelijkt. De nieuwe spelers zagen er dus ook hun eigen voordeel in. En dat was tot dan toe minder het geval in de sector.”

4de Pijlers spraken veel meer de taal van hun partners in het zuiden

Belangrijk was volgens Develtere ook dat de  4de Pijlers  veel meer de taal spraken van hun partners in het zuiden. Burgers gingen bijvoorbeeld op reis naar Kaapverdië en hadden daar contact  met een gids die ze ook beter leerden kennen. Als de man in kwestie een dochter had die wilde studeren, maar niet de middelen daarvoor, dan zag de burger het misschien wel zitten om iets concreets te doen. Ook in dit soort relaties was er een leercurve, maar die ging stijl omhoog. De mensen spraken dezelfde taal en dat maakte het verschil met de traditionele spelers. Er werd ook heel sterk de nadruk gelegd op directe contacten, veel meer dan bij de klassieke spelers waar de nadruk lag op volume. 

Develtere noemt de evolutie naar een sterke 4de Pijlertak een goede zaak en een voorbeeld van de vermaatschappelijking van de globale samenwerking, wat niet betekent dat de klassieke organisaties geen rol meer te spelen hebben. 

De 4de Pijlerbeweging legt andere klemtonen 

De 4de Pijlerbeweging legt andere klemtonen  “We gaan nu samenwerken met de Afrikanen en zoeken naar de wederzijdse belangen. De richting is niet enkel meer van noord naar zuid. Daardoor wordt er ook op een veel langere termijn gewerkt. Projecten kregen vroeger een financiering van 4 jaar die nog wel eens verlengd werd met 4 jaar en met scha en schande daarna nog eens werden verlengd. De nieuwe samenwerkingsvorm gaat uit van een veel langere termijn onder het moto: we blijven mekaar op lange termijn nodig hebben. “

Josse Abrahams, 11.11.11

 

 

 

 

Patrick Develtere

‘Het is anders werken in een geglobaliseerde wereld. 4de pijlers hadden dat vroeg door.’

Patrick Develtere schreef een kleine 15 jaar  geleden [JM1] een boek over de Belgische ontwikkelingssamenwerking en kwam daarin onder meer  tot de bevinding dat er een nieuw soort samenwerking aan het groeien was. Zo ontstond de term 4de Pijler en een beweging waar Develtere de geestelijke vader van is. Op zaterdag 2 maart houdt hij de kerntoespraak op de Dag van de 4de Pijler in het Vlaams Parlement. Dat is een ontmoeting- en uitwisselingsdag voor 4de Pijlerorganisaties die allen op hun manier en met specifieke thema’s samenwerkingen hebben opgezet met partners in het zuiden.

“De pioniers van de 4de Pijler hadden destijds de juiste intuïtie”, zegt Develtere. “Zij hadden door dat er een belangrijke verandering bezig was in het denken over ontwikkeling. Het was essentieel om als broeder en zustercontinent de toekomst tegemoet te gaan.”

Organisaties als vakbonden, ziekenfondsen en scholen, maar ook particulieren, bouwden samenwerkingen uit met partners in het zuiden. Dat was nieuw. Voordien werd er vooral Noord-Zuid gedacht door de klassieke spelers op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking:  het noorden heeft veel en moet geven aan het zuiden dat weinig heeft. Met de globalisering kwam daar verandering in. Iedereen kwam in contact met iedereen, ook het toerisme droeg daartoe bij, en dat leidde tot en andere kijk op de dingen.

“Dat kwam redelijk hard aan bij de ngo’s”, zegt Develtere. “Ik had niet gedacht dat net dit hoofdstuk van mijn boek een dergelijk debat zou ontketenen. De discussie draaide onder meer rond de legitimiteit van deze nieuwe spelers. Wel, die lag bijvoorbeeld in het feit dat als een school een betere school wil zijn in een geglobaliseerde context, zij er beter voor kon zorgen dat ze een band had met een school elders in de wereld. Door Skype en andere technologie werd dat ook vergemakkelijkt. De nieuwe spelers zagen er dus ook hun eigen voordeel in. En dat was tot dan toe minder het geval in de sector.”

Belangrijk was volgens Develtere ook dat de  4de Pijlers  veel meer de taal spraken van hun partners in het zuiden. Burgers gingen bijvoorbeeld op reis naar Kaapverdië en hadden daar contact  met een gids die ze ook beter leerden kennen. Als de man in kwestie een dochter had die wilde studeren, maar niet de middelen daarvoor, dan zag de burger het misschien wel zitten om iets concreets te doen. Ook in dit soort relaties was er een leercurve, maar die ging stijl omhoog. De mensen spraken dezelfde taal en dat maakte het verschil met de traditionele spelers. Er werd ook heel sterk de nadruk gelegd op directe contacten, veel meer dan bij de klassieke spelers waar de nadruk lag op volume.

Develtere noemt de evolutie naar een sterke 4de Pijlertak een goede zaak en een voorbeeld van de vermaatschappelijking van de globale samenwerking, wat niet betekent dat de klassieke organisaties geen rol meer te spelen hebben.

De  4de Pijlerbeweging [JM2] legt   andere klemtonen  “We gaan nu samenwerken met de Afrikanen en zoeken naar de wederzijdse belangen. De richting is niet enkel meer van noord naar zuid. Daardoor wordt er ook op een veel langere termijn gewerkt. Projecten kregen vroeger een financiering van 4 jaar die nog wel eens verlengd werd met 4 jaar en met scha en schande daarna nog eens werden verlengd. De nieuwe samenwerkingsvorm gaat uit van een veel langere termijn onder het moto: we blijven mekaar op lange termijn nodig hebben. “


 [JM1]He steunpunt is 10 jaar geleden van start gegaan. Het onderzoek van PDV is ouder. Hij lanceerde de term in 2005. En publiceerde onderzoeken in de jaren nadien.

 [JM2]De 4de Pijler is niet echt gegroeid de laatste 15 jaar.
Maar er is wel een 4de pijlerwerking ontstaan die de 4de pijlers een gezicht geven heeft en een plaats als actor binnen ontwikkelingssamenwerking. En daardoor zijn er ook andere klemtonen gelegd.