NIEUW: Start Up-kit Kinderrechten

Cover start up kitWerkt je project met kinderen? Dan kan je vanaf deze maand aan de slag met de nieuwe START UP-kit “Kinderrechten, uitgewerkt door het 4de Pijlersteunpunt en KIY0, op basis van de ervaring die we bij 4de Pijlerorganisaties heb verzameld.

Je ontdekt stap voor stap de 4 principes Kinderrechtenverdrag. Met de vragenlijst kan je in groep een zelfevaluatie maken van je project. En je kan beroep doen op de medewerkers van KIYO voor advies en begeleiding.

Je kan de START UP-kit downloaden op een aparte pagina in ons 4de Pijler-Handboek. Je kan ook aan de slag met je projectpartners in het Zuiden, want alle materiaal is ook beschikbaar en te downloaden  downloaden in het Frans en het Engels

We plaatsen elke maand één van de vier basisprincipes van het Kinderrechtenverdrag in de kijker: 1. het belang van het Kind. - 2. Recht op leven, overleven en ontwikkeling – 3. Participatie en 4. Non-discriminatie. Deze maand starten we met een algemene kennismaking.

DOWNLOADEN - De START UP-kit kan je downloaden in het Nederlands, Frans of Engels op een aparte pagina. Er is ook een vragenlijst waarmee je jouw 4de Pijlerproject kan evalueren.


4 principes

Het Kinderrechtenverdrag kwam in 1989 tot stand binnen de Verenigde Naties. Dit was het eerste internationale juridisch bindend document dat burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten groepeerde.
Vier basisprincipes vormen de rode draad: Het belang van het Kind, Recht op leven, overleven en ontwikkeling, Participatie en Non-discriminatie. Alle staten hebben dit ondertekend en geratificeerd1 met uitzondering van de VS.

Het Comité voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties (VN) controleert of de rechten die in het Verdrag staan, toegepast worden door de lidstaten. Om de vijf jaar moeten de lidstaten een rapport indienen met daarin een stand van zaken over kinderrechten.

Een rapport per land

Wat heeft jouw project hiermee te maken? Ook voor NGO’s en de 4de pijler zijn interessant. Naast een overzicht van de stand van zaken m.b.t. kinderrechten in een bepaald land, geven ze een reeks aanbevelingen en wat een lidstaat beloofd heeft om werk te maken van deze aanbevelingen.

Vaak wordt er naast dit rapport ook een alternatief rapport of ‘schaduw rapport’ uitgegeven door de sociale organisaties die zich inzetten voor kinderrechten in dat land. De rapporten zijn alternatief omdat zij een kritische blik werpen op de situatie in een land. Het kinderrechtencomité gebruikt deze rapporten als extra informatie voor de besprekingen.

Van een nodenbenadering naar een rechtenbenadering

Om iemand te overtuigen van het belang van kinderrechten, moeten we die persoon eerst overtuigen van de rechtenbenadering waarbinnen het verhaal van de kinderrechten past. Je hebt misschien al eens gehoord dat de ontwikkelingssector steeds meer evolueert van een nodenbenadering naar een rechtenbenadering.

Bij een nodenbenadering zijn mensen eerder afhankelijk van de “goodwill” van anderen en wordt er enkel beroep gedaan op bijko¬mende middelen om tegemoet te komen aan de ergste noden van specifieke groepen. De aangeboden ondersteuning is vooral gericht op het wegnemen van onmiddellijke oorzaken. Binnen de nodenbe-nadering worden de kinderen en jongeren vooral gezien als hulpbehoevende slachtoffers.

Voor KIYO is ontwikkeling gebaseerd op het realiseren van rechten. Ongelijkheid en onrechtvaardigheid in de wereld, zoals geen toegang tot onderwijs, voedsel of gezonde levensomstandigheden, zijn dus het resultaat van niet-gerealiseerde en/of geschonden rechten. Daarom moeten we streven naar structurele veranderingen die gebaseerd zijn op een be¬tere waarborging van kinderrechten.

Directe dienstverlening kan ook een onderdeel zijn van de rechtenbenadering indien het vertrekt vanuit de realisatie van een recht waar het kind of een jongere op dat moment zelf niet toe in staat is. Sommige situaties vragen immers om een directe verlichting van noden, zoals honger, acute medische problemen, onderwijs of onderdak. Ook in deze situaties blijft de lange termijn strategie gericht op het werken aan grondoorzaken van het probleem.

Een recht is niet belangrijker dan het andere

In de rechtenbenadering spreken we over de ondeelbaarheid van kinderrechten. Rechten zijn evenwaardig en onderling afhankelijk, er is niet één recht dat belangrijker is dan een ander. Je kan iemand zijn recht op voedsel niet garanderen als je niet tegelijkertijd ook zijn recht op bescherming of zijn recht op onderwijs waarborgt.

Een rechtenbenadering gaat ervan uit dat alle rechten universeel zijn: een Belgische jongere uit de ‘middenklasse’ heeft evenveel rechten als een kind dat op straat leeft in Sri Lanka of een kind in een vluchtelingenkamp in Jordanië. Het is niet zo dat deze laatste kinderen al blij mogen zijn met een maaltijd per dag. Als er van de 100 kinderen op straat in Sri Lanka 50 eten krijgen is dit vanuit een pure nodenbenadering een goed resultaat. In de rechtenbenadering vraagt men zich af wat er is misgegaan met de andere 50.

Drie vragen: bescherming, voorzieningen, participatie

Respect voor de rechten van kinderen houdt in dat er bij elke actie rekening moet worden gehouden met de volgende drie vragen:

1 Doet mijn actie er alles aan om kinderen te beschermen? Kinderen hebben immers het recht beschermd te worden tegen alle vormen van geweld en uitbuiting, maar ze hebben ook recht op juridische bescherming en bescherming tegen schadelijke om¬gevingsinvloeden.
2 Zorgt mijn actie ervoor dat kinderen kunnen genieten van diensten en voorzieningen? Kinderen hebben immers recht op voor¬zieningen zoals een veilige woning, voldoende en gezond voedsel en water, kwaliteitsvol onderwijs en toegankelijke en betaalbare gezondheidszorgen, etc.
3 Zorgt mijn actie ervoor dat kinderen kunnen participeren? Kunnen ze hun mening geven over de actie en wordt er naar hen geluisterd. Zorgt mijn actie ervoor dat er over het algemeen meer naar kinderen wordt geluisterd? Worden kinderen ondersteund en krijgen ze informatie op maat zodat ze zelf hun mening kunnen vormen?

In het Kinderrechtenverdrag spreekt men van protectie (of bescherming), provisie (of voorzieningen) en participatie (of deelname). In de praktijk moet men steeds met deze drie vragen rekening houden. Bijvoorbeeld: het recht op onderwijs houdt in dat er toegankelijke kwaliteitsvolle scholen zijn met opgeleide leerkrachten (voorzieningen), maar ook dat kinderen op een veilige manier naar school kunnen en op school beschermd worden tegen geweld (bescherming). Bovendien moeten kinderen inspraak hebben in de gang van zaken op school en moeten ze gestimuleerd worden een eigen mening te vormen en die te uiten (participatie).

Lees de volledige tekst en de ontdek de ‘Tips & Tricks’ om concreet mee aan de slag te gaan met je 4de Pijler in de START UP-kit.

De START UP-kit kan je downloaden in het Nederlands, Frans of Engels op een aparte pagina. Er is ook een vragenlijst waarmee je jou 4de Pijlerproject kan evalueren.

Wens je concrete begeleiding of ondersteuning voor je 4de Pijler of heb je vragen, contacteer dan de medewerkers van KIYO. Stuur een berichtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.