logo

Wat is de impact van de coronacrisis op ‘burgerinitiatieven voor internationale solidariteit’ in 4 Europese landen?

Nieuws

Wat is de impact van de coronacrisis op ‘burgerinitiatieven voor internationale solidariteit’ in 4 Europese landen?

4de Pijlerinitiatieven in coronatijd: kwetsbaar, maar veerkrachtig!

Ondanks de reisbeperkingen en de verminderde financiële inkomsten denken 4de Pijlerinitiatieven er niet aan om ‘hun’ mensen in deze moeilijke tijden in de steek te laten. Dat leert ons het onderzoek van de Radbouduniversiteit Nijmegen bij 541 ‘burgerinitiatieven voor internationale solidariteit’ in Nederland, België (Vlaanderen), Frankrijk en Denemarken. De crisis treft de Belgische 4de Pijlerorganisaties zwaarder omdat ze in grotere mate afhankelijk zijn van fondsenwerving via activiteiten en evenementen.

> Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

 

Eerste onderzoek op Europese schaal

Het is de eerste keer dat een grootschalig onderzoek over grenzen heen vergelijkbare gegevens over ‘burgerinitiatieven voor internationale solidariteit’ in kaart brengt. Het onderzoek peilde bij 541 initiatieven naar de impact van de coronasituatie op hun werking, hun inkomsten en hun projecten. Tegelijk leren we ook veel over gelijkenissen en verschillen van 4de Pijlerinitiatieven in Nederland, Frankrijk, Denemarken en België. Dit onderzoek werd gevoerd door de Radbouduniversiteit in Nijmegen onder leiding van onderzoekster Sara Kinsbergen.

In België waren de provincie West-Vlaanderen en het 4de Pijlersteunpunt van 11.11.11 partners van het onderzoek.

 

De impact is groot

88% van de bevraagde initiatieven voelden een impact van de coronacrisis. Ongeveer één derde van de organisaties zette genoodzaakt zijn activiteiten stop. 62 procent stelden projecten uit of werkten met een verminderde intensiteit verder aan hun projecten.

De voornaamste redenen voor het stopzetten of uitstellen van projecten, waren de gezondheidsrisico’s voor de medewerkers en de doelgroep ter plaatse (60%), de reisbeperkingen opgelegd door het partnerland (55%) of door het thuisland (47%) en de daling van de inkomsten (38%).

 

Tijdelijk overgeschakeld naar noodhulp

De meeste 4de Pijlerinitiatieven ondersteunen normaal gezien langetermijnprojecten. Maar tijdens de crisis zijn veel organisaties gestart met het bieden van noodhulp aan hun partners en aan de gemeenschappen waarmee ze samenwerken.

Doordat ze vaak al lang actief zijn in een bepaalde regio en al een duurzaam partnerschap met lokale organisaties hebben opgebouwd, konden ze snel reageren. Ondanks de daling van de inkomsten, stelden ze op korte termijn geld beschikbaar om een antwoord te bieden op de crisisnoden: voedselhulp, nood aan beschermingsmateriaal, een gewaarborgd inkomen voor hun plaatselijke medewerkers, … .

“No way…. Er is echt geen denken aan dat we onze partnerorganisatie nu in de steek zouden laten.” (coördinator van een Vlaamse 4de Pijlerorganisatie)

In de vier landen maakten ondersteunende organisaties bovendien speciale noodfondsen vrij voor noodhulp. 4de Pijlerorganisaties konden hierop beroep doen om hun partners door de crisis heen te helpen. Vanuit de vier verschillende landen werden in totaal 327 projecten in 58 verschillende landen gesteund. Goed voor een totaalbedrag van ruim 5.390.000 euro.

In België maakte alleen de provincie West-Vlaanderen een extra budget vrij voor ‘corona-ondersteuning’. Organisaties die reeds een lopende samenwerking met de provincie hadden, konden hierop beroep doen.

Born in Afrika voorziet tijdens de Coronacrisis voedselhulp bij hun projecten in Zuid-Afrika.

 

Reisbeperkingen

Eén van de grootste zorgen voor 4de Pijlerorganisaties zijn de reisbeperkingen naar de projectlanden. Die hebben niet alleen praktische gevolgen, maar ook een grote impact op de motivatie van de 4de Pijlervrijwilligers. Ze vertellen hoe ze de positieve energie missen van terreinbezoeken en de contacten met lokale medewerkers. En het zelf niet kunnen zien van de resultaten van hun (fondsenwervende) inspanningen, maakt het werk voor de 4de Pijlermedewerkers ook moeilijker.

In een interview vertelt een 4de Pijlervrijwilliger het zo:

“Ik ben nog steeds erg gemotiveerd, maar het jaarlijkse bezoek is erg belangrijk voor mij. En ook voor hen. Ze zijn zo trots om ons alles te tonen wat ze dat jaar bereikt hebben. En het contact met de kinderen, dat vind ik ook erg belangrijk. Dat geeft me zoveel energie dat ik weer een jaar kan doorgaan.” 

Voor veel 4de Pijlerinitiatieven is het een oefening in ‘loslaten’. Al is het is te vroeg om vast te stellen of dit ook tot een ander soort samenwerking met partnerorganisaties zal leiden. Komt in de toekomst het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van de projecten in grotere mate in handen van de partnerorganisatie?

 

Belgische en Franse organisaties zwaarder getroffen

Europees werd 64,8% geconfronteerd met een daling van de inkomsten, maar in België lag dat cijfer hoger (85%), net als in Frankrijk. De fondsenwervingsstrategieën die 4de Pijlerinitiatieven gebruiken, zijn immers van grote invloed voor de impact die de crisis op hun werking heeft.

Het onderzoek toont dat initiatieven in België en Frankrijk sterker afhankelijk zijn van fondsenwervende activiteiten die ze zelf organiseren zoals etentjes, verkoop, wereldmarkten, scholenacties, … . Veel van die activiteiten werden vorig jaar uiteraard opgeschort.

Het gevolg is dat inkomsten van 4de Pijlerorganisaties in beide landen tot dusver zwaarder getroffen zijn dan Nederlandse en Deense organisaties. Die zijn meer gericht op giften, op digitale fondsenwerving en op steun van  overheden en vermogensfondsen.

In Nederland zijn er ook veel meer particuliere stichtingen, die ook steeds meer particuliere initiatieven ondersteunen. Dat biedt een betere waarborg tegen de gevolgen van een crisis. Deense initiatieven blijken over het algemeen groter en meer geprofessionaliseerd. Hierdoor hebben zij ook minder last van de crisis.

De resultaten tonen ook dat vooral grotere organisaties meer mogelijkheden vonden om noodprojecten op te zetten.  Kleinere organisaties, die volledig afhankelijk zijn van vrijwilligers, zagen zich in grotere mate gedwongen om hun werking tijdelijk stop te zetten. Meer gestructureerde organisaties blijken dus voorlopig beter bestand tegen de crisis.

Bijgevolg maken 4de Pijlerinitiatieven in België en Frankrijk zich ook meer zorgen over de toekomst. Terwijl de Deense en Nederlandse organisaties, hoewel ze ook bezorgd zijn, ook nieuwe kansen zien in deze crisis. Toch vrezen ook Belgische organisaties uiteindelijk niet te zeer voor het voortbestaan hun initiatief op lange termijn.

4de Pijlerorganisaties moeten flexibel zijn tijdens de Coronacrisis, maar ze zijn veerkrachtig en zien de toekomst positief.

Veerkracht, maar voor hoelang?

Over het algemeen toonden 4de Pijlerinitiatieven tot nu toe een sterke veerkracht, stellen de onderzoekers.  Velen vonden manieren om hun reguliere werk voort te zetten of om COVID-19-noodhulpinterventies te starten. Tot dusver hebben ze grote toewijding getoond om steun te blijven bieden aan partners en aan de gemeenschappen waarin ze werken.

Terwijl sommige 4de Pijlerinitiatieven hun reguliere activiteiten hebben onderbroken, hebben de meesten er vertrouwen in dat ze hun partners en hun werk in de nabije toekomst zullen kunnen blijven ondersteunen.

Maar voor hoelang? En hoe zal een aanhoudende impact van de crisis de organisaties op lange termijn mogelijk beïnvloeden of bedreigen? De onderzoekers van de Radboud Universiteit formuleren een aantal hypotheses:

  • Motivatie: Aangezien persoonlijke ontmoetingen de kern vormen van het werk van 4de Pijlerinitiatieven, kunnen langdurige reisbeperkingen op termijn een impact hebben op hoe we projecten realiseren. Persoonlijke ontmoetingen hebben een erg motiverende rol voor vrijwilligers, maar ook een katalyserende rol voor het mobiliseren van donoren.
  • Een andere verhouding tot partnerorganisaties: De huidige situatie dwingt 4de Pijlerinitiatieven om op een ander manier met hun partnerorganisaties in gesprek te gaan. Mogelijk evolueert dit op termijn tot samenwerkingen waarbij het eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor de realisatie van de projecten in grotere mate in handen van de partnerorganisatie komt te liggen.
  • Digitalisering: De huidige situatie vraagt om een shift naar digitale kanalen en naar een meer digitale aanpak van de communicatie en de samenwerking. 4de Pijlervrijwilligers zijn doorgaans echter gemiddeld wat ouder. En dat zou bij sommige organisaties een belemmering kunnen zijn om tot die duurzame online strategie te komen.
  • Fondsenwervingsstrategieën: De crisis vraagt ook om vernieuwde fondsenwervingsstrategieën. Het is voor 4de Pijlerinitiatieven een stevige uitdaging om in deze nieuwe context fondsen te blijven inzamelen bij particuliere donoren en om nieuwe donoren blijven te bereiken.
  • Mondiaal burgerschap: Een langdurige crisis kan op termijn de zichtbaarheid van 4de Pijlerinitiatieven binnen hun eigen gemeenschappen treffen en dus ook de rol die ze daar spelen als actoren van mondiaal burgerschap en internationale solidariteit.
  • Nieuwe 4de Pijlerinitiatieven: Veranderende tijden en een onzekere toekomst kunnen zeker ook een impact hebben op het ontstaan van nieuwe 4de Pijlerinitiatieven. Doordat er minder gereisd, valt misschien voor een deel de voedingsbodem weg waaruit veel 4de Pijlerinitiatieven ontstaan.

 

> Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

 

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in en blijf op de hoogte van vormingen, ontmoetingen, financiële oproepen en andere interessante nieuwtjes.

Onze sponsors